Blog

25 jan / Even een quotje halen…

Het was Joris Luyendijk die met zijn boek het zijn net mensen het balletje aan het rollen bracht. De berichtgeving vanuit dictaturen in het algemeen en het Midden-Oosten in het bijzonder, is waardeloos. De correspondent of verslaggever weet niets. Er zijn geen feiten, data, of betrouwbare rapporten. De correspondent beheerst de taal amper of niet, wordt gestationeerd in een regio zo groot als twee continenten en dient van elk boerengat en elke interne strubbeling af te weten, hoewel hij vaak ook niet meer weet dan wat hij ziet op CNN en Al-Jazeera of wat hij leest aan ANP-berichten.

Twee jaar geleden ging ik naar een debat tussen Joris Luyendijk en Robert Fisk (beroemde Britse verslaggever voor de Independent die al dertig jaar in het Midden-Oosten is gestationeerd) in Rotterdam, om meer over Het zijn net mensen te horen. Wat ik al dacht, werd door Fisk bevestigd: verslaggeving vanuit dictaturen is niet onmogelijk, maar vraagt om creativiteit en eigenzinnigheid. Slaafs in je hotel wachten op het volgende persbericht leidt inderdaad tot belabberde en onkundige verslaggeving.
‘Maar wat deed je daar dan ook. Waarom ging je niet op reis?’ brieste Fisk terwijl hij Luyendijk geringschattend aankeek.

‘Dat kon niet!’ riep Luyendijk. ‘Er was geen geld en ik kon ook niet overal tegelijk zijn.’

‘Natuurlijk niet. Maar dat hoeft ook niet… je moet daar zijn waar het nieuws is… Je moet voor de troepen uitlopen en niet als laatste achter ze aan sjokken.’ Zo sprak de veldheer van de journalistiek.
Luyendijk liet zijn schouders hangen, om een half uur later grijnzend zijn boeken te signeren.
Deze week las ik Het maakbare nieuws: antwoord op Joris Luyendijk – buitenlandcorrespondenten over hun werk onder redactie van Monique van Hoogstraten en Eva Jinek. Ik had het boek voor €4,95 op de kop getikt. Een koopje. Het is wel sprekend dat dit ‘antwoord’ niet meer dan drie drukken beleefde. Het zijn net mensen is maandenlang een bestseller geweest en is nog steeds in elke Ako of Bruna te vinden.

In Het maakbare nieuws staan boeiende en vlot geschreven essays van zo’n beetje elke bekende journalist en correspondent die Nederland kent – van Conny Mus, Tim Overdick, Paul Sneijder, Step Vaessen en Bram Vermeulen tot Joris Luyendijk zelf.
De schrijvers prijzen Joris Luyendijk voor het aanzwengelen van de discussie, hoewel een zekere vorm van persoonlijk competitie en gekrente eerzucht niet uit de lucht lijkt. De correspondenten zijn ook kritisch. Joris Luyendijk was geen journalist, hij was een wetenschapper die opeens tot correspondent werd gebombardeerd, hij woonde nog geen jaar in Cairo of werd opeens over een gebied gesteld van Marokko tot Iran. Hij kende de kneepjes van het vak niet. Hij had te hoge ambities, journalistiek gaat niet over feiten en data maar over de persoonlijke verhalen. Allemaal waar.
Maar toch weet het boek mij niet gerust te stellen. Er is namelijk wel een groot gebrek aan materieel, kundigheid, geld, tijd en zendruimte. Stuk voor stuk beklagen de journalisten zich over de weinige journalistieke vrijheid die hen tot hun beschikking staat. De tijdsdruk. Het feit dat ze zelf hun stukken moeten filmen en monteren waardoor er geen tijd voor veldonderzoek overblijft. Step Vaessen verteld hoe ze heeft moeten smeken om een post in Indonesië en toen ze er eenmaal zat, gevraagd werd de situatie in Manilla op de Filipijnen uit te leggen – hoewel ze nooit voet op Filipijnse bodem had gezet en er niet meer van wist dan elke willekeurige Nederlandse krantenlezer. Onthutsend.
Dezelfde Step Vaessen is nu hoofdredacteur van Al-Jazeera English.

