Blog

14 jul / Egypte gaat back to work

Het Egyptische volk presenteert zich voor het oog (van vooral zijn eigen camera’s) als verenigd en spreidt een blinde liefde voor deze ene man tentoon. Al tijdens de verkiezingsdagen regende het felicitaties van Egyptenaren wereldwijd. Trots gingen velen met inkt op de vinger op de foto, een vlag in de andere hand, posters met het gezicht van de oude volksheld Gamel Abdel Nasser en de nieuwe leider op de achtergrond.

Abdel Fattah el-Sisi is niet alleen de nieuwe president maar ook de grote held van Egypte. Met ruim 96,91 procent of 23,78 van de in totaal 25,78 miljoen uitgebrachte stemmen is hij de onbetwiste winnaar van de presidentsverkiezingen. De opkomst was weliswaar ietsje lager dan bij de vorige presidentsverkiezingen in 2012, maar evengoed nog verrassend hoog gezien de bij voorbaat vaststaande verkiezingsuitslag. Twee jaar geleden stemden 26,4 miljoen kiezers, maar waren hun stemmen verdeeld over een dertiental kandidaten en was er een tweede ronde voor nodig om een definitieve winnaar aan te wijzen. Dit maal was er geen tweede ronde nodig of zelfs mogelijk. De enige tegenstander van El-Sisi de pan-Arabische socialist Hamdeen Sabahi kreeg slechts 3,09 procent van de stemmen (757.511 in totaal). Ter vergelijking: in 2012 was Sabahi nog de grote derde met 20,74 procent van de stemmen.

Een deel van de revolutionaire jeugd en de resterende aanhang van de Moslimbroederschap boycotte de verkiezingen. Er zijn in totaal een miljoen blanco stemmen uitgebracht.
Veel westerse media suggereren dat de situatie in Egypte nu min of meer terug bij af is, maar daarvoor is mijn inzien de impact van de sociale ontwikkelingen en politieke omwentelingen in de afgelopen jaren te groot. El-SIsi lijkt zich als geen ander bewust van de noodzaak tot radicale hervorming en verandering. Tegelijkertijd is El-Sisi product van een regime dat nu wellicht steviger dan ooit in het zadel zit. Zijn plotselinge opkomst roept grote vragen op. Hoe heeft het Egyptische volk na massale volksprotesten opnieuw een generaal kunnen omarmen? En wat zijn de plannen van deze tot voor kort onbekende man die door velen de nieuwe Gamel Abdel Nasser wordt genoemd?

Nasser was een unieke politieke leider. Een dictator wellicht, maar een met bijzondere trekken. Anders dan de vele Arabische en Afrikaanse dictators van zijn tijd, voer hij niet blind zijn eigen koers. Nasser wordt door de Arabische historicus Saïd K. Aburish een volksdictator genoemd, die deed wat het volk hem opdroeg. Het maakte hem geliefd, maar ook grillig. Een leider die zich voortdurend liet leiden door de waan van de dag. De heerschappij van Nasser toont ons de gevaren van ongebreideld populisme, maar ook het dilemma van volksdemocratie. El-Sisi doet dat nu opnieuw.

