Blog

26 mei / Egyptische presidentsverkiezingen: de grote generaal is terug

Vandaag is de eerste stemdag van de Egyptische presidentsverkieizngen. De uitslag staat al vast. Een verhaal over hoe, an jarenv an verzet tegen militaire heerschappij, het Egyptische volk opnieuw een gernaal omarmd.

Het gezicht van Nasser is terug in de straten van Cairo. Zijn trotse gelaat glimt op posters, stickers, plakplaatjes en aanplakbiljetten. Ditmaal is hij echter niet alleen. De nationale volksheld wordt vergezeld van zijn secondant, Abdel Fattah Saeed Hussein Khalil El-Sisi. De naam van de nieuwe held van de Egyptische natie wordt in één adem met die van de Egyptische oud-president genoemd. De populariteit van de gedoodverfde nieuwe president van Egypte is ongekend en haast onbegrensd. Wat dat betreft heeft de groot-maarschalk inderdaad al de statuur van de oude Nasser.
De ongekende populariteit van Sisi verrast vriend en vijand. In het licht van zijn grote voorloper is de uitbarsting van massale volksliefde voor deze generaal echter een stuk begrijpelijker. Sisi kan niet worden begrepen, zonder de heimwee en nostalgie van het Egyptische volk naar haar oude leider te kennen. Die leider werd niet alleen aanbeden, hij aanbad ook de aanbidding van zijn volk.

Toen Israël in de nacht van 5 juni 1967 met een verrassingsaanval in één klap de voltallige Egyptische luchtmacht vernietigde zonder dat zelfs maar één vliegtuig op had kunnen stijgen, bood de grote Egyptische leider Gamel Abdel Nasser – hoop der natie, held der onderdrukte volken – zijn onmiddellijke ontslag aan. Vernederd en verslagen sprak hij het Egyptische volk toe. Dat volk weigerde zijn ontslag te accepteren. Met miljoenen stroomde het de straten in en smeekte hem aan te blijven. De mateloos populaire volksheld die door eerder door de Syriërs bij oprichting van een Verenigde Arabische Republiek al met auto en al werd opgetild, overzag als een kapitein de golven van de menselijke zee. Om de mensen zo om zijn leidende hand te horen smeken veranderde Nasser’s karakter en veranderde hem in de zelfingenomen dictator die de westerse landen altijd al in hem hadden gezien en in hun ogen de aanval op Egypte en (her)bezetting van het Suezkanaal en de Sinaï-woestijn rechtvaardige. Zo werd Nasser door de Britse premier Anthony Eden “Hitler aan de Nijl” genoemd. Een opstelling die iedere vorm van dialoog of samenspraak onmogelijk maakte en uiteindelijk resulteerde in Nasser’s handreiking naar de toenmalige Sovjet-Unie.

De grote generaal Nasser, die als onderdeel van de Vrije Officiëren in 1952 de bloed-loze coup tegen de Britse overheersers initieerde, leed militaire na militaire nederlaag. Toch wist hij deze verliezen steeds in politieke winst om te zetten. De vele tegenslagen resulteerden slechts in meer sympathie en respect van zijn volk en de vele onderdrukte volken op het Afrikaanse en Aziatische (sub)continent die al even sterk verlangden naar een Arabische renaissance of de creatie van een nieuwe wereldorde vrij van kolonialisme en westerse dominantie.

Dictator van het volk
Nasser was een unieke politieke leider. Een dictator wellicht, maar een met bijzondere trekken. Anders dan de vele Arabische en Afrikaanse dictators van zijn tijd, voer hij niet blind zijn eigen koers. Verre van zelfs.

Het Egyptische volk wilde het vreselijke verlies van de naqba (“catastrofe”) van de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 ongedaan maken, dus voerde Nasser de politieke en militaire druk op Israël op – wat uiteindelijk vier oorlogen tot gevolg had.

Het Egyptische volk wilde zeggenschap over het Suezkanaal, dus besloot Nasser het kanaal te nationaliseren – een risicovolle politieke gok die tot de Frans-Brits-Israëlische inval en haast tot de val van Cairo leidde had de VS niet ingegrepen.

Het Egyptische volk verlangde naar prestige en eer, dus besloot Nasser de Aswandam en Cairo Tower te bouwen – waardoor het land tot de dag van vandaag in de greep is van internationale schuldeisers, nog los van de vele ecologische drama’s die de bouw van de ontzagwekkende stuwdam tot gevolg had (en heeft).

