Blog

29 jun / Heibel op Tahrir

‘Heb je het al gehoord?’
Ibá’s opgewonden stem kraakt door m’n mobiel. Ik loop door Dokki richting de taalschool en slinger net langs een druipend karkas van een halve koe die boven de stoep van een slagerij hangt.
‘Wat?’
‘Tahrir, gisteren, oh je had er bij moeten zijn. Wat een gekkenhuis!’
Ik ben eigenlijk nog een beetje slaperig en afgeleid door het drukke verkeer, maar zodra ik Tahrir hoor heb ik meteen alle aandacht.
‘Wat was er dan?’
‘Monique weet je het echt niet?’
‘Nee schat, hoe moet ik dat weten? Ik zit in een volkswijk op driekwartier reizen van downtown en de televisie toont nooit wat. De mensen houden zich hier bezig met werk, geld en eten.’
Ik wring me tussen een kraam met cactusvijgen en stalen koelkast met blikjes cola.
‘Oké, oké, nou goed dan. Het ging zo…’
Ibá heeft er zin in. Dit wordt een goed verhaal.
‘De families van de martelaren demonstreren dagelijks voor een financiële compensatie, een nationaal eerbetoon en de arrestatie en veroordeling van de daders die hun vaders, zonen en broers hebben vermoord.’
Terwijl ik over een grote plas spring glimlach ik. Ibá heeft de revolutionaire taal al helemaal overgenomen.
‘Gisteren was er eindelijk een officiële ceremonie ter eerbetoon aan zeven martelaren in de wijk Mohandesseen. De andere families kregen daar lucht van en dachten dat er ook een ceremonie voor hun doodden zou zijn, dus zij trokken allemaal naar die wijk. Toen ze daar aankwamen was de politie echter heel grof tegen hen en werden ze weggejaagd. Dus trokken ze naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken om daar te demonstreren, maar daar was de politie nog hardhandiger. Er werd traangas ingezet en de mensen werden geslagen. Vervolgens kwamen er meer demonstranten op af, maar ook zij werden in elkaar gemept. Aan het eind van de middag stroomde heel Tahrir vol. De verhalen lopen sterk uiteen maar ik denk dat er wel drie of vierduizend mensen waren of zoiets. Ik besloot met een aantal vriendinnen en een mannelijke collega van de Arabische liga ook te gaan, maar Monique echt, het was een gekkenhuis. Je rook de traangas al op afstand, iedereen stormde alle kanten op, de politie sloeg en er werd geschoten en er waren alleen maar mannen, alleen maar mannen! Er kwamen ook de hele tijd mensen naar m’n collega af die zeiden: ‘Je moet met hen weggaan, breng die vrouwen weg.’’
‘En wat hebben jullie toen gedaan?’
‘We zijn wat op afstand gaan staan. Maar weet je wat er toen gebeurde?! Oh Monique…’
‘Wat?!’ Een auto stopt een centimeter van mijn been. Ik klop op de motorkap en maak met mijn linkerhand een aantal woeste gebaren terwijl ik met mijn rechterhand de telefoon tegen m’n oor klem.
‘Eih y’am He, oom! Baracha, langzaam, voorzichtig,’ brul ik naar de chauffeur die in een gebaar van onschuld zijn hand uit het raampje steekt.
‘Ik zag hoe een vrouw werd gekidnapt! Er waren heel veel baltigiyya, van die bendes die ook door Mubarak ingezet werden weet je wel en voor mijn ogen pakte een aantal mannen een vrouw vast en sleepten haar zo een auto in. Ze schreeuwde en gilde en ik zag het zo, op tien meter afstand. Ik wist niet wat ik moest doen. Wat moest ik doen?’
‘Echt?’ Ik blijf stokstijf staan.
‘Ja om twee uur ‘s middags werd een vrouw zo een auto gesleept. Later zag ik er wel heel veel mensen heen stormen, dus misschien dat ze haar hebben bevrijd. Maar ik weet het niet zeker. Maar verder waren er alleen maar mannen joh en overal van die bendes.’
‘Er is echt niets veranderd,’ verzucht ik.
‘Nee!’ roept Ibá bos aan de andere kant van de lijn. ‘De politie is even slecht, dezelfde bendes slaan nog steeds mensen in elkaar, de demonstranten worden nog steeds zonder enig respect behandeld. ‘De Amerikaanse president heeft meer respect voor ons dan onze eigen regering,’ riepen ze in een verwijzing naar de lovende uitspraak van Barack Obama over de Egyptische demonstranten.’