Er zijn echter meer parallellen te vinden. De grote generaal die als onderdeel van de Vrije Officiëren in 1952 de bloed-loze coup tegen de Britse overheersers initieerde, leed militaire na militaire nederlaag. Toch wist hij deze verliezen steeds in politieke winst om te zetten. De vele tegenslagen resulteerden slechts in meer sympathie en respect van zijn volk en de vele onderdrukte volken op het Afrikaanse en Aziatische (sub)continent die al even sterk verlangden naar een Arabische renaissance of de creatie van een nieuwe wereldorde vrij van kolonialisme en westerse dominantie. Vandaag de dag hebben veel Egyptenaren het gevoel opnieuw een onafhankelijkheidsstrijd tegen buitenlandse inmenging en neokoloniale bezetters te leveren. Veel stemmers leggen hun steun voor de tot voor kort hoogste legerbaas van Egypte uit als een signaal van collectief verzet tegen de buitenlandse inmenging en overheersing van het land. Voor hen staat een stem op El-Sisi gelijk aan een patriottistische daad. Het was El-Sisi immers die na massale volksprotesten de onvermurwbare Mohammed Morsi een definitief ultimatum gaf en vervolgens uit zijn functie zette. Het was ook El-Sisi die zijn hoofd fier overeind hield onder de golf van internationale ophef direct na Morsi’s afzetting en weigerde de held van de Moslimbroeders vrij te laten. Ondanks de nadrukkelijke internationale en zeker Amerikaanse wens de openlijk door hen gesteunde Moslimbroederschap ongemoeid te laten. Het was El-Sisi die de Kopten opriep niet op de uitbarsting van antichristelijk geweld te reageren, dat door hem werd uitgelegd als een poging van de radicale aanhangers van de Moslimbroederschap om Egypte in een tweede Syrië te veranderen. Dat laatste was overigens gebaseerd op uitspraken van sde Moslimbroederschap zelf. Woordvoerders van de Moslimbroederschap en aan haar gelieerde terreurorganisaties dreigden al voor de afzetting van Morsi met het gebruik van excessief gebruik en de complete destabilisatie van Egypte. Even leek het ook daadwerkelijk die kant op te gaan. Het land bungelde op het randje van een hele diepe afgrond. Terwijl de economie met de dag meer implodeerde en de energietekorten steeds verder opliepen, werd de veiligheidssituatie steeds grimmiger. Kerken barnden af, christelijke inwoners in zuidelijke dorpjes werden aangevallen en vermoord, politiekantoren werden bestookt met molotovcocktails, al dan niet vreedzame demonstraties ontaarden in totale bloedbaden, konvooien agenten en soldaten werden in hindernissen gelegd en dienstplichtigen door de kop geschoten, burgers werden midden op de dag door onbekende knokploegen op brommertjes aangevallen en gedood, autobussen vol dagloners gingen de lucht in, parken, straten en woonwijken werden vernield, terwijl duizenden aanhangers van de Moslimbroederschap weden opgepakt, honderden anderen de dood vonden en journalisten zowel moesten vrezen voor de veiligheidsdiensten als ook het onstuimige volk op straat.

Te midden van dat alles leek de haastig opgerichte interim-regering, gevormd uit een coalitie van nationale eenheid, zwak en stuurloos. Het enige gezicht met een sterke ruggengraat was dat van de Minister van Defensie, Abdel Fattah El-Sisi. Als hoofd van de Hoogste Raad van de Egyptische Strijdkrachten had El-Sisi op de avond van 30 juni met de afkondiging van een 48-urig ultimatum de harten van tienduizenden Egyptenaren gestolen. Toen hij op 3 juli de daadwerkelijke afzetting van Morsi bekendmaakte won hij de harten van miljoenen. Geflankeerd door respectievelijk de hoogste moefti van de Azhar universiteit en de Patriarch van de Koptisch Orthodoxe Kerk, evenals andere prominente geestelijken, oppositieleden, leden van de Tamarod-beweging dat een succesvol volksreferendum tegen Morsi uitgeschreven had en enkele prominente Egyptenaren sprak hij voor veel Egyptenaren onvergetelijke woorden uit. El-Sisi communiceerde als een vader met zijn volk, hij benadrukte de eenheid van Egypte en legde in precieze woorden uit waarom de regering van Mohammed Morsi die eenheid had geschaad, hij sprak over verzoening en verbinding in een land waar moslims en christenen als gelijkwaardige burgers hebben geleefd en zullen leven en hij sprak over de jeugd en prees hun rol en speciale positie in de Egyptische samenleving.

De gezwollen grootste woorden klonken buitenstaanders wellicht over-emotioneel en zorgwekkend in de oren. Maar voor veel Egyptenaren vertolkte El-Sisi de hart van de natie. Hij verwoorde hoe Egypte zou moeten zijn, hoe het in de collectieve herinneringen van de oude generaties was, niet hoe het land daadwerkelijk is of in de nabije toekomst er uit zal zien. Daar stond de dagelijkse werkelijkheid immers ver van af.

