Blog

01 dec / Essay Letter & Geest – “Gooi open die kerk!”

Dit essay van mijn hand verscheen in de bijlage van Letter & Geest op 1 december n.a.v. de verschijning van mijn nieuwste boek “Dagboek van een zoekend christen” (Ark Media) – voor een voorproefje klik hier

Hij kijkt vroom, schikt zijn zwarte toga, zucht even, kijkt zijn gehoor met een scherpe blik aan en draagt dan plechtig de overbekende tekst voor.
“Hoor, Israël de HEERE onze God, de HEERE is één en gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben, nog enig ander gesneden beeld.”
De stem van de predikant uit de kerk van mijn jeugd achtervolgt me nog steeds. Ik kan niet aan de Tien Geboden denken zonder die hoge kansel in die kale kerk te zien. Met haar mannenbroeders en Statenvertaling, met Psalmen en het wanstaltige orgel. En altijd weer die Tien Geboden.
Deze conservatieve kerk bezoek ik al lang niet meer. Toen ik dertien was, bleek ik een ernstige oogziekte te hebben. Van de kerk hoorde ik niets, de dominee durfde me niet eens aan te kijken en geen ouderling bezocht ons gezin.
Ik besloot op zoek te gaan naar iets anders. Ik bezocht jeugdbijeenkomsten, bidstonden, aanbiddingsconcerten, christelijke campings en werkte zelfs als presentator in een grote jeugdkerk. Ik zag gelovigen die sidderend en bevend ‘in de Geest vielen’, en vroeg mezelf af of al dat spirituele vuurwerk nou door God kwam of door een tekort aan slaap, een overdosis aan opzwepende muziek of het gebulder van de spreker.
De boodschap die tijdens deze massale ontmoetingen verkondigd werd, raakte me ecgter wél. Voor het eerst hoorde ik van een genade zonder ‘maar’ en een vrijheid die niet in geboden te vangen viel. Dacht ik.
Opgetogen stortte ik mij op de evangelische bevrijdingstheologie. Muziek en nieuwe media gaven een boost aan aanbidding, dankzij de slimme organisatie bleef geen bezoeker ongezien. Het voelde heerlijk, als een warm bruisend bad. Tot er afwijkende opvattingen de kop opstaken. Een kritische geest hoort niet thuis in megakerken die leven bij de gratie van dominante leiders die hun schaapjes meeslepen op de dromerige klanken van synthesizers en het gefilterde licht van discolamp en rookmachine.
Ik ontdekte dat de vorm van de charismatische vieringen nieuw en anders is, maar het uniformisme en de hiërarchie zijn er nog sterker dan in de traditionele kerken. Het credo ‘we zullen je nooit veroordelen’ bleek steevast het startpunt om een kersverse gelovige in de juiste richting te duwen. Doop en bekeer u, niet naar het beeld van God, maar naar het beeld dat wij van God hebben gemaakt.

Mijn queeste ging verder. Als vijftien-, zestienjarige las ik dikke theologische werken, trok me terug in kloosters en werd actief voor een katholieke hulporganisatie in Rome – rechtstreeks verbonden aan het Vaticaan.
Geleidelijk greep ik terug naar mijn Egyptische wortels – mijn vader is Egyptenaar. In de eeuwenoude mystiek en klassieke liturgie van de Koptische orthodoxe kerk ontdekte ik de heiligheid van God. In de arme volkswijken van Caïro leerde ik in wonderen te geloven, in de eeuwenoude erediensten in Ethiopië stroomden de tranen me over de wangen. Maar ik ontdekte ook dat de eeuwige waarheid van de oosterse traditie onlosmakelijk verbonden was met het oer-conservatisme van zijn gelovigen.

