Blog

21 jan / “Doe die dopjes uit”

We leven in een oordopjescultuur. Ik luister naar mijn muziek en u naar de uwe. Met een iPad of smartphone voor onze neus hoeven we elkaar niet meer aan te kijken. Wie er gisteren naar me in de trein zat? Ik heb geen idee. Wie er vandaag naast me in de bus zat? Een jongen geloof ik, donker, hippe koptelefoon op. Hij luisterde naar dancemuziek. Hoe ik dat weet? Ik had zelf m’n koptelefoon even afgedaan. Vandaag het derde ingrediënt van de religieuze keuken dat volgens Monique Samuel noodzakelijk is voor een ‘nieuw wij-gevoel’ in 2013: leven met een open hart.

Voor: Nieuwwij.nl

Ik ademhaling racet, het bloed klopt in m’n aderen, m’n hoofd kreunt zacht, ik voel me gejaagd, gehaast. M’n telefoon gaat over. Whatsapp draait overuren. Op Twitter vragen volgers mij of ik dit en dat heb gelezen. Er stromen weer tien mails binnen op het moment dat ik koffie zet. De muziek bonkt in de woonkamer. Eigenlijk heb ik hoofdpijn en zou ik die herrie uit moeten zetten, maar anders is het zo stil in de kamer. En stilte, rust, ben ik allang niet meer gewend.

Ik leef niet, ik word geleefd, ik laat me gijzelen door een permanente staat van onrust, aangewakkerd door werk, sociale media en het constant voortbewegen naar dezer en gener plek. Tijd om tot mezelf te komen heb ik niet of eerlijker: neem ik nauwelijks. Maar wie ben ik dan? Waar blijf ik dan? En hoe ontmoet ik nog de ander als ik in geen dagen bij mezelf op bezoek ben geweest om in stilte en rust na te denken, m’n gevoelens te onderzoeken en weer even in m’n hart te kruipen, terug naar mezelf, terug naar de kern?

Met een been in de toekomst en een been in het verleden vergeten we in het hier en nu te staan. We zijn vleesgeworden agenda’s, vormen een vestiging in ons hoofd en proberen ons wanhopig af te sluiten van alle prikkels. Ondertussen weten we amper wat we voelen, daar nemen we de tijd immers niet voor. En weten we nog minder wie we zijn, of waarom we zijn, want daarvoor is contemplatie nodig en dat is in deze moderne media tijden nog slechts een activiteit die voor Boeddhistische monniken in de Tibetaanse hoogvlaktes lijkt voorbestemd.

Dit jaar doe ik alles, besloot ik aan het eind van 2012. Ik gooi m’n levenshouding om. Mijn leven bevond zich op een dood spoor. Slapeloze nachten teisterden m’n gemoedsrust, de onrust kroop in m’n botten. Daarom probeer ik nu elke dag een half uurtje te mediteren en in complete stilte en afzondering alle gebeurtenissen door me heen te laten gaan. Het geeft ruimte, trekt me uit die alle verstikkende gedachtemolen in m’n hoofd, brengt me in contact met God, mezelf en… de ander.

Om zonder oordopjes in je buurman in de trein aan te kunnen kijken, een praatje aan te knopen, misschien zelfs een hand te geven, is een kwestie van innerlijke zielenrust. Daadwerkelijk intermenselijk contact is simpel en klein. Maar het vraagt empathie, een gevoel van liefde, compassie voor die ander wie of wat hij ook is. Een gesprekje met de buurman, collega of partner vraagt geen malend hoofd maar een open hart. De moeite van een glimlach, oogcontact, de ander het gevoel geven dat je hem ziet en je oog voor hem hebt. Het is niet makkelijk, die smartphone moet stil, die iPad even opzij gelegd, al die virtuele vrienden typen maar hun vingers leeg, jij ontmoet iemand vandaag… face to face… misschien voor vijf minuten, misschien voor de eeuwigheid. Maar die kleine gesprekjes met volstrekt onbekenden, die onverwachte ontmoetingen tussen twee open zielen, dat zijn de kleine wondertjes, de pareltjes in dit bestaan.

Geef een reactie

X