Blog

01 mrt / Feesten in Sengal om een volgende stap uit te stellen

Na studie in het ‘vreselijk racistische’ Europa, keerden deze jongeren terug naar Senegal

Jeugdcultuur is dankzij sociale media en globalisering universeel

Ze studeerden in Europa en kwamen met ambities terug naar Senegal. Daar vallen deze jongeren in de kloof tussen westerse verworvenheden en familietradities.
De Volkskrant – 8 februari 2017. 

De houten tafel buigt onder het gewicht van de tientallen flessen Gazelle bier, 660 ml. per stuk. Op de grond stapels lege flessen en platgedrukte halveliter-blikken, uit een bluetooth-speaker galmen reggae en Afromix. De geur van wiet vult de krappe binnenplaats. High en ver voorbij dronken dansen een paar mannen traag op de muziek. Anderen klappen en zingen. Sommigen zijn moslim, anderen christen, maar dat maakt in uiterlijk of gedrag geen verschil. God lijkt in beide gevallen ver weg op deze plek.

Af en toe neemt een meisje stilletjes plaats aan het eind van de tafel. Ze rookt verveeld een sigaret en drinkt een paar biertjes. Dan staat ze op en vertrekt met een van de jongens naar een van de stoffige kamers in dit vervallen herenhuis op Isle de Goré, het voormalige slavenhandelaarseiland voor de kust van Dakar, Senegal. Niemand die er hier van opkijkt als twee mannen met twee vrouwen in dezelfde kamer verdwijnen. Ze doen het niet samen, maar gewoon naast elkaar.

‘Mounir, eet wat pinda’s, het is goed voor je sperma.’ Gilbert schuift me een zakje gebrande pinda’s toe. Een luid schaterlachen. Dan volgt een onsamenhangend gesprek over welke natuurlijke lustopwekkende middelen de Senegalese keuken rijk is. Geitenballen bijvoorbeeld. Goed voor zowel het sperma als de seksdrive.

‘Mounir, pas op hè, de meisjes van Dakar zijn echte hoeren. Ze neuken alles wat los en vast zit. Dus let op dat je niet ziek wordt. Kijk, als je haar vingert…’ De oudste van het stel maakt wat snelle handgebaren en houdt z’n vingers vervolgens voor z’n neus. ‘Moet je goed ruiken of ze geen ontsteking heeft.’

High fives, gebrul. En meer anekdotes, die ik in de krant niet zal herhalen. Na twee jaar ben ik terug in Senegal, op uitnodiging van Awa (24), een Senegalese vriendin met wie ik ooit een relatie had – voor mijn coming-out als genderqueer en mijn aankondiging van een transitie naar de man die ik van binnen altijd al was. Ik leerde haar kennen tijdens een Amsterdamse feministische queeravond in krakersbolwerk Vrankrijk. Zij was als student hernieuwbare energie op uitwisseling in Nederland.

Racistisch Europa

Na studie in het 'vreselijk racistische' Europa, keerden deze jongeren terug naar Senegal
© Mounir Samuel

Nu is ze terug naar haar familie, weg uit ‘dat vreselijk racistische’ Europa, en droomt ze ervan de energievoorziening en afvalverwerking in Senegal te verduurzamen. Het is niet ongebruikelijk voor de gegoede midden- en bovenklasse van Dakar om in het buitenland te studeren. In West-Afrika ligt de toekomst, daar wordt geïnvesteerd en gebouwd, daar ligt het kloppend hart van de familie.

Benieuwd naar haar leven arriveer ik in Dakar, waar Awa’s familie mij als een broer verwelkomt. De onderlinge banden zijn hecht: een vriend van één is een familielid van allen. Onze vroegere escapades zijn hun onbekend. Haar neven komen me luid toeterend met de familieauto ophalen. Tijdens de feestdagen ga ik meerdere familiehuizen af. En als het huis te klein blijkt om mij te herbergen, omdat er ook nog familie uit Benin en Burkina Faso overkomt, trekt Awa’s moeder er op uit om een alternatief onderkomen voor ‘haar zoon’ te inspecteren.

Het beeld van een verloren generatie doemt op

Maar Awa zelf tref ik in Dakar dronken en stuurloos aan. En ze is niet de enige: hoe langer ik in Senegal verblijf en hoe meer leeftijdsgenoten ik ontmoet, hoe pijnlijker het beeld opdoemt van een verloren generatie. Awa had grootse plannen toen ze terugkwam, maar is nog steeds niet afgestudeerd. Constante familieverplichtingen en het vele feesten staan het schrijven van een scriptie in de weg. Maar ze worstelt ook met haar geaardheid, en met een afwezige vader die haar als klein kind bij haar moeder achterliet; bijna alle jongeren die ik ontmoet, hebben gescheiden ouders of een overleden vader.

Zoals ook Elisa (24), die tijdens haar studie in Canada ontdekte dat ze op vrouwen valt. Eenmaal terug onder moeders vleugels deed ze een zelfmoordpoging. ‘Ik heb al vier jaar niet meer gebeden’, biecht ze me op. ‘Ik ben boos op God, waarom heeft Hij mij dit aangedaan? Hij weet dat dit met mijn strikt katholieke familie volledig onmogelijk is.’ Ze heeft nog nooit een vrouw gekust, bang als ze is om ‘de deur open te zetten’. Seks met mannen heeft ze wel, met tegenzin.