De precaire veiligheidssituatie had van pantservoertuigen en tanks een gangbaar straatbeeld gemaakt, een door velen gewenst straatbeeld ook, want de angst voor de woede van Moslimbroeders en radicale extremisten was groot. Het gewelddadige optreden tegen de aanhang van de Moslimbroederschap kon velen niet agressief genoeg zijn. In blinde woede en afkeer van de harde kern van de Moslimbroederschap en vele militante extremistische organisaties, gaven zij de Egyptische politie en het Egyptische leger niet alleen carte blanche, maar moedigde zij de Egyptische overheid luidkeels aan voor eens en altijd een einde te maken aan deze groeperingen. Niet alleen moest de Moslimbroederschap worden verboden – een maatregel die uiteindelijk onder grote publieke druk werd doorgevoerd, maar volgens velen al veel te laat kwam – ook moesten de laatste sympathisanten bij voorkeur achter slot en grendel verdwijnen zodat Egypte verenigd aan de noodzakelijke opbouwfase kon beginnen. Dat dit Egypte wel een zeer eenzijdig Egypte is, met weinig ruimte voor dissidente groeperingen of zelfs maar kritische geluiden, lijken weinigen in te zien.
Het is opmerkelijk welke rol de Egyptische media en prominente zakenlieden in de opkomst van El-Sisi spelen. Terwijl de Egyptische regering in de afgelopen maanden een klopjacht op journalisten van (voornamelijk) Al-Jazeera startte en onder het mom van opruiing en misleiding van het publiek de islamitisch-georiënteerde satellietzenders sloot, bliezen alle “onafhankelijke” en “seculiere” kanalen op de generaal en latere grootmaarschalk de loftrompet. El-Sisi’s optreden werd in de talkshows en actualiteitenprogramma’s urenlang bediscussieerd terwijl de agressie van de Moslimbroederschap breed werd uitgemeten. Hierdoor ontstond de wonderlijke situatie dat El-SIsi al tot president was verklaard, ruim voor hij zich ook maar verkiesbaar had gesteld of de datum van de presidentsverkiezingen zelfs maar bekend was. De macht van de grote talkshows in Egypte is ongekend. De wijze vaders van de kijkbuis voeden het volk op, leggen de basisprincipes van democratie uit en scheppen voor de gewone man duidelijkheid in de constant veranderde chaos. Zo zijn er tientallen nieuwe autoriteiten ontstaan wier woorden in de grote avondshows, de volgende dag door duizenden kelen worden herhaald.

Echt onafhankelijk zijn deze zenders niet. Zoals de bekende Arabische media-deskundige Lawrence Pintak in zijn boek “The New Arab Journalist” scherp laat zien, zijn alle grote Arabische kanalen zijn ze via een sterk systeem van cliëntelisme in handen van de miljonairs en die ieder vanuit hun eigen politieke kleur opereren. Voor kritischere journalisten is er nauwelijks ruimte meer. Zo werd de wereldberoemde Egyptische versie van Jon Stewart, Bassem Youssef, na één satirische opmerking over El-Sisi in zijn avondshow Al Bernameg van de buis geweerd. De man die na de revolutie tegen Mubarak een eigen show op youtube begon, binnen korte tijd uitgroeide tot de bekendste presentator van het Midden-Oosten en door Time Magzine tot de 100 invloedrijkste personen op aarde werd gerekend kende vele vijanden, maar bleek uiteindelijk niet tegen zijne eigen vrienden binnen de mediawereld opgewassen. Pogingen om nog bij het uit Dubai opererende MBC aan de slag te gaan bleken evengoed problematisch. MBC is in handen van de Saoedische zakenman Waleed al-Ibrahim die goede banden met het Soaedische koningshuis onderhoud, dat zich op zijn beurt als een blok achter El-Sisi heeft geschaard. Het programma werd in de aanloop naar de presidentsverkiezingen opgeschort. Uiteindelijk besloot Bassem Youssef maar in het geheel met zijn avondshow te stoppen, naar eigen zeggen omdat hij het nieuwe politieke klimaat in Egypte teveel veranderd vond. En dat terwijl zijn show tijdens de hoogtijdagen in de eerste helft van 2013 op het astronomische aantal van veertig miljoen tv-kijkers per uitzending kon rekenen, nog los van de 120 miljoen views op youtube. Zelfs als hij wel een nieuwe zender voor zijn programma vond, is het echter nog maar zeer de vraag of hij ooit nog zoveel kijkers zal trekken. De kritiek die Youssef op El-Sisi uitte werd door velen als onkies beschouwd. De situatie in het land was immers al moeilijk genoeg, zo meende men. Door het buitenland gefinancierde groepen waren uit op Egypte’s ondergang, de situatie op straat was ronduit gevaarlijk en alleen een verenigde collectieve inspanning zou dit gevaar kunnen afwenden. Er mocht geen haarscheur in de nieuwe zelfverklaarde eenheid ontstaan, geen uitspraak klinken die het gezag van de nieuwe coalitie kon ondermijnen. Zo had een groot deel van het volk zichzelf opnieuw monddood gemaakt.

