Blog

27 jan / Essay Gender-fluïditeit: Trans is the new gay

Het zijn interessante tijden. Zagen we in de 20ste eeuw de opkomst van de arbeider, de vrouw en de kleurling, in de 21ste eeuw is he tijd voor een nieuw type “exotica”. Dit zal de eeuw zijn waarin seksuele minderheden, gevangen in het brede spectrum van letter zoals LGBTQ (lesbian, gay, bisexual, transgender en queer en zo zijn er nog wel wat acroniemen) wereldwijd hun politieke een publieke entree maken. 

Voor de T van het alfabet vormde 2015 het grote doorbraakjaar; met een ware golf aan transgender-verhalen, series, films en modemodellen. Het is een trend die in 2016 onverminderd doorzet.
Trans is the new gay, à la autumn is the new spring. De mediahype die door Bruce Jenner en anderen werd ingezet, geeft de transgender een haast sexy sterallure. Geen medium dat er geen aandacht aan geeft – zelfs buiten de westerse wereld. Ook binnen de landsgrenzen volgt men met algemene verbazing, verbijstering en interesse de razendsnelle publieke opkomst van female-to-males en male-to-females die hun biologische gender inruilen voor hun inwendige aard. De snelle opmars en adaptatie aan dit nieuwe maatschappelijke fenomeen, wordt door onszelf buitengewoon tolerant en ruimdenkend bevonden.

Hoe complex en ingewikkeld een dergelijke persoonlijke, lichamelijke en vervolgens maatschappelijke transitie is wordt voor het gemak vaak vergeten. Alsof drie meisjes een magische paddenstoel eten en zo even man worden, zoals in de Scandinavische film Girls Lost van de regisseuse Alexandra-Therese Keining. Was het maar zo simpel. De eenzame pijnlijke weg die veel transgenders gaan, met alle uitsluiting en onbegrip die zij in het dagelijks leven ondervinden, verdient meer aandacht dan een magische paddenstoel. Maar als gedachte-experiment en kunstig semi-magische film is het leuk gevonden.

In werkelijkheid wil het in onze samenleving maar niet tot een daadwerkelijke discussie over de betekenis van gender en een doorbraak van de twee polen komen. Sterker nog, anno 2016, wordt er weer openlijk geflirt met de grote gender-stereotiepen. In de media en reclamewereld worden mannen steeds vaker in hun oorspronkelijke oerkracht afgebeeld, met baard, muskuslucht, grof geweven hemd en al. Een lone wolf op zoek naar vlees (al dan niet in vrouwelijke vorm) zonder verantwoordelijkheid of commitment. Vrouwen zijn daarentegen vrouwelijker dan ooit. Met lang haar (geen vrouw van mijn generatie die nog een kort kapsel overweegt), jurkjes, bloemetjes-parfum en een fixatie met een slank, gezond en vitaal lichaam (dat ook na het passeren van de 50 niet verouderd). Binnen de gay-scene vindt dezelfde ontwikkeling plaats. Met steeds minder tolerantie voor “nichterig” of “potteus”-gedrag. Je mag gay zijn, maar moet dat echt zo openlijk en bloot? Zo geef je homo’s en lesbiennes een verkeerde naam, want we willen vooral anders zijn zonder er anders uit te zien. Met als mooiste compliment: “Oh ben jij gay? Dat had ik nooit gedacht.”
Het is kortom een tijd waarin het moeilijk navigeren is voor personen die zich niet graag aan één van de twee gender-polen willen of kunnen conformeren. (En waarin overigens ook transgenders in een krap keurslijf worden gedrukt, want goed, dan zeg je man te zijn maar dan moet je je natuurlijk ook om als zodanig geloofwaardig te zijn je ook als “een typische man” gedragen).

Misschien juist vanwege die steeds sterkere polarisering is gender een catchy meta-term geworden waar geen bedrijf of medium zich aan onttrekken kan. “Daar moeten wij dus ook wat mee,’ lijken beleidsmedewerkers, krantenredacties en PR-bureaus te denken. Maar ja hoe doe je dat, iets doen met gender? De gender-hype heeft van de term een vergaarbak gemaakt; van fashion statement tot geslachtelijke stereotiepen, van seksuele beleving en seksuele identiteit tot biologische “afwijking”. Feitelijk gaat gender over alles behalve over hoe onze binaire samenleving daadwerkelijk is opgesplitst en functioneert, want dat debat vinden we te pijnlijk. Dus we hebben het graag over transgenders, in een hele trits tv-programma’s aan het gewone volk uitgelegd als mensen die nu eenmaal in het “verkeerde” lichaam zijn geboren, maar hebben weinig op met gender queers zoals ik zelf, die zich zowel man als vrouw voelen (of geen van beiden). Dat laatste is natuurlijk veel te ingewikkeld en vooral te gevaarlijk voor de overzichtelijke status quo waarin vrouwen dienen voor de schoonheid en mannen leven voor de macht.