Niemand van de mannen aan tafel weet van Awa’s lesbische relatie met een Duitse vrouw. Ze speelt zo overtuigend hetero dat zelfs ik begin te twijfelen.

Na studie in het 'vreselijk racistische' Europa, keerden deze jongeren terug naar Senegal
© Mounir Samuel

Flatscreens

Ongetrouwde meisjes mogen tot diep in de nacht uit

Het is een interessant inkijkje dat ik in de middenklasse van Senegal krijg. Het contrast tussen welvaart en traditie is groot: in de kamers staan enorme flatscreens, het interieur is van alle gemakken voorzien, maar we eten met de hand, op de koude tegelvloer. Ongetrouwde meisjes mogen tot diep in de nacht uit en nachtenlang in villa’s aan het strand verblijven, zolang ze maar vergezeld worden door een mannelijk familielid. Ongetrouwd en alleen het huis uit – dat is voor zowel mannen als vrouwen onmogelijk.

Niemand die mij vraagt waar ik vandaan kom of die veel interesse toont in mijn land van herkomst. Familie is familie en daar horen dus ook vrienden van de familie bij. ‘Je weet nooit wie je kunt vertrouwen, dus doen we alles binnen de clan’, legt Awa uit. Dit betekent een hoop verplichte en minder verplichte familiebezoeken en een dubbelleven. Er is veel waar niet over gepraat wordt; de vriendinnetjes en scharrels, de drugs en het alcoholgebruik. Sigaretten en aanstekers worden verborgen als Awa’s moeder binnenkomt, schuift m’n vriendin de vloeitjes voor haar joints snel onder haar bed.

Drie dagen verblijf ik op Goré, waar ik toekijk hoe mijn ‘familie’ drinkt en blowt tot de volgende ochtend, om na twee uurtjes slapen weer door te gaan. Eenmaal terug in het familiehuis praten ze over het strand en het indrukwekkende uitzicht, terwijl ze in werkelijkheid niet verder zijn gekomen dan de binnenplaats die blauw stond van de rook.

De hedendaagse jeugdcultuur is dankzij sociale media en globalisering universeel

Voorhuwelijkse seks

Mounir Samuel in Dakar.
Mounir Samuel in Dakar. © Daman Diawara

Het zijn twintigers of dertigers, maar niemand is getrouwd of heeft daar plannen toe. Ze werken zo nu en dan en teren op het geld van hun familie. Ze doen me denken aan middenklassejongeren die ik tijdens reizen door het Midden-Oosten ontmoette. Ze zijn rijker dan hun ouders dat in hun jeugd ooit zijn geweest, verzekerd van connecties en een groot sociaal vangnet, maar ze leven roekeloos en worstelen vaak met pijnlijke geheimen: voorhuwelijkse seks, een relatie met een andersgelovige, of een afwijkende geaardheid.

Tussen de middenklassejongeren in Beiroet, Caïro, Teheran, Kampala en Dakar bestaan pijnlijke parallellen. Uit verveling, vluchtgedrag of een combinatie van beide, roken en drinken ze, hangen ze urenlang bij elkaar om vooral niet naar huis te hoeven, lopen ze flinke studievertraging op en stellen zo een huwelijk en volwassen leven uit. Zelfs aan elkaar durven ze dikwijls niet hun ware gezicht te tonen, omdat de ander vaak lid van dezelfde of een gelieerde familie is. Het is alsof ik weer terugben bij mijn eigen achternichten in Egypte of bij mijn islamitische ex-vriendin in Nederland, die nog steeds thuis woont, haar geaardheid angstvallig verbergt en jarenlang haar studie rekte om vooral geen volgende stap te hoeven zetten.

De hedendaagse jeugdcultuur is dankzij sociale media en globalisering universeel; ook in de straten van Caïro of Dakar lopen hipsters, ook in landen waar dat volstrekt haram is wordt er op technofeesten gedanst onder invloed van pilletjes. Maar er is één levensgroot verschil tussen de westerse en niet-westerse jeugdcultuur. De ene vindt plaats in betrekkelijke openheid, de andere in volledige beslotenheid. Voor we van de binnenplaats naar huis terugkeren, moeten we flink kauwgom kauwen, een liter water drinken, de wietgeur met parfum en deodorant verdrijven en ons braafste gezicht opzetten.

Om privacyredenen zijn de namen in dit artikel gefingeerd.

Mounir Samuel (Amersfoort, 1989) is auteur en politicoloog en heeft Egyptische wortels. Hij schrijft over maatschappelijke veranderingen en sociale revoluties, onder meer voor De Groene Amsterdammer. In 2016 verscheen zijn debuutroman Liefde is een rebelse vogel.

Een roman voorbij de grenzen en de hokjesgeest van mainstream literatuur, geografie, kleur, gender en seksualiteit doorbreekt. Liefde is een rebelse vogel. Voor meer informatie klik HIER.

“De boodschap? De liefde opent je hart en je blik. Ze laat grenzen vervangen.” De Boekenkrant.

Geef een reactie

X