Tien jaar en heel wat kerkelijke omzwervingen later ben ik op een dood punt beland, een doodstil punt. Ik ben een zoeker geworden. Aan Gods bestaan twijfel ik niet, wel aan de intenties van Zijn gelovigen. En ik voel me nog steeds niet geliefd en geaccepteerd als uniek schepsel en kind van God.
Hoe kunnen de kerken zich ontworstelen aan het dilemma tussen verstarring en beleving? De protestantse kerk (PKN), waar de kerk uit mijn jeugd nu bijhoort, is ten prooi gevallen aan een diepe existentiële crisis. Of zij houdt onveranderlijk vast aan haar oude dogmatische wortels, of zij geeft zich over aan grenzeloze vrijzinnigheid. In beide gevallen mist ze aansluiting bij de behoeften van de (post)moderne mens. Van mij. In beide stromingen blijft de liturgie strak en conservatief terwijl de kern van het geloof en de essentie van het Evangelie worden verdrongen door respectievelijk krampachtig kerk-zijn of juist niet langer op een kerk willen lijken. Een kerk die zich openlijk afvraagt of God wel bestaat en de Bijbel tot een interessant literair verschijnsel maakt, reduceert God tot een menselijk bedenksel dat op den duur het opstaan op de vroege zondagmorgen niet meer waard is. Zij verliest haar angel, het mysterie van de opgestane Christus, de ongemakkelijke wrijving die het geloof in een God die niet te doorgronden valt, met zich meebrengt. De conservatiefdogmatische stroming daarentegen Ondertussen dendert de wereld door en bereikt de kerk in snel tempo haar uiterste houdbaarheidsdatum.
Als er nu niets verandert, is het christendom in Nederland binnen enkele decennia op sterven na dood en verliest onze samenleving voor altijd haar diepste

We zijn zulke individualisten geworden, dat het eerste woord dat vier- of vijfjarige kinderen leren schrijven ik is: ik, een losstaand, eigen individu. Maar wie ben ik dan? Wat betekent die ik? Wie geeft er invulling aan de identiteit van onze jonge kinderen? Als onze ouders in niets geloven en niet weten waarvoor ze staan, hoe zouden onze kinderen dat dan moeten weten?
Ik geloof oprecht in een goddelijke bestemming voor ieder mens. Maar het is aan ons of wij naar die bestemming op zoek gaan en beslissingen nemen die ons dichter bij ons levensdoel brengen – of niet. Dit is het wonder van de vrije wil. Een levende en betrokken kerk kan voeding geven aan de zoekende ziel en haar volgelingen helpen hun levensbestemming te vinden.
Maar de kerk zwijgt.
Onze maatschappij is verweesd en schreeuwt om leiders met een verhaal. Het geloof biedt die noodzakelijke richting en houvast. De kerk kan het broodnodige sociale vangnet vormen in onze wankelende welvaartstaat, maar uitgerekend deze christelijke stem is verstomd. De christelijke stilte ten aanzien van de grote vragen van vandaag zoals milieuproblematiek, armoede en sociale ongelijkheid is een schande. Ons gebrek aan een uitgesproken en principieel getuigenis heeft de rol van religie in de moderne maatschappij tot nul gereduceerd.

Angst en schaamte waren lang beproefde strategieën om gemeenteleden of parochianen in het gelid te houden. Voor even… Want vroeg of laat komt de kritische geest in opstand. Dit kan een generatie duren, of tien, maar op een gegeven moment breekt het vee los, rent er een schaap over de dam en dan volgt de rest vanzelf. Dit is precies wat er in de jaren zestig gebeurde; er kwam een ontkerkelijking op gang die tot op de dag van vandaag doorgaat. Maar al eerder is de kerk ontzield geraakt. Sprankelend geloof werd door papier en inkt verstoten. Levende ervaring door ratio verdreven. Het katholicisme veranderde in een hol cultuurchristendom. Met de Bijbel, de catechismus en het pauselijke zegel in de hand preekten de katholieke en protestantse kerken eendrachtig slavernij, gedoogden zij stelselmatige uitsluiting van vrouwen, onderdrukten ze andersdenkenden en bieden ze nog steeds geen ruimte voor homoseksuelen.

Mijn stelling is dat alleen mensen die bang zijn voor de antwoorden geen kritische vragen durven stellen. De angst en het gebrek aan bereidwilligheid van veel kerken om hun theologische opvattingen en traditionele dogma’s te herzien en terug te gaan naar de diepste essentie van het christendom, nijgt naar religieus fundamentalisme. Niet God, maar religie is een heilige zaak geworden. De liturgie, Dordtse Leerregels en Catechismus hebben een haast goddelijke status gekregen. Wat we vergeten is dat God ons niet nodig heeft om te bestaan. God is. Ook zonder orgel en kerkboek, paus en dominee.

