Blog

11 nov / Dood en begraven

Het is on-weer. Het regent en het giet en om twee uur ’s middags is het al zo donker dat het wel nacht lijkt.
Een goed moment om bij duistere zaken stil te staan. En wat is er nu duisterder dan de dood? Ik ben niet de enige die tijdens de herfst aan het einde des levens denkt. De tekst op de reclameborden op de perrons zijn al niet veel vrolijker: ‘Je uitvaart, je moet er toch niet aan denken’. Ja, heel bemoedigend. Een beter begin van de dag bestaat er niet. Je zou uit pure blijdschap spontaan voor de trein springen.

Niet alleen die posters herinneren me aan de korte duur van het leven. Afgelopen dinsdagavond at ik bij mijn opa en oma. Niet mijn biologische opa en oma. Mijn echte opa’s zijn allebei op jonge leeftijd overleden (ik was nog een kleuter) en mijn oma’s leven respectievelijk in Cairo en Schiedam. Nee, ze zijn mijn semi-spirituele opa en oma. Laten we het er maar op houden dat ik op jonge leeftijd door hen als kleinkind geadopteerd ben.

Opa en oma moeten naar een begrafenis, maar hebben er eigenlijk geen zin in. De afgelopen tijd hebben ze al een overdosis aan begrafenissen gehad. Ze zijn in de leeftijd beland waarin meer vrienden je verlaten, dan dat er bij komen. Eng lijkt me dat.
Die vrienden en familieleden kiezen er echter steeds vaker voor om zich te laten cremeren. Tot grote ergernis van opa en oma.

‘Vreselijk vind ik dat, die crematies,’ zegt oma met een vertrokken gezicht. ‘Allen de afgelopen week hadden we er al twee.’
‘Begraven is één ding.’
‘Ja, begraven is één ding.’
‘Maar cremeren….!’
‘Oh nee.’

Ik denk aan het krantenbericht dat ik laatst las. Een graf is prijzig en grond in Nederland is schaars. Na 20 jaar worden je vermolmde restjes gewoon opgegraven en alsnog verbrand – tenzij je familie dik betaalt natuurlijk, dan mag je nog 20 jaar blijven liggen. Maar ja, er komt op een gegeven moment een einde aan. Je verpietert of gaat de hoogovens van IJmuiden in. In dat opzicht waren de Duisters hun tijd ver vooruit. Ik glimlach naar oma en besluit maar niets te zeggen.

‘Maar wat nog erger is…’ zegt oma terwijl ze me doordringend aankijkt. ‘Ze zeggen alleen maar goede dingen.’
Ik kijk haar verbaasd aan. ‘Alleen maar goede dingen?’

‘Ja, van hoe geweldig die persoon wel niet was en hoe uniek en hoe bijzonder en weet ik wat.’
Oma kijkt nu echt verontwaardigd.
‘Ja, maar oma het is toch fijn als mensen mooie dingen zeggen op een begrafenis?’
‘Crematie,’ zegt ze streng.
‘Crematie,’ corrigeer ik mezelf.
‘Nee, we moeten eerlijk zijn over wat goed en niet goed was. We zijn geen heiligen. We zijn zondaars.’
Ik knik en neem snel een chocolaatje.

Later in de trein denk ik terug aan het gesprek. Je moet wel oer-calvinistisch zijn om over de doden teveel goeds te zeggen. Mijns inziens mag je blij zijn als mensen op je afscheid nog een aardig woordje voor je over hebben. Met een beetje pech komt er niemand opdagen en wordt je zonder pardon in een urn gestopt. Zo, bloempje erop en klaar is kees.

Nederland weet zich geen raad met de dood. Mullisch gaat heen en de hele programmering gaat op de schop. ’Hij leeft voort,’ wordt er dan gescandeerd, maar na twee dagen wordt hij niet meer genoemd en over een jaar of tien kent niemand hem. En z’n boeken? Worden allang niet meer gelezen.
Toch had Mullisch geluk. Hij werd tenminste nog genoemd. De rest van het volk moet het doen met een korte mededeling in het plaatselijke huis aan huisblad, of een vermelding in de krant. Misschien dat je foto nog bij een kleinkind op de schouw staat. Misschien ook niet. Zo’n oud mens op een vergeeld plaatje is toch ook eigenlijk geen design.

Hoe anders gaan ze met de doden om in Mexico. Daar trekt de hele familie er op Dia de los Muertos erop uit om met kraaltjes en bloemen de graven te versieren, met (plastic) skeletten te dansen en te picknicken op het graf. De kinderen eten hete pepersnoepjes (met chilisaus!) terwijl de voorouders worden vereerd en herdacht. Het is al nogal occult, maar tegelijkertijd fascinerend. Ik heb in San Diego Dia de los Muertos gevierd en het was een gezellige, vrolijke en respectvolle bedoening.

Misschien moet ik maar een graf in Mexico bestellen. Want aan cremeren doe ik niet graag. En het idee dat mijn lieftallige botjes na twintig jaar met een bulldozer uit m’n graf worden gelicht, trekt me eerlijk gezegd ook niet aan. In Nederland heb ik dus graftechnisch gezien niets te zoeken.

En nu ik er toch over nadenk: ik wil graag een feestelijke begrafenis waarin mensen allerlei lieve en mooie dingen zeggen, huilen en lachen en het glas heffen op mijn eigenzinnigheid (de kleffe cake mogen ze thuis laten). Daarna gaat iedereen moe en voldaan naar huis en bladeren ze nog eens een oud boek van me door. Dat was het dan.

Over mijn zonden en minder mooie kanten zal ik dan zelf met de Heer in conclaaf moeten.
Mmm, ik brand maar alvast een kaarsje.

Want tja, je uitvaart, je moet er toch niet aan denken…

Geef een reactie

X