Over de revolutionaire jeugd werd ondertussen al even weinig gesproken. Veel prominente leden van de radicale jeugdbewegingen zoals de 6 aprilbeweging, hadden zich fel tegen de heerschappij van Morsi gekeerd, maar lieten zich vervolgens ook kritisch uit over het overheidsgeweld tegen de aanhangers van de Moslimbroederschap. In het huidige gepolariseerde Egypte staat kritiek op de overheid echter gelijk aan sympathie voor de Moslimbroederschap. Iedere vorm van lidmaatschap of openlijke steunbetuiging aan deze nu officiële terroristische organisatie kan niet alleen rekenen op overheidsvervolging maar ook op sociaal isolement. Veel van de eerdere prominente activisten hebben hierdoor onder meer door de grote mediahetze omtrent donorgeld van westerse NGO’s hun geloofwaardigheid verloren.

El-Sisi houdt zich ondertussen op de achtergrond. Hij benadrukte herhaaldelijk te handelen als een bezorgde Egyptenaar die zijn land wil beschermen en stelde keer op keer niet uit te zijn op politieke winst. Het is mogelijk dat dit in eerste instantie inderdaad het geval was. Om juist in deze tijden president van Egypte te worden, is voor weinigen een aantrekkelijk vooruitzicht. Maar juist door deze afwachtende houding in te nemen, behaalde hij de politieke winst als vanzelf. Tot het punt dat hij de gedoodverfde kandidaat was zonder kandidatuur.

Wat dat betreft is deze alumni van prestigieuze defensie-academies zoals de Joint Comamnd and Staff College van het Verenigd Koninkrijk (1992) en meer recentelijk nog US Army War College (2006) een master strateeg. Uiteindelijk stelde El-Sisi zich eind maart – krap twee maanden voor de verkiezingen – pas onder grote druk verkiesbaar. Hij voerde geen campagne, dat was ook niet nodig. Het volk deed dat voor hem. Ook serieuze politieke debatten ging hij uit de weg. Zijn (verzwakte) tegenkandidaten die zich al veel eerder kandidaat hadden gesteld, kregen nauwelijks tot geen kans de degens met hem te kruizen en trokken zich uit de verkiezingen terug. Uiteindelijk bleef er slechts één tegenkandidaat over, Hamdeen Sabahi, die jammerlijk verloor maar tot grote woede van zijn aanhangers door zijn deelname wel legitimiteit aan de verkiezingen verleende.

Ondertussen zijn de jongere generaties weliswaar weinig enthousiast over opnieuw een ex-militair aan het roer, maar zien velen van hen geen politiek alternatief. Zij nemen het de Moslimbroederschap diep kwalijk zodanig slecht en egoïstisch te hebben gehandeld dat het volk in pure wanhoop weer terug in de armen van het leger is gedreven.