Willen we mensen weer terug de kerk in krijgen en voorkomen dat nog meer gemeenteleden vroeg of laat de kerk verlaten, dan moet zij geen geloof van angstig “gij zult niet” maar van opgewekt “u mag wel!” prediken. Hierin ligt vooral een uitdaging voor de traditionele kerken waarin sinds hun oprichting (op wat uiterlijke, veranderingen na) weinig veranderd is.

Van gebrokenheid naar heelheid, van scheiding naar eenheid, dat is de grote uitdaging voor de postmoderne christen anno nu. In mijn nieuwe boek “Dagboek van een zoekend christen” dat deze week verschijnt pleit ik voor de introductie van een nieuw, inclusief, open, christendom. Dit nieuwe christen-zijn vereist een grote ommezwaai in ons denken. Het zal geen eenvoudige weg zijn, de kerk zal verkeerde afslagen blijven nemen (zoals christenen door de eeuwen heen zo vaak hebben gedaan) maar stil zijn is geen optie meer. En dus moeten we op zoek naar een nieuwe manier van christen zijn – het christen 2.0 zoals ik dat noem. Levend en overtuigend, maar ook transparant en eerlijk.

De eerste stap op weg naar dit nieuwe christendom is een terugkeer naar de kern van het Evangelie. Het goede nieuws van de dood en opstanding van Jezus Christus is radicaal en zal altijd op weerstand stuiten. Zij is echter ook een boodschap van oneindige inclusieve liefde en genade.
De grenzeloze liefde van God en Zijn genade voor ons feilbare mensen is wat het christelijk geloof van andere religies onderscheidt, en wat ons in staat stelt bruggen te slaan. Uit liefde en genade kon ik als eerste christen in honderd jaar bidden tussen mijn islamitische broers en zussen in de Rotskoepelmoskee in Jeruzalem en op dezelfde dag mijn gebeden opzeggen naast mijn joodse broers en zussen bij de Klaagmuur. Vanuit deze geloofsovertuiging kan ik mijn hindoeïstische vrienden omarmen en mijn atheïstische vrienden koesteren. Tegelijkertijd ben ik fundamenteel anders want ik belijd Jezus Christus als mijn Opgestane Heer en richt mijn gebeden tot Hem en niets of niemand anders. Over de invulling van kerkelijke dogma’s en theologische zienswijzen valt te discussiëren, over de essentie van het Evangelie niet.

De tweede stap is het erkennen van de diepe pijn die de kerk haar volgelingen door de eeuwen heen heeft berokkend – en blijft toebrengen.
Niets heeft mij zoveel pijn gedaan als de veroordeling, walging en afschuw van hen die zich mijn broeders en zusters in Christus noemen. Soms word ik midden in de nacht wakker en huil om alles wat is gezegd en nog meer om alles wat is verzwegen. Het wordt tijd dat de kerk, alle kerken eigenlijk, op de knieën gaan en haar zonden belijden: het onrecht dat zwarten is aangedaan, kleurlingen, vrouwen en kinderen, andersdenkenden en andersgelovigen, wetenschappers en vrije geesten, homo’s en lesbiennes, biseksuelen, transgenders, transseksuelen, queers en al die hetero’s die niet mochten houden van wie ze hielden en daarmee ook de liefde voor henzelf werd ontzegd.

De derde stap is niet langer kijken naar dat wat verdeelt, maar wat samenbindt – als kerken onderling, maar ook als kerk en alles wat daarbuiten ligt. We zijn allen schepselen van God die mogen rekenen op Zijn (of Haar?) onvoorwaardelijke liefde.

Het wordt tijd dat de kerk leiderschap toont. Dat wij leiderschap gaan tonen. Iedereen die zich christen noemt is gewild of ongewild de kerk. Ik als gelovige ben deel van de gemeente van God en zal dus als gelovige mijn verantwoordelijkheid moeten nemen en leiderschap moeten tonen op de plaats en plek die God mij heeft toebedeeld.
Het is zoals de vrouwelijke pastor Bridget Willard schreef: “Kerk is niet waar je samenkomt, kerk is geen gebouw, kerk is wat je bent. Laten we niet naar de kerk gaan, laten we de kerk zijn.”

