Blog

04 apr / Fiets

Het moet zo’n zeven weken geleden zijn, dat ik voor het eerst in m’n leven voor homo werd uitgescholden.

Ik fietste net voorbij de ingang van het Vondelpark en daar was ‘ie dan, vanaf grote afstand door de straat gesmeten door een man op een scooter.
“Vuile homo!” 

Ik keek nog even niet-begrijpend rond.  Op zoek waar die ongedachte homo die dan toch ergens rond zou fietsen, maar de straat was leeg op mij en een oud vrouwtje met een rollator na. Voor zover er nog twijfel bestond of de opmerking laatstgenoemde ten deel viel, wist de boze scooter-rijder die illusie snel weg te nemen. Nadrukkelijk wijzend in mijn richting, schreeuwde hij: “Ja, jij ja!”
De scooter-rijder was wit. Ik weet niet of dit relevante informatie is, maar ik vermeld het toch maar. Ik denk dat hij Noord-Hollands was, vermoedelijk niet-kerkelijk. Ik verwacht dat hij op een partij aan de rechter-flank stemt, maar dat weet ik niet zeker. Ook vermoed ik dat desbetreffende persoon zich schuldig maakt aan racistische en xenofobe uitlatingen, maar ook dat moet nog nader worden onderzocht. Ik schrijf het in ieder geval al wel op Facebook zodat de Telegraaf en het AD deze informatie paginagroot over kunnen nemen. Het daderprofiel komt overeen met de daders van eerdere incidenten – die overigens diezelfde Telegraaf en AD graag lezen – boze witte mannen die mij uitschelden, aanranden, bespugen en klem-lopen. Dit overkwam mij toen ik een hetero-vrouw van kleur was, een lesbische dame met een gekleurde vriendin, als gender queer uit de kast kwam en nu dus weer, nu ik word aangezien voor een Arabische homoman. Vervolging of veroordeling heeft nooit plaatsgevonden. Ik ben weleens naar de politie gegaan, maar die zag niet voldoende aanleiding voor aangifte. Ik  kreeg slechts te horen dat “dit er nu eenmaal een beetje bij hoort.” Dus dat.

De avond bij het fietspad langs het Vondelpark was de eerste keer dat ik werd uitgescholden voor homo. Het is sindsdien vaker voorgekomen. Het hoort er nu eenmaal een beetje bij, zegt de politie dan.

Ik merk dat ik me niet altijd even veilig voel. Dat ik me soms afvraag of het wel handig is: die wenkbrauw-piercing. Als ik hand in hand met mijn mannelijke vrienden loop, hen kus, in een cafeetje in hun armen lig of een beetje dirty dans (ik houd nu eenmaal van vriendschappelijke sjans), zie ik blikken, moet ik soms mijn rug rechten, net wat breder staan, groepen hetero’s uit de weg gaan. Veilig, nee, dat voel ik me niet echt. Maar het weerhoudt me er niet van nog wat nadrukkelijker hun hand vast te pakken. Met de gedachte: laat ze allemaal in hun eigen giftige moeras zakken.

Maar de poel lijkt te gisten en te groeien. Drie gewelddadige incidenten in één weekend verder, vraag ik me af of dat toxische drijfzand niet in een meer veranderd is en we er niet met z’n alleen in wegzakken.

De drie incidenten worden in de media aangemerkt als anti-homo-incident. Alle drie de incidenten worden door velen schoorvoetend afgedaan als incidenten waar homo’s toevallig bij aanwezig waren. De aanval in Eindhoven waarbij twee twintigers werden uitgescholden en één in z’n gezicht werd geslagen, lijkt een typisch geval waarbij de politie zich achter haar vaste mantra kan verschuilen: dat de initiële aanleiding niets met seksuele oriëntatie te maken heeft en dus niet bewezen is dat er daadwerkelijk sprake is van anti-homogeweld. Het ging immers om het lenen van een fiets dat door beide heren werd geweigerd. Het pompen begon later pas. Zo blijft vervolging en veroordeling uit. En neemt de epidemie slechts meer toe. Het is pompen of verzuipen, is wat ik je zeg.

Ik vraag me af of het geen tijd wordt om de vraag om te draaien. Namelijk: zou dezelfde gebeurtenis – met welke aanleiding dan ook – ook daadwerkelijk in dezelfde geweldsexplosie zijn uitgelopen als het slachtoffer geen homo betrof?

Stilte.

En doet de aanleiding er eigenlijk toe, als de uitkomst uiteindelijk dezelfde is: namelijk dat een homoseksuele man (of vrouw, geweld tegen lesbiennes lijkt ook steeds te groeien) om zijn geaardheid wordt uitgescholden en aangevallen nadat hij eerst op zijn oriëntatie herkend is en aangemerkt?

Kuch.

Een ruzie kan beginnen bij een vies luchtje in de gang, maar als ik vervolgens mijn buurvouw voor “negerin” uitscheld, of “vuile Indo”, maak ik me schuldig aan racisme, al ging het in eerste instantie om haar nasi en bakkeljauw.

Als ik vervolgens een steen door haar raam gooi, met een briefje eraan dat ze mag oprotten naar haar eigen land, ben ik mijn buurvrouw niet alleen aan het wegpesten als boze buurman, maar ben ik in directe overtreding van artikel 1.

Laat de politie zijn werk doen, maar laten wij als samenleving onze verantwoordelijkheid nemen. Homogeweld is geweld tegen homo’s, waarbij vroeg of laat de geaardheid een actief benoemde rol speelt. Of de ruzie nu begint bij een lichte irritatie of onhandige verkeerssituatie, is van secundair belang. Wat relevant is, is waar de situatie in uitmondt. En die lijkt telkens dezelfde; jonge homoseksuele mannen, uitgescholden, bespuugt en in elkaar gemept, door heren die dat toevallig telkens niet zijn (of liever doodgaan, dan dat toe te geven). Dat dus. De dag dat een dergelijk incident andersom gebeurt, wil ik de krantenkoppen in diezelfde Telegraaf en AD graag zien. “Homo’s doen anti-hetero-geweld af als simpele irritatie.” En de politie? “Tja, de aanleiding was een fiets, dus, eigenlijk is dit een hoop geschreeuw om niets.”

 

Geef een reactie

X