De wereld bestaat uit twee polen: rijk en arm, hoog en laag opgeleid, man en vrouw, blank en zwart. Alles wat daar tussen zit, of van de norm afwijkt – zoals homoseksualiteit of gender pluriformiteit of de opkomst van een hoogopgeleide gekleurde bovenklasse – vormt een rechtstreekse aanval op de gevestigde orde, die in ons deel van de wereld nog steeds uitsluitend uit blanke heteroseksuele mannen bestaat.

Om dezelfde reden wordt biseksualiteit zowel binnen als buiten de gay scene al jaren afgedaan als “van twee walletjes eten”. En zijn travestieten en drag queens steeds vaker slachtoffer van geweld binnen hun eigen gemeenschap. Mannen die zich graag af en toe als vrouw verkleden (en tot ware kunstvorm verheffen), maar zichzelf niet als vrouw definiëren of zich daadwerkelijk “om laten bouwen”, kan natuurlijk niet.

Hoe ingewikkeld het is om al die lagen en facetten van het “gender issue” aan te boren, zie je ook terug in het brede scala aan films op het festival, dat wellicht wel al wat gemakzuchtig onder de hipste term der hedendaagse creatieve zaken wordt geschaard. Er wordt in de films veel ingegaan op de vleselijke aspecten van gender, ergo: het lichaam. Zo is er de korte Belgische film Andrew: a strong courageous warrior. Een artistiek autobiografisch werk van A. Liparoto over de vraag in hoeverre identiteit gefixeerd en vastomlijnd is en wat nog echt is als je simpelweg de andere gender kan acteren. Over een periode van negen maanden gefilmd in hetzelfde appartement, verwordt Abiguel (een buitengewoon vrouwelijke vrouw, verslaafd aan cosmetica en lingerie) tot Andrew (een man van weinig dingen). Mooi gefilmd. Fascinerend ook. Maar wat is zijn strijd? En met wie voert hij die? In ieder geval niet met de wereld buiten zijn kamer. Voor zover de strong courageous warrior.

Hetzelfde kan nog meer gezegd worden over het Amerikaanse egodocument Outfitumentary van K8 Hardy. Tien jaar lang filmt een zelfverklaard lesbisch feminist haar dagelijkse outfit. Alle stijlen (met bijbehorende muziek) komen langs. Opnieuw blijft de context beperkt tot binnenshuis in (door de jaren heen) wisselende kamers. Het geklede lichaam, als fenomeen op zich, kan interessante vondsten opleveren, maar dan toch vooral in confrontatie met de vooroordelen en sociale normen van het grote buiten (of de kijker, maar daarvoor wordt te weinig interactie gezocht).

Een echt gesprek (in welke kunstvorm of medium dan ook) over genderdiversiteit en ongelijkheid is niet alleen moeilijk, maar vaak ook ongewenst. Zo beperkte het luidruchtige debat rond de aanrandingsgolf in Keulen zich tot een giftige cocktail van migranten, vluchtelingen en de islam. Met geen woord repten de boze heren over de positie van de slachtoffers zelf – namelijk de aangerande en in sommige gevallen zelfs verkrachtte vrouwen en de reden van hun lange stilzwijgen en trage aangifte-stroom – en de epidemische vorm die seksueel geweld wereldwijd aanneemt.

Met de razendsnelle publieke en ook politieke opkomst van de vrouw en in haar kielzog seksuele minderheden (vooral in niet-westerse samenlevingen) en de ongekende sociale emancipatie van anderen (vooral niet-westerse vrouwen in westerse landen) is er een nieuw maatschappelijk equilibrium aan het ontstaan. Nooit eerder waren vrouwen in het hoger onderwijs zo oververtegenwoordigd (met een ultiem record in Iran waar de verhouding man-vrouw nu zelfs voorbij één-drie is). Nooit eerder waren vrouwen in zoveel landen de belangrijkste kostwinnaar (zoals in Egypte waar in de laagste sociale klassen vrouwen in meer dan zestig procent van de gevallen de broodwinnaar zijn). Nooit eerder waren zoveel jonge meisjes verantwoordelijk voor de verzorging en het onderhoud van niet alleen hun ouders, broers en zussen, maar ook van de grotere familie als geheel.