15 Comments
  • Recensie Staat Geschreven

    […] boek van Staat Geschreven heeft raakvlakken met het essay van schrijfster en politicologe Monique Samuel dat 1 december in dagblad Trouw verscheen. In haar […]

    Beantwoorden
  • Ellen

    Ook dit weer prachtig, dichtbij geschreven. Heel inspirerend. Dank je!

    Beantwoorden
  • Oebele

    Ik mis in de bonte stoet geslachtelijke exoten die ergens onderaan in dit essay met smaak en kennis van zaken wordt opgevoerd nog dé proletariër bij uitstek die onder het juk van de kerkelijke bourgeoisie moede zucht, een vreemde vogel die nog hoop put uit het bijbelwoord dat alleen zij die worden als een kind het koninkrijk Gods mogen ingaan: de pedo als nieuwe dodo.

    Beantwoorden
  • Spraakmakende boeken bij Ark Media | Vrijspraak

    […] de voorpagina van dagblad Trouw – haar essay verscheen in Letter & Geest en kun je ook op haar eigen blog […]

    Beantwoorden
  • Rick Jansen

    Mooi geschreven, Monique. Een duidelijke hartenkreet met liefde voor de kerk. Ik herken sommige ervaringen van jou. Ik heb zo mijn bedenkingen over uitingen binnen charismatische kringen, ook al ben ik op en top pinksterchristen. Opgegroeid in de toenmalige Gereformeerde kerk herken ik de moeite en het zoeken dat in die kerk gaande is.
    Zelf ben ik nu jaren bezig in onze wijk om daar iets nieuws te doen met Villa Klarendal – http://www.villaklarendal.nl. Maar ook als je van onderop een nieuwe kerk begint, merk je hoe snel je al weer in exclusiviteit -wie hoort erbij en wie niet- terecht komt. Wij willen inclusief werken en leven. We werken in en voor onze wijk -Klarendal Arnhem-. Maken geen onderscheid tussen mensen. Hebben als basisgedachte “je mag komen zoals je bent”, wat ook betekent dat je mag weggaan zoals je bent en wanneer je wilt. Wekelijks hebben wij een “brunch en viering” (op de 1e zondag van de maand een diner). Ook daar weer: mensen mogen komen naar de brunch, maar moeten niet blijven bij de viering. Toch zijn sommigen daar zo enthousiast over, dat ze anderen willen overhalen te blijven. Dat voelt dan weer als dwingen.
    Een open kerk waar iedereen welkom is ongeacht afkomst, religie of geaardheid blijft in de praktijk heel lastig. Veel hangt af van ons geloof in God. Hij is immers degene die mensen verandert, niet wij.

    Beantwoorden
  • Carla R.

    Beste Monique,
    Heel veel wijsheid en zegen gewenst bij je zoektocht naar een kerk/kerkelijke stroming, waar je christen kunt zijn met heel je hart, ziel, verstand en gevoel.
    Moge de God van de vrede (…) u toerusten met al het goede, zodat u zijn wil kunt doen. (Hebr.13,20)

    Keep your head up, keep your heart strong.

    Beantwoorden
  • Sauli J. Esau

    Dit is ’n wonderlike en insiggewende artikel. Dit spreek tot my frustrasie wat ek in die kerk ervaar!!

    Baie dankie.

