Blog

16 okt / “Dit is niet mijn speech”

Dit is een glanzende parel aan een steeds langere ketting. Vanavond opende Stijn Schoonderwoerd, directeur van het Tropenmuseum, de expositie “What a Genderful World” die ik medemaakte en co-cureerde. In een experimenteel concept leende directeur Schoonderwoerd zijn podium aan mij. Door mijn woorden van de steun, het gewicht en de zeggingskracht te voorzien die ik er zelf niet zo aan had kunnen geven. “Dit is niet mijn speech,” zo mocht ik Stijn na twee bijzondere ontmoetingen laten zeggen. “Maar ik sta er wel achter. ”

Leeshier de tekst en bekijk de videoregistratie.


Goedendag, beste dames en heren en iedereen die zich liever niet zo wil definiëren.

Mijn naam is Stijn Schoonderwoerd, directeur van het Tropenmuseum.

En dit is niet mijn speech.

De woorden die ik nu uitspreek zijn dus niet door mij geschreven.

Met grote bescheidenheid en voorzichtig ongemak heet ik u welkom in dit prachtige en pijnlijke instituut. Dit kunstig vervaardigde monument ter ere van de Westerse superioriteit, witte hegemonie en patriarchale exploitatie. De trots van mannen zoals… ik.

Nogmaals, met alle nadruk, dit is niet mijn speech.

Ik sta hier als Stijn, een witte, zelfverklaard heteroseksuele, cisgender man van boven de vijftig. Dat is een bar lastige set aan identiteiten om een expositie als “what a genderful world” te openen. Althans, dat vonden sommige museummedewerkers, de klankbordgroep en ik zelf eigenlijk ook wel. Maar toch sta ik hier, want zo werd mij geleerd: gender gaat ook over jou Stijn. Gender gaat juist over jou.

De vraag is dus niet of ik op dit podium moet staan maar hoe ik dat podium gebruik. Mounir Samuel daagde me uit. Als ik dan toch het privilege heb om me op deze positie en dit platform te begeven, ben ik dan bereid mijn stem aan hem te geven?

Dus ik sta hier en lees (oh ongemak) de woorden van Mounir Samuel. Wat ik hier voordraag, is door hem voor mij geschreven. 

Mounir is een man, ja, maar vooral een mens voorbij de hokjes. Kind van twee culturen, christelijke imam gelovend in een vrouwelijke God, transman voor de samenleving of in zijn eigen woorden:  “een man van de toekomst”.
En heerlijk onbescheiden is ‘ie ook, want dit alles schrijft hij dus over zichzelf. Hij is schrijver, journalist, theatermaker en artiest al lijken die professies vaak weg te vallen bij de nationale obsessie met zijn externe identiteiten.

Gender lijkt meer over hem te gaan dan over mij. Maar ik – juist ik – ben een stakeholder. Schepsel van een mannelijke God, in een mannelijke wereld vormgegeven door mannelijke architecten, gevormd en gemaakt door mannelijke onderzoekers en geschiedschrijvers, gevuld met de buit van mannelijke avonturiers en stropers, gedoogd door gouden eeuw-minnende mannelijke politici, gesubsidieerd door mannelijke geldschieters en geleid door mannelijke museumdirecteuren zoals ik. 

Oh en als ik man zeg bedoel ik natuurlijk ook wit, cisgender, hetero en well-abled. Die termen staan voor velen synoniem aan elkaar.

Tot voor kort hoefde ik mezelf niet veel vragen te stellen. Mijn mannelijkheid was een on-bevraagd en buitengewoon prettig vanzelfsprekend gegeven. Tot nu dan. Of ik dat lastig vind? Wat dat met mij doet? Pff, wij mannen hoeven toch helemaal niet over onze gevoelens te praten?

Nogmaals dit is niet mijn speech. Ik heb geen woord van deze tekst geschreven. 