Het Egyptische volk wilde een eind aan de economische uitbuiting, dus lanceerde Nasser een groot landherverdelingsproject – waardoor het hele land is opgesplitst in mini-perceeltjes, de productie instortte en miljoenen werkloze boeren en mass naar de stad trokken.

Het Egyptische volk wilde dat de nieuwe generaties konden studeren, dus maakte Nasser alle vormen van onderwijs gratis – waardoor leraren chronisch worden onderbetaald, klassen overvol zitten en het niveau zo laag ligt dat ouders blauw liggen om dure privélessen te betalen.

Het Egyptische volk had woningen nodig, dus stelde Nasser grond ter beschikking – al bouwde hij veel te weinig woningen, wat een chronisch huisvestingsprobleem tot gevolg had dat tot de dag van vandaag niet is opgelost.
Enzovoorts.

In de woorden van de Arabische historicus Saïd K. Aburish was Nasser een volksdictator, die deed wat het volk hem opdroeg. Het maakte hem geliefd, maar ook grillig. Een leider die een gewillig oor had naar de vele schreeuwen van zijn volk en zich liet leiden door de waan van de dag. De heerschappij van Nasser toont ons de gevaren van ongebreideld populisme, maar ook het dilemma van volksdemocratie.
Iedere vorm van oppositie verdween achter de tralies terwijl het zwaar onderdrukte radicaal-islamisme oprukte, evenals de grijpgrage handen van Nasser’s militaire vriendjes – die anders dan de sobere volkspresident – wel van de nodige luxe en comfort hielden.

Hoe Egypte geïnfentaliseerd werd
Nasser regeerde over zijn volk, als een vader over zijn kinderen. Dit had als gevolg dat zijn volk altijd kind zou blijven en zich tot op de dag van vandaag laat opruien en manipuleren, overheersen en naar de mond laat praten, uit laat spelen en op laat zetten, zodat er maar één uitweg uit de misère is: terug naar de strenge doch rechtvaardige hand van vader die oordeelt en leidt en als een echte pater familias geen enkele tegenspraak duldt.
Na Nasser’s dramatische en onverwachtse dood nam de sociaalpolitieke koers van Egypte een hele andere wending. Het leiderschap bleef militair, maar werd steeds auto- en technocratischer van aard. Het pan-Arabische en socialisme van Nasser had afgedaan. Het liberaal-kapitalisme werd ingevoerd en er kwam vrede met grote vijand Israël. De naam van Nasser mocht en werd niet langer openlijk in aanbiddende zin genoemd.
Veel Egyptenaren – zeker die van de oude generaties – bleven echter heimelijk terugverlangen naar de grote charismatische leider en de hoop die hij in hun harten had opgewekt. Dit heimelijke verlangen overstijgt de liefde voor een leider. Veel eerder drukt zij een heimwee uit naar een Egypte waarin de christelijke bakker gemoedelijk naast de islamitische slager boerden, waar de advocaat en de kleermaker in één flat woonden, de straten schoner en vooral leger waren en men weliswaar armer maar ook gelukkiger was. Een verlangen ook naar een tijd waarin Egypte een land van betekenis was en streed tegen overheersing en inmenging door allerhande buitenlandse machten en externe groeperingen. Al deze verlangens en gebroken dromen worden opnieuw gespiegeld in één man: Abdel Fattah al-Sisi, de reïncarnatie van Nasser, kind van haast eenzelfde tijd en eenzelfde systeem.

De Moslimbroederpresident
Na een eerste publieke liefdesverklaring tussen het Egyptische volk en het leger dat weigerde op te treden tijdens de 18-daagse volksopstand tegen Mubarak, sloeg het volkssentiment snel om. In plaats van direct verkiezingen uit te schrijven, besloot de Opperste Raad der Strijdkrachten het roer over te nemen. Gezien de verzwakte en ongeorganiseerde oppositie was dit niet helemaal onwelkom. Het bood de liberaal-seculiere oppositie de kans zich op verkiezingen voor te bereiden. Maar toen in de zomer van 2011 zittend interim-president en hoogste generaal Tantawi nog steeds van geen wijken wilde weten, ontstonden er opnieuw grote volksprotesten, publieke sit-ins en tentenkampen in Cairo en Alexandrië. Het was in die tijd dat de afbeelding van Nasser voorzichtig terugkeerde in de straten en met name de oudere generaties, murw geslagen door de maandenlange onrust en onzeker over de toekomst, met steeds meer heimwee spraken over die grote leider. De volksopstand tegen Mubarak had geen leider voortgebracht en in de drie opeenvolgende jaren bleef het zicht op een leider uit. Dat wil zeggen: tot men Sisi tot de nieuwe Nasser verhief.