Deze enorme sociale verschuiving brengt ongekende spanningen met zich mee. Verward en in veel gevallen ontmand grijpen jongens en mannen naar hun laatste wapens: fysiek en seksueel overwicht. Hierbij moeten net alleen vrouwen, maar juist ook feminiene mannen en transgenders het ontgelden. Mijns inziens zijn niet religie of ‘achtergebleven’ cultuur de verklaringen voor het massale seksuele geweld in Egypte of India, maar vormt de snelle opmars van de vrouw en seksuele minderheden (en hun pogingen nu juist ook meester te worden van de staat en de straat) de echte verklaring voor de groepsverkrachtingen op het Tahrirplein, de gewelddadige gangrapes van jonge vrouwelijke studentes en arbeiders in India, de systematische aanvallen en verkrachtingen van lesbiennes in Zuid-Afrikaanse townships, het drogeren en verkrachten (soms met dodelijk gevolg) van Amerikaanse studenten op Amerikaanse universiteiten, de sociale druk tot seks die jonge tienermeisjes in Groot-Brittannië ervaren, waardoor de meerderheid nu hun eerste seksuele ervaring onder dwang opdoet, het rijzende illegale prostitutiebezoek in China en zo verder. De lijst is lang.
Deze ongekende complexe en vaak tegenstrijdige ontwikkelingen worden wellicht nog het beste geduid door de Indiase film Strange Love van regisseur Natasha Mendonca. In de ijzersterke aanhef van deze film wordt (zelfs nog voor de titel in zicht is) met droge ironie een grote rij ge- en verboden opgesomd die recent door de Indiase federale overheid zijn afgekondigd. Zo kent de beroemde badplaats Goa nu een bikini-verbod (“vooral voor vrouwen”) om mannen niet teveel op hol te brengen. Het is een verordening die een land als Saoedi-Arabië niet zou mistaan, of Duitsland in dat geval, waar vrouwen om verdere aanrandingsgolven te voorkomen door de Keulse burgemeester werd aangeraden een armlengte afstand van onbekende mannen te houden.

Ook over het lichaam en de rol van man en vouw, maar dan met een diepgang en pijnlijke scherpheid gaat de Italiaanse speelfilm Ariana van regisseur Carlo Lavagna. Ver voorbij het trans-issue, snijdt deze film een thematiek aan waar media en maatschappij tot vooralsnog weinig rad mee weten. Dit coming of age verhaal van een jonge vrouw die ontdekt met intersekse te zijn geboren en helemaal niet het meisje te zijn, zoals haar is aangeleerd, maakt niet alleen een discussie over de afwegingen van ouders en dokters los, maar ook over de maatschappij in zijn geheel die niet accepteert dat kinderen met een dubbel of onduidelijk geslacht worden geboren. Er moet een keuze worden gemaakt, voor hen, en wel zo vroeg mogelijk. Deze kinderen zijn echter niet in het verkeerde lijf geworden, maar in de verkeerde wereld, een wereld die hen in hun letterlijke biologische gender fluïditeit niet accepteert en die de mens nog steeds als uitsluitend man óf vrouw ziet.

Met deze brede serie aan films wordt een stap richting een nieuw maatschappelijk debat gezet. Nu maar hopen dat we niet blijven hangen bij de “uitzonderlijke ander”, maar de spiegel op durven pakken om naar de daadwerkelijke opvouw van onze “eigen ik” binnen deze wereld van vastomlijnde pasvormen, roze en blauw, barbies en brandweerautootjes, serieuze mannenbladen en gossip vrouwen glamour, durven te kijken.

Mounir Samuel (1989) is een Egyptisch-Nederlandse politicoloog, opiniemaker en auteur van verschillende boeken. Hij blogt actief over deze en andere issues, check: www.mounirsamuel.nl.


Dit essay schreef ik in opdracht van het Internationaal Film Festival Rotterdam (27 jan. t/m 7 feb). Voor meer informatie, klik HIER

Geef een reactie

X