    Beantwoorden
  • Peter

    Hoi Monique,
    De afgelopen dagen heb ik dit stuk en wat je in Trouw schreef en het kleine beetje dat ik heb kunnen lezen van de voorpublicatie uit je nieuwe boek, wat op mij in laten werken.
    En dan kom ik tot de volgende reactie: je stuk in Trouw is heel breed, stelt veel zaken aan de orde en waaiert breed uit. Het leest als eem soort kort verslag van de onderzoekingen in de christelijke traditie die je in de loop der jaren ondernomen hebt. En dat is heel wat, en al op jonge leeftijd. Chapeau !
    Vervolgens stelt zich de vraag wat dat nu uiteindelijk heeft opgeleverd. Je weet ruimschoots wat je iet wilt, en waar je je niet bij thuis voelt. Dat is duidelijk. Die gebieden heb je ook ruimschoots verkend.
    Als ik me niet vergis, schrijf je ergens dat je nu in een soort leegte zit. Wat nu? Hoe nu verder ? Uit jouw stuk mAak ik ook op dat jouw twijfel ook bij de christelijke traditie zit.. Kan ik wel zoald ik ben kind van God zijn, en volwaardig meedraaien in de christelijke traditie en kerk in al zijn/haar breedte.
    Goede vraag. Als ik wat mag formuleren, is dat een hele normale vraag van mensn van jouw leeftijd. Dus dat is niets ernstigs. Op een dieper niveau schrijft Johannes van het Kruis ook over de leegte wanneer de eerste verrukking en schoonheid en troost van de christelijke traditie is weggevallen. Wat dan ? Hoe dan verder? Ook in die zin is jouw vraag dus een normale vraag.
    Uiteindelijk wordt dan mijn vraag: wat is jouw persoonlijke toegang tot de christelijke traditie ? Je hoeft mij daar geen antwoord op te geven, het is een vraag voor jouzelf.. Is dat de Bijbelverhalen, is dat het ritueel van de liturgie, zijn dat eeuwenoude teksten, is dat hulpverlening ( diaconaat), is dat bevrijding en politike actie vanuit een kritisch begrip van de christelijke traditie? Of nog weer anders?
    Aan de ene kant lijkt het mij vreemd als jij zoals jij bent niet ergens in die brede christelijke traditie een pekje zlu kunnen vinden, waar jij Monique kunt zijn, en tegelijk voluit christelijk en kerkelijk.
    Aan de andere kant lijkt mij dan de beginvraag wat jouw eigen toegang tot die taditie is. Waar start het in jouzelf ? Wat is de toegang door welke God of de Heilige Geest tot ou spreekt?
    Anders gezegd: je kunt jouw stuk ook zo lezen dat je een stuk negatieve theologie in de klassieke zin van het woord geschreven hebt.. Waar God niet is, waar die toegang niet is, wat niet God is. In klassieke termen heet zo n theologie een ‘apofatische’ theologie, een term die je denk ik wel verstaat.
    Misschien begrijp ik je geheel verkeerd, maar wellicht is dit de richting waarin je het zou kunnen zoeken. Want wat Thomas van Aquino noemt het ‘ Desiderium Naturale’ , het verlanfen van het schepsel naar zijn/ haar shepper, is onderhuids in al jouw stukken weld degelijk aanwezig.

    Als uitsmijter nog een tekst van Johannes van het Kruis uit Taize: el alma qu’ and’ en amor, ni cansa ni se cansa..

    Beantwoorden
  • stefan ram

    beste monique
    laten we stoppen te willen voorkomen dat de kerkgebouwen leeglopen, maar Christus’ Geest bevrijden van de gevangenissen die we voor Hem gebouwd hebben en erop vertrouwen dat Gods tempel, ook in ons, binnen drie dagen herbouwd zal worden. Laten we echt gaan geloven in de verrijzenis van Christus, ook in onszelf. Met dat vertrouwen zal het door jou gezochte nieuwe leideschap kunnen opbloeien en het besef doordringen dat God één is met ons en wij één met Hem. Dat wij altijd al geliefd waren en dat ook altijd zullen zijn.

    Beantwoorden
  • Sietze

    Beste Monique,

    Een prima stuk in Letter en Geest van afgelopne zaterdag. Ik heb het een paar dagen laten liggen om het te laten bezinken, er zijn allerlei verschillen tussen jou en mij, hoe zou het ook anders kunnen, maar ook nu zeg ik : “Ëen prima stuk”, vooral wat je onder stap 1 zegt. Uit het hart gegrepen. Je stuk werkt ook door. Afgelopen zondag waren wij in de Grote Kerk in Dordrecht – een open kerkelijke gemeente !!! – en aan de preek was te merken dat de predikant jouw artikel gelezen had. Dat vroeg ik hem na de dienst en het bleek zo te zijn. Zijn reactie was: en dan nu concreet, vertaal de emotie in beleid. En de ouderling van dienst die naast hem stond zei: “Wij zouden haar moeten uitnodigen”. Zou je daar voor voelen?
    Er liggen binnen de kerk allerlei kansen. Bijv. in het brede midden van de Pro.t Kerk waar veel gemeenten zijn die doen wat jij wil. Het is niet alles kommer en kwel. Maar de weg naar herstel is lang, zoals jij ook al schreef. Wat vind je van het idee naar Dordrecht te komen en de koppen bij elkaar te steken?