Uiteindelijk volgden de parlementaire verkiezingen in de periode van 28 november 2011 tot 11 januari 2012, waarbij de Vrijheid- en Rechtvaardigheid partij van de Moslimbroederschap weliswaar 37,5 procent van de stemmen won, maar vooral de politieke opkomst van de Salafistische Nour-partij met 27,8 procent van de stemmen een opvallende uitslag was. De verkiezingen verliepen een stuk minder geolied en democratisch dan veel westerse waarnemers rapporteerden. Niet alleen waren de verkiezingen een logistiek drama waarbij de einduitslag werd gemanipuleerd doordat uitslagen tussentijds bekend werden gemaakt waardoor veel kiezers uiteindelijk hun stem op “de winnende partij” uitbrachten, ook bleken stembiljetten verdwenen, voortijdig ingevuld en drongen aanhangers van de Vrijheid- en Rechtvaardigheidspartij en Nour-partij stemhokjes binnen waar ze kiezers intimideerden en vrouwen zonder hoofddoek lastig vielen.

Het regende klachten bij de Egyptische rechtbank en er ontstond een lang juridisch proces waarbij het Hooggerechtshof uiteindelijk een-derde deel van het parlement ontbond. In die tijd had Mohammed Morsi echter al in een twee-ronden stelsel met nipte meerderheid van 51,73 procent van de stemmen gewonnen. De tanende populariteit van de Moslimbroederschap was toen al sterk in de eerste verkiezingsronde merkbaar. Morsi wist in eerste instantie slechts 24,78 procent van de stemmen te bemachtigen. De meerderheid van de stemmen was verdeeld over een groot aantal onafhankelijke liberaal-seculiere kandidaten. Omdat deze stem echter over zoveel kandidaten verdeeld was kwamen in de tweede ronde Mohammed Morsi en oud-Generaal Ahmed Shafik als tegenkandidaten uit de bus. Terwijl veel Egyptische jongeren en activisten weigerden te stemmen of hun stem ongeldig maakten, verdeelden de overige kiesgerechtigden hun stem tussen de twee kandidaten waarbij veel stemmers het niet over hun hart konden verkrijgen op Shafik te stemmen die als minister-premier onder Mubarak indirect verantwoordelijk was voor het bloedvergieten tijdens de Egyptische volksopstand van 2011.

Beelden van dozen met duizenden voor-ingevulde stembiljetten in de twee nationale drukkerijen en de voortijdse uitroeping van Morsi als nieuwe president, evenals de ongelukkige verkiezingsuitslag in de eerste ronde, maakte Mohammed Morsi vanaf dag één van zijn aantreden omstreden. Zijn ineffectieve en partijdige handelen, evenals zijn lompe ondiplomatieke optreden bij regeringsbezoeken, het uitroepen van unilaterale decreten en de wildgroei aan radicale organisaties die ruim baan kregen onder zijn bewind, holde de publieke steun verder uit. Steeds vaker klonk het gerucht dat niet Morsi maar in feite Shafik had gewonnen. Het leger en de Moslimbroederschap zouden onder auspiciën van de overmatig betrokken Turkse regeringsleiders Erdogan en Güll het op een akkoordje hebben gegooid, waarbij Morsi het civiele bestuur op zich zou nemen, terwijl het leger de militaire en economische macht behield. Ideeën die door de uitgebreide ronde tafelbesprekingen tussen het Egyptische leger, de top van de Moslimbroederschap en de Turkse regeringsleiders (zonder verdere deelname van oppositie) slechts versterkt werden. Ook de liefdesverklaring van Erdogan aan het adres van zijn “islamitische broeder” en de Amerikaanse omarming van de kersverse Moslimbroederpresident, versterkte het gevoel bij het Egyptische volk dat niet zij, maar de buitenwereld over hun toekomst besloten had.