Na drie jaar van volksopstanden, machtsvacua en voortdurende onrust staat de veiligheidssituatie als grootste politiek en maatschappelijk vraagstuk stipt op één. Tijdens zijn inauguratiespeech maakte El-Sisi dan ook opnieuw duidelijk er alles aan te doen om het terrorisme te bestrijden. Dit betekent het herstel van het geweldsmonopolie van de overheid binnen de landsgrenzen van Egypte, de bestrijding van de aanhang van de Moslimbroederschap en de herovering van de Sinaï op allerhande jihadisten en buitenlandse strijders zoals die van de snel groeiende Ansar Beit al-Maqdis. Deze terreurorganisatie is in het machtsvacuüm na de Egyptische revolutie van 2011 ontstaan en wordt volgens kenners als Nabil Na’eem, voormalig lid van de Egyptische Islamitische Jihad, rechtstreeks gefinancieerd door Khairat al-Shater, de beruchte interim-voorzitter van de Moslimbroederschap.

Maar Egypte heeft meer nodig dan een einde aan rondvliegende kogels van onbekende schutters en de constante dreiging van terroristische aanslagen. De economie heeft een enorme kapitaalinjectie nodig, zo niet complete reanimatie. Als onderdeel van de regering en hoofd van het belangrijkste speler van de Egyptische economie had El-Sisi in de afgelopen maanden alle middelen tot zijn beschikking om een team van deskundigen, wetenschappers en experts om zich hen te verzamelen. Na interviews geruime tijd af te hebben gehouden, gaf El-Sisi op 5 mei slechts enkele weken voor de verkiezingen een strak gerecenseerd vier uur lang durend interview aan Lamis el-Hadidi en Ibrahim Eissa voor de commerciële zenders CBC en ONTV. Daarin ging hij in op de toekomst van de Moslimbroederschap (in zijn woorden was het met de Moslimbroederschap “afgelopen’ als hij zou worden verkozen en zouden ze niet meer terug kunnen keren naar Egypte), maar verhaalde hij ook zijn afkomst en jeugd en stippelde hij op presidentiële toon de nieuwe koers van Egypte uit. Zo kondigde hij een soort “Marshall plan” aan om de ernstig verzwakte economie weer van de grond te krijgen en pleitte hij voor nieuwe besprekingen met Hamas om het stukgelopen Palestijns-Israëlische vredesproces nieuw leven in te blazen.
Maar zijn team heeft ambitieuzere plannen ontwikkeld.

El-Sisi pleit voor de complete bestuurlijke herverdeling van het land, waardoor de burgers van de verschillende districten meer gelijk toegang hebben tot de toeristisch lucratieve Rode Zee, landbouwgrond en belangrijke grondstoffen.
Ook de kiesdistricten gaan op de schop en het systeem van lokale volksvertegenwoordigers wordt aangepast. Daarnaast moet in iedere bestuurlijke laag (van nationaal tot lokaal en van economie tot politiek) jong talent worden meegetraind zodat zij het kadaster van de toekomst straks al klaarstaat.

Ook de steeds nijpendere milieuproblematiek en energietekorten worden in de plannen geadresseerd. Het hele land moet overstappen op de spaarlamp en wel door een ingenieus terugverdienmodel waarbij spaarlampen tegen kostprijs worden ingekocht en door een soort staatssubsidie die via de energieheffingen over een periode van enkele jaren wordt teruggevorderd voor iedereen profijtelijk is.

Het totale hervormingsplan omvat de uitbreiding van Cairo tot de opening van voorheen geïsoleerde gouvernementen. Wil Egypte mee kunnen in de toekomstige vaart der volken, of simpelweg mee groeien met zijn eigen explosieve bevolkingsgroei, dan zijn enorme investeringen in de infrastructuur, energieopwekking en watertoevoer. Hier lijkt El-Sisi terdege van bewust.
Tijdens het interview en zijn eerste presidentiële toespraken benadrukt hij keer op keer het belang van nationale eenheid en collectieve daadkracht, maar ook de enorme offers die hij van zijn burgers vraagt.

