Blog

30 aug / Feesten tot het morgen wordt

Feesten tot het morgen wordt
In Libanon woedt de oorlog immer voort

Dit artikel verscheen ook in NRC Next.

Beiroet is alles en niets, het is een stad die je opslokt maar tegelijkertijd verward achterlaat, een stad die je in vervoering brengt maar je net zo makkelijk uitspuugt.
Verdwaasd loop ik door de chique avenues en verpauperde straten. Er staan overal checkpoints. Het surrealistische oude centrum van de stad is een totaal afgeschermde zone, slechts toegankelijk voor voetgangers die zeker drie versperringen moeten trotseren en een inspectie van hun tassen kunnen verwachten. Soldaten op elke straathoek moeten de paar gezinnen die op het Place d’Etoile een ijsje eten behoeden voor terroristische aanslagen en (politieke) moordpartijen die nog steeds op regelmatige schaal plaatsvinden in de onrustige straten van Beiroet.
Door kogels doorzeefde torenflats worden afgewisseld door modernistische gebouwen en glazen kantoorpanden. De stad barst van het geld, althans zo lijkt het. Overal wordt gebouwd, de skyline is bezaaid met hijskranen. Vrouwen lopen in korte broekjes en strakke hemdjes. Ze hebben lang los haar en praten een mengelmoes van Engels en Frans. Mannen in maatpakken stappen in het nieuwste model Mercedes, Ferrari of BMW.
Libanon is van iedereen en niemand tegelijk. Al decennialang vecht men er om de macht. De maronitische christenen worden gesteund door Israël, Iran steunt via Syrië sji’itische groeperingen en terreurorganisaties zoals Hezbollah, de Druzen en alewieten vechten om hun eigen plaatsje in het sektarische politieke spectrum, de Amerikanen en Fransen pompen het geld binnen al profiteren de Libanezen er slechts selectief van, de soennieten krijgen steun uit het Arabisch schiereiland, de 425.000 Palestijnse vluchtelingen in VN-vluchtelingekampen worden door iedereen vergeten.
‘Iedereen wilt Libanon,’ verzucht een sji’itische restaurantmanager. ‘Het is wachten tot de volgende oorlog. Wanneer het geld binnenstroomt, wanneer men walgelijk rijk wordt en met dollars zwaait alsof het Libanese lira’s zijn, dan gaat het mis, dan komt er oorlog aan.’
Beiroet is verreweg de liberaalste en westerste stad van het Midden-Oosten. Nachtclubs, legale prostitutie, disco’s, loungebars, het uitgaansleven is een 24/7 economie. Men feest en wil de onrust vergeten, de lange burgeroorlog, de voortdurende spanningen aan de grens, de machtsvete tussen de christelijk-soennitische overheid en het sji’itische Hezbollah.
Ik zoek naar sporen van Beiroet’s oorlogszuchtige verleden en kom bij de Holiday Inn Towers terecht. De hoge torens van dit ooit zo befaamde hotel zijn zwartgeblakerde bouwvallen, doorzeefd met kogels, de ramen zijn dichtgemetseld. Ik vraag de soennitische Mohammed, een bewaker van het nabijgelegen super chique Phoenicia-hotel waarom het gebouw er nog staat. ‘Er zitten allerlei explosieven in,’ antwoordt hij. ‘Miljoenen, schijnt het.’ Het hotel werd door christelijke milities gebruikt als sluipschutter nest vanwege z’n strategische ligging op de zogenaamde ‘red line’, de grens tussen Oost en West-Beiroet waar tijdens de burgeroorlog van 1975-1990 de meeste gevechten plaatsvonden. ‘Ze kunnen het gebouw niet naar beneden halen, maar het is een tijdbom. Eens zal het instorten.’ Ik kijk naar de bank, de carwash en de parkeergarage die onderin het spookachtige hotel gevestigd zijn. Werken onder een miljoen bommen… Ik heb kippenvel.
Iedereen die ik het vraag verwacht een volgende oorlog met Israël. De laatste grote inval van Israël was in 2006.
‘Ze komen,’ lacht Mohammed meewarig. ‘Maar niet dit jaar, in verband met de revoluties, de regio is te onrustig.’
‘Bent u bang?’
‘Nee, hier komen ze niet. Ze bestoken Dahya.’
Dahya is heel zuid-Beroet. Het beslaat verschillende sji’itische wijken en een aantal Palestijnse vluchtelingenkampen. Ik neem de minibus en stap uit bij Jisr al-Mattar, de grote oversteek naar het vliegveld.
‘Vanaf hier kunnen we niet verder,’ zegt de chauffeur. ‘Dit is Hezbollah-country.’
Dahya was platgebombardeerd door de Israëliers. Maar de wijk die ik zie staat vol gloednieuwe flats, grote balkons, ruime appartementen.