Ik citeer: ‘Al-Jazeera heeft elk bureau de meest geavanceerde apparatuur gegeven zodat we vanaf iedere plek op de wereld een reportage kunnen doorsturen of ‘live’ verslag kunnen doen. Mijn persoonlijk hoogtepunt was een kruisgesprek op 2000 meter in de hooglanden van het ontoegankelijke Papua. De Indonesische regering had ons na lang aarzelen toestemming gegeven om Papua in te gaan. Om daar te komen, moesten we een vliegtuigje charteren. Dat kan bij Al-Jazeera omdat we een ‘unreported story in a underreported region’ gingen maken en het budget dit toelaat (…) Maar los daarvan: bij Al-Jazeera voel ik me weer journalist. Ik heb een cameraman (die mijn rapportages ook monteert) volledig tot mijn beschikking en kan me dus helemaal toeleggen op de inhoud van de berichtgeving (…) Al-Jazeera English wil een nieuwe kijk geven op de wereld. Een wereld die groter is dan de Vernigde Staten, Europa en het Midden-Oosten. Een wereld waar meer aan de hand is dan we te zien krijgen via westerse zenders. (…) De zender probeert Afrika op de kaart te zetten met correspondent in alle grote plaatsen en Azië is prominent aanwezig met bijna honderd journalisten in Kuala Lumpur. De Aandacht voor Afrika en Azië brengt sommigen in het Westen ertoe Al-Jazeera English schamper te omschrijven als ‘Derde Wereld-televisie’. Wat ze dan lijken te vergeten is dat het grootste deel van de wereldbevolking in die derde wereld woont en nu via de moderne communicatiemiddelen bediend wordt van nieuws uit de eigen achtertuin.’

Nu heeft Al-Jazeera natuurlijk een veel groter budget en hele andere doelstellingen dan de NOS, Radio 1 of de Volkskrant. Maar Step Vaessen heeft hier een punt. Veel van wat wij op het Achtuurjournaal zien heeft te maken met redactionele keuzes en het stellen van prioriteiten. Iedereen begrijpt dat één correspondent voor heel Zwart-Afrika te weinig is, toch is dat de realiteit.
De wereld is te internationaal en verandert te veel en te snel om gebrek aan kennis en informatie te kunnen permitteren. Toch zijn dat de keuzes die Nederlandse verslaggevingsindustrie maakt. Hoewel de Derde Wereld belangrijker wordt, neemt de verslaggeving uit dat gebied af. De overstromingen in Australië kregen drie weken de aandacht, terwijl een veel dodelijkere waterstroom in Brazilië niet verder kwam dan een kort berichtje en een voetnoot. Of zoals Bram Vermeulen stelt: ‘Buitenlandcorrespondenten proberen met alle beperkingen die ze hebben, de poorten van Nederland nog op een kier te zetten in een tijd van grote zelfobsessie. De navelstaarderij valt samen met grote bezuinigingsoperaties. In de afgelopen vijf jaar zag ik de ene na de andere krant zijn correspondente uit Afrika terugtrekken. Migratie, islamisering, terrorisme. Al die agendapunten in Den Haag vinden hier hun wortels. Maar who cares. Nederland heeft al druk genoeg met zichzelf.’

Of oorlogsverslaggeefster Mina Nijnhuis: ‘Dat media hun budgetten in de gaten moeten houden en moeite hebben met de exorbitante verzekeringspremies en andere grote uitgaven die het werk met zich meebrengt, is alleszins begrijpelijk. Maar soms lijkt het wel alsof die bezwaren een eigen leven zijn gaan leiden en belangrijker geworden zijn dan het verhaal zelf. Alsof de beslissing om al dan niet medewerkers te sturen eerst bepaald wordt door de risico’s en de kosten en vervolgens pas door de importantie van het verhaal – een bureaucratische volgorde die strijdig is met de aard van het journalistieke vak. Het duidelijkste voorbeeld is de berichtgeving over Afghanistan (…) toen in 2006 de Nederlandse militaire missie in Uruzgan van start ging. Het duurde maar liefst anderhalf jaar voor er een eerste ‘standplaats Kabul’ kwam.’

Media en politici volgen elkaar in een kat en muis spel om zendtijd en ‘quotjes’, waarbij de toeschouwer wordt meegesleurd in een steeds verder gaand provincialisme. In de plaats van het informeren en verbreden van de horizon van de kijker, voedt de kijker de onwetendheid, vooroordelen en het groeiende egoïsme in Nederland.
Zowel in het zijn net mensen als in het maakbare nieuws staan prachtige voorbeelden van goede degelijke journalistiek. Er staan ook tig voorbeelden van afschuwelijk prutswerk. Journalistiek kan zo goed zijn als de redactie en de journalist zelf wil… Uiteindelijk is hel allemaal een kwestie van het stellen van de juiste prioriteiten…

(Overigens treffend dat in het Achtuurjournaal van 25 januari de grote demonstratie in Caïro niet meer was dan een persberichtje van 20 seconden, terwijl Nederlands ‘nieuws’ 20 minuten kreeg. En dat terwijl een opstand in Egypte grote repercussies heeft voor de hele regio en uiteindelijk altijd weer terugslag heeft op de (stabiliteit van de) EU – zeker nu er in Europa zoveel miljoenen Arabische migranten wonen. Er zal wel weer geen correspondent ter plaatse zijn geweest…)

Geef een reactie

X