Terwijl de economie met de dag verslechterde en basale levensbehoeften zoals brood en benzine steeds schaarser werden, namen de ontevredenheid en de demonstraties steeds grotere vormen aan. Zij bleven echter ongeorganiseerd en ineffectief tot Tamarod, een jeugdbeweging die op 28 april 2013 opgericht werd door vijf activisten, een volksreferendum uitschreef. Op 29 juni – één dag voor de eerste regeringsverjaardag van Mohammed Morsi – hadden zij 22.134.460 stemmen tegen zijn presidentschap ingezameld. Veel meer dan de 13.230.131 stemmen waarmee Morsi de uiteindelijke verkiezingen had gewonnen. Dit moedigde miljoenen Egyptenaren aan om op 30 juni de straten op te gaan en de pleinen te bezetten. Net zoals ten tijden van Mubarak hoopten zij zo het leger te dwingen de president af te zetten, nu het parlement feitelijk ontbonden was en iedere verordening van het Hooggerechtshof werd genegeerd.

“Met mijn broer tegen mijn neef en met mijn neef tegen de vijand”
Het Egyptische leger had zich in de voorafgaande maanden al steeds meer van het leiderschap van Mohammed Morsi gedistantieerd en herhaaldelijk aangedrongen op overleg met de oppositie, de vorming van een coalitie van nationale eenheid en uitschrijving van nieuwe verkiezingen. Dergelijke verzoeken van leger en oppositie werden echter stelselmatig door de president geweigerd. Het is opvallend dat het leger gedurende de hele periode feitelijk de belangrijkste politieke partij vormde. Het was de Hoogste Raad der Strijdkrachten die bijeenkomsten met oppositiepartijen en radicale jeugdbewegingen als Tamarod organiseerde. Ondertussen had de veel jongere en charismatischere Abdel Fattah el-Sisi in de broeierige zomer van 2012 Mohamed Hussein Tantawi als hoogste generaal van de Opperste Raad der Strijdkrachten opgevolgd. Als hoogste militaire leider nam hij automatisch de plek van Tantawi als Minister van Defensie in. Sisi diende dus onder Morsi, maar sprak zich steeds luider tegen zijn optreden uit. Door zijn strategische optreden wist hij zichzelf te positioneren als een vertrouweling van het volk die als zaakwaarnemer in het kabinet Morsi de nationale belangen van Egypte waarborgde en de koppige president tevergeefs tot inkeer probeerde te brengen. Zijn naam klonk steeds luider. Velen zagen in zijn charismatische en eloquente optreden de echte president van Egypte.

Toen Sisi als hoofd van de Hoogste Raad van de Egyptische Strijdkrachten op de avond van 30 juni een 48-urig ultimatum afkondigde, stal hij de harten van tienduizenden. Toen hij op 3 juli de daadwerkelijke afzetting van Morsi bekendmaakte won hij de harten van miljoenen. Geflankeerd door respectievelijk de hoogste moefti van de Azhar universiteit en de Patriarch van de Koptisch Orthodoxe Kerk, evenals andere prominente geestelijken, oppositieleden, leden van de Tamarod-beweging en prominente Egyptenaren sprak hij voor veel Egyptenaren onvergetelijke woorden uit. Net zoals Nasser sprak Sisi sprak als een vader met zijn volk, hij benadrukte de eenheid van Egypte en legde in precieze woorden uit waarom de regering van Mohammed Morsi die eenheid had geschaad, hij sprak over verzoening en verbinding in een land waar moslims en christenen als gelijkwaardige burgers hebben geleefd en zullen leven en hij sprak over de jeugd en prees hun rol en speciale positie in de Egyptische samenleving. Sisi stippelde een politieke routekaart uit, waarin de vorming van een regering van nationale eenheid, herschrijving van de grondwet door een onafhankelijke grondwettelijke commissie met representatie van het hele maatschappelijke en politieke spectrum en nieuwe verkiezingen centraal stonden.

De gezwollen grootste woorden klonken buitenstaanders wellicht over-emotioneel en zorgwekkend in de oren. Maar voor veel Egyptenaren vertolkte Sisi de hart van de natie. Hij verwoorde hoe Egypte zou moeten zijn, hoe het in de collectieve herinneringen van de oude generaties was, niet hoe het land daadwerkelijk is of in de nabije toekomst er uit zal zien. Daarmee appelleerde Sisi aan eenzelfde sentiment als de grote orator Nasser.