Terwijl ik met Amal werkwoorden aan het vervoegen ben, stormt een Italiaanse studente onthutst de taalschool binnen.
‘Ik was gisteren op Tahrir! Oh het was vreselijk!’
M’n docente springt op. De les wordt meteen onderbroken. We lopen het lokaal uit en nemen plaats in de gang.
‘Onrust op Tahrir?’ vraagt een andere docente verbaasd.
‘Naam, naam, fi muskilla kathiran,’ zegt de Italiaanse in haar net geleerde standaard Arabisch.
Ik vertel wat ik van Ibá gehoord heb.
‘Er is niets veranderd,’ verzucht Zainab, een dikke lerares gehuld in minstens twintig lagen aan doeken en sluiers. ‘Helemaal niets. De huidige premier Issam Sharaf is zo mogelijk nog kouder en afstandelijker dan Mubarak.’
‘En Tantawi dan?’ vraag ik dan.
‘Die is het hoofd van de militaire raad,’ verzucht Amal.
‘Maar dan is hij toch eigenlijk de echte leider van Egypte?’
De vrouwen knikken. ‘W’allahi, Egypte is niet goed af met hen. Het leger moet snel weer terug naar de barakken.’

Thuis bel ik onmiddellijk Ibá. ‘En hoe staat het er nu voor?’
‘Volgens het internet zijn er duizenden demonstranten, maar ik zie er driehonderd ofzo.’
‘Wat ga je doen?’
‘Ik ben nu in m’n appartement en ga straks lunchen met vrienden. Even geen Tahrir voor mij.’
Driehonderd demonstranten, denk ik. Ik zou vanavond met tante Manal naar downtown gaan. Dat zal wel niet door gaan. Ik heb Ibá nog niet opgehangen of ze belt al.
‘Heb je gehoord van Tahrir?’
Tante Manal heeft weer een heel ander verhaal. Dat bendes en criminelen een bekend theater zouden hebben aangevallen en vervolgens naar Tahrir zouden zijn gestroomd. Al-Jazeera rapporteert echter dat families buiten het Balloon Theater in Agouze werden aangevallen door de politie terwijl er een herdenkingsceremonie aan de gang was. Maar hoe wisten die demonstraten van die bijeenkomst? Waren het echt familieleden van de ‘martelaren’? En hoe zit het met de geruchten dat de demonstranten al met molotovcocktails en mondkapjes rondliepen voor de politie ook maar ingegrepen had? De geruchtenmachine is alweer flink bezig.
‘We kunnen echt niet gaan Monique. Weet je wat, we gaan naar Zeitoen, winkelen enzo.’
Zeitoen is een simpele volkswijk met een grote kleding- en fruitmarkt. Druk en gezellig, maar weinig spannend.
‘Ik wil naar downtown, de sfeer proeven!’ roep ik uit.
‘Nee, echt niet. Kijk op internet! Het is vreselijk.’
Nadat ik de telefoon heb opgehangen kijk op al-Jazeera. 599 gewonden lees ik. 5000 demonstranten. Het lijken me nogal dramatische cijfers, maar wie weet. Niemand kent de waarheid hier in Egypte.

‘Rond half vier ‘s middags, lokale tijd op woensdagmiddag rapporteerde het staatspersbureau dat het verkeer weer doorstroomde op Tahrir en dat de dingen weer terugkeerden naar een staat van normaliteit,’ lees ik onderaan Al-Jazeera’s persbericht.

De heisa is alweer over denk ik. Even ben ik geneigd om tante Manal te bellen en haar met deze informatie te confronteren. Maar het heeft het toch geen zin. Zolang ik met haar ben, krijg ik hoe dan ook geen Tahrir te zien. Maar 8 juli als een grote massademonstratie aangekondigd staat, houd ik vrij en ga ik naar het plein om mijn eigen verhaal uit de totale chaos te destilleren.

http://www.aljazeera.com/news/middleeast/2011/06/20116297580725806.html

http://www.aljazeera.com/news/middleeast/2011/06/20116297580725806.html

Geef een reactie

X