    Tot slot: het artikel van Hans de Geus spoort wel heel goed met dat van jou.

    Hartelijke groeten,

    Sietze Lefeber

    Beantwoorden
  • Wiebe

    Gooi de kerk open, maar over de essentie van het evangelie valt niet te discussieren. Eh, wablief? Ik moet even dringend achter mijn oor krabben. Het begon zo interessant… En dan toch nog deze onvervalst fundamentalistische uitsmijter.
    Volgens mij vind je geen eilandje waar je droge voeten kunt houden. Je houdt slechts je persoonlijke verhouding tot de religieuze overlevering over. Om met Dostojevski te spreken: de hemel is van koper, wat rest is de ingeving van ons hart. Waar deze verhouding binnen een gemeenschap van teksten, vrienden en/of geestverwanten wordt gevoed, beginnen zich mogelijk algemene tendenzen af te tekenen die wellicht de contouren vormen voor een eigentijdse interpretatie. Zo ontstaat een fundament dat in staat is om zich in de tijd te vernieuwen. Meer l’esprit de finesse dus, dan l’esprit de géométrie.
    Maar met je hartekreet die de toon zet in je stuk ben ik het volledig eens.

    Beantwoorden
  • corrie

    Dank je wel Monique,
    Een geweldig artikel, ik heb het verschillende keren gelezen, het voelde alsof ik het zelf had kunnen schrijven, (dat is natuurlijk niet zo.

    Ik denk, dat we een andere visie moeten ontwikkelen over de kerk en het Christendom, en de religie in het algemeen. Meer vanuit de esoterische (mystieke), hoek. Dan vallen alle uiterlijkheden weg, en kunnen we ons vrijer voelen in denken. Met een beetje goede wil lukt dat vast wel

    Beantwoorden
  • Hans

    Hey Monique,

    Helemaal fantastisch! Mijn vrouw en ik kennen de zoektocht ook en hebben uiteindelijk de conclussie getrokken dat het God gaat om mijn persoonlijke relatie met hem. Een profeet en vriend van ons zij altijd “iedere ketter heeft zijn letter” en dit gezegde karaktiriseerd de kerken van vandaag. Ze hebben allemaal hun teksten om aan te tonen waarom ze gelijk hebben, maar in werkelijkheid creeeren ze een wettisisme en halen ze het hart uit Gods verlangen.

    De kerk (het instituut) laat grote steken vallen, ze is gericht op zelf behoud en staat niet meer IN de wereld om het verschil te maken.
    Het beeld dat niet-christenen van christenen hebben weerspiegeld hoe slecht het gesteld is met het vertalen van Gods hart naar ALLE mensen.

    Het fascinerende is dat we niet alleen zijn, er is echt een beweging gaande van God. Ik hoor steeds meer mensen in mijn omgeving deze onvrede uiten en zoeken naar verandering. Hier onstaan ook vaak mooi dingen. Ik geloof dat God altijd bezig is om dingen beter en mooier te maken. Deze beweging, waar jij volgens mij een boegbeeld van bent, is een beweging naar verandering!

    Laat je leiden, creeer een groep betrouwbare gelijkwaardige christenen om je heen, en laat je vooral niet stoppen!

    Gr, H

    Beantwoorden
  • Sjaak

    Uit het hart gegrepen en zeer inspirerend!! Dit zal nog lang nazingen bij mij. Ik ben zelf aan het schrijven over de kerk waar ik zo lang deel van uitmaakte, maar waar ik niet meer wil zijn. Ik wil wel God blijven zoeken. Dank voor je mooie woorden, voor wie je bent. Je bent een prachtmens.

    Beantwoorden
  • fokko

    gij zult niet” maar van opgewekt “u mag wel!” prediken.
    Het is :- Bekeert u– De mens doet dit maar al te vaak u mag wel.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X