Strijd tegen buitenlandse demonen
De tijdsgeest kent dan ook veel overeenkomsten. Net zoals ten tijde van Nasser moet er opnieuw worden gestreden tegen buitenlandse inmenging, zowel die van westerse staten als regionaal islamitisch-extremisme (al dan niet gesponseerd door de Arabische Golf). Een hernieuwde golf van nationalisme brak los, slechts versterkt door de priemende vinger van het westen waar onder de woedende aanvuring van Turkije en de felle berichtgeving van Al-Jazeera de een na de andere staat zich uitsprak tegen deze “militaire coup” en de onmiddellijke vrijlating van Morsi eiste.

Terwijl de Moslimbroederschap internationaal veel steun voor het volgens hen illegitieme handelen van het Egyptische leger wist te vergaren, raakte zij in eigen land de laatste steun kwijt. Het beeld van de situatie in Egypte die door internationale media geschetst werd, werd compleet niet door het merendeel van de Egyptische bevolking herkend. Zij verkeerden te midden van gewelddadige confrontaties terwijl de veiligheidssituatie zienderogen verslechterde en milities en knokploegen een alles- vernietigende campagne begonnen. De Egyptische politie greep keihard in. Duizenden aanhangers werden gearresteerd, schietpartijen tussen tegenstanders van Morsi en de Egyptische politie waren aan de orde van de dag, terwijl terreurorganisaties in de Sinaï-woestijnen gasleidingen opbliezen en Egyptische legerkonvooien aanvielen. Het Moslimbroeder-tentenkamp op het Raba’a-plein werd ontruimd en de sterkste oppositie gebroken.

Woedende Moslimbroederaanhangers bestormden kerken en brandden er tientallen af. Vooral in Zuid-Egypte werden christenen een consequent doelwit. Ondertussen liet de internationale media vooral die andere kant zien, die van verwondde en gedode Moslimbroeders. Zij spraken lang over vreedzame demonstraties, terwijl deze in werkelijkheid extreem gewelddadig waren.
Ondertussen schetste rechtszaken tegen de Moslimbroederschap, geconfisqueerde documenten uit het partijgebouw en een voortdurende stroom onthullingen door de verschillende Egyptische media het beeld van een geheime alliantie tussen Washington en de top van de Moslimbroederschap, waarbij de Moslimbroederschap niet alleen politieke maar ook clandestiene financiële steun had gekregen. Ook Qatar en Soaedi-Arabië zouden een duidelijke doch verschillende rol in de interne aangelegenheden van Egypte spelen. En dan was er natuurlijk zoals altijd nog het wantrouwen jegens Israël.

De grote held
Al die tijd leidde Sisi zijn volk met rechte hand door de chaos. Hij sprak met dezelfde woede en verontwaardiging over de internationale berichtgeven en weigerde gehoor te geven aan met name de nadrukkelijke Amerikaanse oproep tot Morsi’s vrijlating. Ook lanceerde het leger een campagne om de Sinaï op jihadistische groeperingen in bedoeÏenenbendes te heroveren. De weerbarstige opstelling tegen buitenlandse inmenging en de lancering van een militaire campagne om het geweldsmonopolie binnen de grenzen van Egypte te herstellen, resulteerden in een derde golf van publieke steun en volksliefde. Tegelijk kon het gewelddadige optreden tegen de aanhang van de Moslimbroederschap het volk niet agressief genoeg zijn. In blinde woede en afkeer van de harde kern van de Moslimbroederschap en vele militante extremistische organisaties, gaven zij de Egyptische politie en het Egyptische leger niet alleen carte blanche, maar moedigde zij de Egyptische overheid luidkeels aan voor eens en altijd een einde te maken aan deze groeperingen. Niet alleen moest de Moslimbroederschap worden verboden, een maatregel die uiteindelijk onder grote publieke druk werd doorgevoerd, maar volgens velen al veel te laat kwam, ook moesten de laatste sympathisanten het liefst achter slot en grendel verdwijnen.

Ook de roep om Sisi kandidaatstelling klonk steeds luider, al hield hij deze geruime tijd af. In zijn eigen woorden was er voor hem als nederige militair niets eervoller dan minister van defensie te mogen zijn.
Sisi benadrukte herhaaldelijk te handelen als een bezorgde Egyptenaar die zijn land wil beschermen en stelde keer op keer niet uit te zijn op politieke winst. Het is mogelijk dat dit in eerste instantie inderdaad het geval was. Om juist in deze tijden president van Egypte te zijn, is voor weinigen een aantrekkelijk vooruitzicht. Maar juist door deze afwachtende houding in te nemen, behaalde hij de politieke winst als vanzelf. Tot het punt dat hij de gedoodverfde kandidaat was zonder kandidatuur.
Wat dat betreft is deze alumni van prestigieuze defensie-academies zoals de Joint Comamnd and Staff College van het Verenigd Koninkrijk (1992) en meer recentelijk nog US Army War College (2006) een master strateeg.