“Wie gaat dit allemaal doen?” vraagt hij terwijl hij het volgende noodzakelijke onderdeel van het totale hervormingsplan uit de doeken doet. “Ik ga dat niet doen, wij gaan dit doen. Ik beloof dat ik dag en nacht ga werken, maar ik kan dit niet alleen. Dit moeten wij gaan doen.”

El-Sisi rekent erop dat de vermogende Arabische buurlanden Egypte graag stabiel en florerend zullen zien. Gezien de positieve opstelling van Saoedi-Arabië en de Arabische Golfstaten (min pro-Moslimbroederschap staat Qatar) lijkt het aannemelijk dat de oliedollars inderdaad richting een nieuw Egyptisch steunfonds zullen rollen. Maar de economische aansterking van het Arabische land met verreweg de meeste inwoners is om meerdere economische en politieke redenen ook voor de westerse wereld van belang. Hoewel de Amerikanen formeel nog wat pruttelen, zal het geld uit Washington niet lang uitblijven. Dat is het met de constante financiële en materiële ondersteuning van het Egyptische leger toch nooit geweest. Op vermogende Egyptenaren in het buitenland wordt door de nieuwe president echter ook een beroep gedaan. Een nieuw gunstig fiscaal vestigingsklimaat moet het ondertussen voor (jonge) hoogopgeleide Egyptenaren in het buitenland aantrekkelijk maken naar Egypte terug te keren en iets op te zetten.
Tegelijkertijd gaat El-Sisi iedere kritische vraag, en met name die over het Egyptische leger, met een korte glimlach uit de weg. Zo reageerde hij op de vraag over een Russische wapenlevering en het aankomende parlement inzicht zou krijgen in het defensiebudget, met de woorden: “Laat het leger met rust” (lange pauze) “Het leger is een geweldig instituut, in een mate dat de Egyptenaren zich niet kunnen voorstellen, als God het wil zal heel Egypte op dat niveau zijn.”

El-Sisi zal ook in zijn nieuwe civiele functie het leger meer dan nodig hebben. Zolang de stabiliteit en noodzakelijke staatsveiligheid in Egypte uitblijven zal echter geen buitenlandse investeerder, multinational, talentvolle Egyptenaar – of zelfs goedkope zontoerist – het land willen betreden. Daarom schuift El-Sisi de duimschroeven flink aan. Hij is een president die back to work wil. Het volk oproept collectief de schouders eronder te zetten en de oppositiepartijen vraagt de gelederen te sluiten om zo samen aan een nieuwe toekomst van Egypte op te bouwen. Dat de tijd van revolutie en demonstraties nu echt voorbij is, werd al vrij snel na de massale volksprotesten van 30 jbuni 2013 duidelijk. Terwijl de Egyptische politie en het Egyptische leger het tentenkamp van de Morsi-aanhang op het Raba’a plein ontzette, werd op het Tahrir plein haastig een monument opgemetseld. Na drie jaar lang bezet te zijn, tentenkamp na protestmars te hebben gezien, was het plein van Cairo’s centrale stadshart zwaar gehavend. Nu heeft het echter nette bloemperkjes, nieuwe bestrating en een monument voor de martelaren van de eerste en tweede revolutie, die van 25 januari 2011 tegen Mubarak en 30 juni 2013 tegen Morsi. Voor het monument zijn geen kunstenaars geraadpleegd, noch hebben nazaten van de slachtoffers ook maar enkele inspraak gehad. De betonnen muur is een geschenk van het Egyptische leger aan het Egyptische volk – zonder dat dit volk daarvan op de hoogte was. Het monument lijkt nog het meest een symbool voor de nieuwe tijd: de revoluties zijn geweest, de dictators zijn verdreven en nu zal de orde hardhandig worden hersteld door een leider die alle trekken van een charismatische technocraat heeft.

 

1 Comment
  • Ruud

    Heel interessante samenvatting Monique. Dank je wel.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X