Mounir werkte mee aan de expositie en hield mijn team en mij regelmatig een spiegel voor. Zelf is hij moe. Doodmoe. Van het uitleggen dat hij geen beroepstransgender is die alleen door organisaties als de mijne wordt gevraagd als het over gender gaat. Gereduceerd tot een fenomeen, een verschijnsel. En dan is dat nog het minste waar hij zich zorgen over maakt. Jarenlang kreeg hij therapie om vrouw te worden, of voor de omgeving te blijven. De roze Legokoffer die hij van zijn wanhopige ouders kreeg pronkt als pijnlijk souvenir in de tentoonstelling. Over de geslachtsregistratie op zijn eigen paspoort ging hij niet. Van WC’s tot body scans… wat voor mij vanzelfsprekend is, is voor hem gevaarlijk. En niet voor hem alleen. De samenleving maakt van transgender personen een gewraakt en geseksualiseerd fenomeen.

Dit is niet mijn speech. Dus wat nu volgt lees ik liever niet voor. Het zal wel aan m’n opvoeding liggen. Maar Mounir vind het allemaal flink kut.Zelfs in die Hollandse gewoonte van schelden met geslachtsdelen zit mannelijke dominantie. Een lul kun je immers zijn, kut kun je je slechts voelen. Dus het is kut ja. Al mag ik dat soort woorden als museumdirecteur  natuurlijk helemaal niet zeggen en van mijn moeder ook niet gebruiken. Dat privilege…. is me dan weer niet gegeven.

Als we het toch over geslachtsdelen hebben – Hoe kan het dat we als mens van krib tot graf zoveel betekenis aan genitaliën geven? Dat we zoveel karaktertrekken, rolpatronen, verwachtingen en verantwoordelijkheden aan een enkel lichaamsdeel verbinden? Waarom zijn we blij met de geboorte een meisje maar trots met de geboorte van onze zoon? En vanwaar die pijn als het allemaal een beetje anders blijkt te zijn? Velen vinden het maar moeilijk en ingewikkeld.

Met mijn pakket aan identiteiten lijk ik in een hele andere wereld te leven dan Mounir. Zijn bestaan roept vragen op over het mijne. Lopende door de expositie komen daar nog veel meer vragen bij. Want terwijl de mannelijke agenten op Fiji rokken dragen kan je hier op straat als rokdragende man in elkaar worden geslagen. Sexy hoor, een assertieve dame op hakken (zegt Mounir) maar de heren van de VOC droegen ze als blijk van hun macht overzee. In Peru leren vaders hun zoon mutsjes breien als uiting van echte mannelijkheid maar in Nederland raken we de boys will be boys mentaliteit niet kwijt. 

Deze expositie gaat over ons allemaal. En over al die tegenstrijdige en conflicterende identiteiten, normen, opvattingen, verwachtingen en verborgen waarheden van binnen. Het gaat over polen en schalen aan mannelijkheid en vrouwelijkheid, masculiniteit en femininiteit, seksuele oriëntaties en voorkeuren die we heimelijk in ons dragen.  Gender is vele malen complexer dan populaire ideeën als mannen komen van Mars en vrouwen van Venus. What a genderful world toont ons, bekrompen Nederlanders al die landen, volken en culturen die ver voorbij de hokjes van man en vrouw een wereld aan genderdiverse vormen zien.  En non-binaire personen eren als een dynamische uiting van het leven. We doen er goed aan ze een stem en gezicht te geven.

Mounir is blij dat hij hier niet staat. Hij is klaar met al dat transitiegepraat. 

Hij vindt dat mensen als ik een transitie moeten maken. In het denken, opvoeden, erkennen, liefhebben en reflecteren op het eigen zijn. Want wie What a Genderful World bezoekt komt er al snel achter dat we in dit land wel erg ingekaderd zijn. En dan kom je uit de kast, word je direct weer in een box gestopt. 

Laten we ons daarom van onze hokjesgeest bevrijden. Want echt gendervrij? Die revolutie begint bij jou en mij.

Ik ben Stijn Schoonderwoerd en dit is niet mijn speech. Maar ik sta er wel achter. 

En daarmee verklaar ik, onder grote dankzegging aan het tentoonstellingsteam, de ontwerper, de klankbordgroep, de fondsen en de bruikleenders de tentoonstelling  “What a genderful world” voor geopend.

Dank. 

Geef een reactie

X