‘He hebben je een lift nodig?’ Twee jonge meiden zonder hoofddoek stoppen hun auto. Caroline blijkt een christen, geboren uit een sji’itische moeder en een christelijke vader die zich tot de islam heeft bekeerd. Verbazingwekkend genoeg houdt haar moeder zich niet aan de Ramadan, terwijl haar vader wel vast. Naya is een Algerijnse. Ze hebben elkaar in Syrië ontmoet op een clandestien homofeestje.  Nu wonen ze samen, bij Caroline’s ouders, in Dahya. ‘Wat kom je hier doen? Er is hier niets. Je bent te laat. Dit was een grote woestijn, alles was plat. Maar nu is er geen ruïne meer over. Hezbollah heeft alles opgebouwd, Iran heeft betaald. De Libanese regering heeft in de hele wereld geld ingezameld maar ons niet geschonken. Onze huizen zijn herbouwd door Ahmadinejad. Waarschijnlijk zijn ze volgend jaar weer kapot.’
Ze rijden me door de wijk en tonen me het hoofdkantoor van Hezbollah, het is een simpele hoge flat met wat veiligheidsmensen eromheen. Het gezicht van de leider van Hezbollah, Hassan Nasrallah volgt me overal, evenals wijlen ayatollah Khomeini, de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad en nog een aantal anderen. ‘Het Libanese leger of de politie kunnen hier niet komen. Alles is in handen van Hezbollah.’ Ik kijk naar een man die het verkeer leidt. Hij heeft een simpel uniform aan en een grote baard. ‘Hezbollah-politie,’ zegt Caroline.
In het nabij gelegen Palestijnse vluchtelingenkamp, Burj Berajneh, de grootste van de vijf vluchtelingenkampen in Beiroet verdwaal ik in de smalle steegjes. Er is geen stromend water of riool. Duizenden elektriciteitskabels maken van het kamp een dodelijk gevaarlijke plek. Alleen in de eerste helft van 2011 zijn al 11 mensen geëlektrocuteerd, waaronder een kind. De Palestijnen mogen geen appartementen kopen, ze zijn staatloos en kunnen niet legaal aan de bak. Hun situatie is volstrekt uitzichtloos.
In de noordelijkere stad Tripoli verdwaal ik in de prachtige souk. Hier geen nachtclubs of Frans op straat, maar Libanese volksmuziek en Arabisch. 80% van de inwoners van Tripoli is soenniet, maar er wonen ook alewieten en christenen. De flatjes zijn oud en vervallen, de Mercedessen aftands. ‘Wat kom je hier doen,’ vraagt een man op het centrale plein. ‘Ga weg, hier is drie maanden nog een enorme schietpartij geweest. De burgeroorlog is hier nooit gestopt. Ze gaat nog altijd door.’
Boven op het oude kapotgeschoten fort heb ik een fantastisch uitzicht over de stad. Opeens klinken er een aantal luide knallen. Ze zetten aan, het is duidelijk geweervuur. Aan de horizon verschijnen zwarte rookwolken. Ambulances schieten naar het centrum.
‘Wat is er aan de hand,’ vraag ik een aantal militairen. ‘Oh, niets, vuurwerk.’ Ze halen hun handen op.
‘Nee, er wordt elke dag vuurwerk afgestoken vanwege de Ramadan. Dit klonk heel anders.’
Ze lachen. ‘Er is niets aan de hand,’ zeggen ze dringend.
‘En de ambulances dan?’
‘Er is iemand ziek geworden.’
De boodschap is duidelijk, ik mag niet doorvragen. Op straat probeer ik toch inlichtingen in te winnen, maar niemand heeft wat gezien of gehoord. ‘Vast vuurwerk. Een hartaanval.’
De taxichauffeur zet de radio uit. ‘Kom laten we naar muziek gaan luisteren,’ zegt hij vrolijk.
Terug in het hotel hoor ik berichten over Khadaffi die in het nauw wordt gedreven, maar de televisie staat afgestemd op een Arabische variant van MTV. In Libanon wil men niet weten wat er buiten gebeurd. Hier danst men en feest men tot het ochtend wordt en een volgende onrustige dag begint.

3 Comments
  • harry

    Hoe heet het ook weer “dansen op de vulkaan”totdat hij een keer weer uitbarst, dat is de tragiek van een land als Libanon.
    Maar ja wat wil je dan,ieder land daar in de omgeving probeert daar invloed uit te oefenen en de burgers kunnen barsten , net als de half miljoen palestijnen die er wonen en nergens heen kunnen.
    Helaas vrees ik voor Libanon dat deze situatie nog heel lang zal voortduren, namelijk dat de verschillende groepen geen gemeenschappelijk doel hebben om van dat land een gemeenschappelijk land te maken waar iedereen goed kan wonen.
    Maar als iedere groep alleen maar aan zijn eigen belang denkt, zal dit voorlopig wel een utopie blijven.

    Beantwoorden
  • Harry Huizing

    deze keer heb ik de hele colum gelezen , gaat zo door wijfie of is het wijffie ach laat mij meid tikken weet ik zeker dat het goed is

    goeie

    Beantwoorden
  • Relea

    Dansen op de vulkaan…

    Beantwoorden

Geef een reactie

X