Gelopen race
De Egyptische presidentsverkiezingen waren vanaf de eerste dag een gelopen race. Sisi stelde zich eind maart, krap twee maanden voor de verkiezingen, kandidaat. Hij voerde geen campagne, dat was ook niet nodig. Het volk deed dat voor hem. Ook serieuze politieke debatten ging hij uit de weg. Zijn (verzwakte) tegenkandidaten die zich al veel eerder kandidaat hadden gesteld, kregen nauwelijks tot geen kans de degens met hem te kruizen. Veel jongere generaties zijn weliswaar minder enthousiast over opnieuw een militaire kandidaat, maar ook zij zien geen politiek alternatief. Ondertussen heeft Sisi alle middelen tot zijn beschikking om een nieuwe koers uit te stippelen. Na interviews geruime tijd af te hebben gehouden, gaf Sisi een strak gerecenseerd vier-uur lang interview waarin hij op presidentiële toon de nieuwe koers voor Egypte uitstippelde. Zo kondigde hij een soort “Marshall plan” aan om de ernstig verzwakte economie weer van de grond te krijgen en pleitte hij voor nieuwe besprekingen met Hamas om zo het stukgelopen Palestijns-Israëlische vredesproces nieuw leven in te blazen. In de laatste week voor de verkiezingen, verschijnen in de media iedere dag nieuwe plan en ideeën, die telkens met eenzelfde goedkeuring worden ontvangen.

Sisi heeft een nieuwe herverdeling van de administratieve verdeling van de provincies van Egypte, voor ogen waardoor burgers meer gelijk toegang hebben tot de toeristisch lucratieve Rode Zee, landbouwgrond en belangrijke grondstoffen. Dit totaalplan omvat enorme investeringen in de infrastructuur, energieopwekking en watertoevoer. Daarnaast moet in iedere bestuurlijke laag (van nationaal tot lokaal en van economie tot politiek) jong talent worden meegetraind zodat zij het volgende kader vormen. Daarbij benadrukt hij keer op keer het belang van nationale eenheid en daadkracht. “Wie gaat dat doen? Ik ga dat niet doen, wij gaan dit doen. Ik beloof dat ik dag en nacht ga werken, maar ik kan dit niet alleen. Dit moeten wij gaan doen.”

Overigens had Sisi – gewenst of ongewenst –vrijwel geen andere keuze dan zich kandidaat te stellen. De druk die door de media, het Egyptische bedrijfsleven, de militaire top en het publiek op hem werd uitgeoefend was ongekend. Het was feitelijk onmogelijk geweest daar geen gehoor aan te geven. Het publiek had het niet geaccepteerd en was net zoals op die historische dag van 6 juni 1967, direct na de grootste militaire nederlaag uit de moderne Egyptische geschiedenis, met miljoenen naar zijn huis getrokken om hem te smeken als president aan te treden.

De grote generaal die de roep van zijn volk hoorde en een einde maakte aan de Moslimbroederdictatuur, dreigt nu zelf de dictator van de meerderheid te worden. Nasser was een volksdictator, hij deed wat zijn volk wilde met rampzalige effecten als gevolg. Sisi lijkt nu tot dezelfde proporties te worden opgeblazen, tot voor eens en altijd dit hele systeem van grote volksgeneraals als een ballon klapt. Maar dat zou nog wel eens lang, lang, kunnen duren.

 

1 Comment
  • janfreak

    Die aanval van Israël was het gevolg van dat Nasser met zijn troepen de Sinaï binnengetrokken was en Israël een aanval van Egypte vreesde, samen met Syrië en mogelijke andere Arabische landen. Ook had Nasser al eerder ( 22 mei) de Straat van Tiran gesloten waardoor in de hele regio nogal oorlogszuchtig gereageerd werd. Hopelijk is Sisi zo verstandig het broze vredesakkoord tussen beide landen op te zeggen, dat was een van de eerste dingen die de Moslimbroederschap wel had willen doen.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X