Blog

06 apr / De vrede van Christus uit de oude stad

Op zondagochtend breng ik een bezoek aan de Heilige Grafkerk in Jeruzalem. Ik dwaal door de smalle straten van de christelijke wijk en lopen door een doolhof van kerken, kloosters en kapellen die via een stelsel van ondergrondse tunnels en smalle gangetjes met elkaar verbonden zijn. Op de kleine binnenplaatsen kom ik Oost-Orthodoxe en Armeense priesters tegen, Roomse paters en Grieks-Orthodoxe nonnen tegen. Ook de christelijke wijk is een Arabische wijk, alleen dan met veel meer Europese toeristen die een pelgrimage naar het Heilige Land maken.
Een Spaanse twintiger draagt een houten kruis op z’n terug. Hij loopt de Via Dolorosa, de lijdensweg die Jezus door Jeruzalem aflegde toen hij geslagen en gemarteld met een doornenkroon op z’n hoofd en een kruis op z’n rug naar de berg Golgotha liep om daar door de Romeinen te worden gekruisigd. Het luide gebeier van tientallen kerkklokken echoot door de lucht. Amerikanen, Fransen, Italianen, iedereen rent door de smalle straten om op tijd bij de ochtendmissen aanwezig te zijn.
In de Heilige Grafkerk of Herrijzeniskerk ligt volgens de christelijke overleving het graf waarin Jezus Christus begraven lag tot Hij op de derde dag uit de dood opstond. Bij de ingang van de kerk is het een drukte van jewelste. Voorin de hal knielen mensen emotioneel op de grond om de gebarsten steen te kussen die naar verluid als sluitsteen voor het graf diende.
De Heilige Grafkerk is een van de oudste kerken ter wereld en bestaat uit verschillende lagen die elk uit een andere tijd dateren. De kerk werd formeel ingewijd in het jaar 335. Onderin de kerk is de plaats waar het kruis zou hebben gestaan waaraan Jezus stierf. Vlak bij de ingang is de plek waar het dode lichaam van Jezus gebalsemd zou zijn.
De kerk werd in de zevende eeuw zwaar beschadigd door een inval van de Perzen en 1009 door de godsdienstwaanzinnige Fatimidische Kalief al-Hakim met de grond gelijk gemaakt. Zelfs het graf van Jezus werd uitgebrand. Al-Hakim geloofde dat hij zelf de incarnatie van God was en werd in 1021 afgezet. In 1042 werd de kerk door de Byzantijnse Keizer Constantijn IX Monomacho herbouwd. De kerk kreeg echter z’n huidige vorm tijdens de Kruistochten in 1149.
Verbouwereerd dwaal ik door de prachtige zalen. Ik brand een kaarsje, zeg wat gebeden op en kijk betoverd naar de eeuwenoude iconen.
Dan hoor ik gezang. Ik loop het geluid tegemoet en beland in de Adamskapel waar de eerste mens Adam begraven zou liggen. Honderden toeristen slaan de mis voor de laatste Grieks-Orthodoxe inwoners van Jeruzalem op afstand gade. Ze leunen tegen de beschilderde muren en dringen voor de ijzeren hekken die de kerkzaal afschermen van andere delen van de kerk. Ik probeer aan de dienst deel te nemen. Een priester loopt naar me toe, overlegt even en wilt me wel tot de eucharistieviering toelaten. Een Egyptische Kopt is immers ook Orthodox. Maar een strenge bisschop schudt nadrukkelijk  “nee” vanaf een afstandje. Met een gefrustreerde blik keert de jonge priester terug.
‘Het mag niet, je moet Grieks-Orthodox zijn,’ zegt hij.
‘Was Jezus Christus Grieks-Orthodox?’ vraag ik hem.
Hij schudt zijn hoofd. ‘Het spijt me.’
Teleurgesteld loop ik de kerkzaal uit en slenter door het middenschip van de kerk waarvan men in de Middeleeuwen geloofde dat het het middelpunt van de (platte) aarde was.
Dan hoor ik het geluid van een trommel en een tamboerijn en het zware gezang door gedragen mannenstemmen.

Om mij heen schuifelen honderden toeristen, nonnen, monniken en priesters rond. Ik kijk naar een Amerikaanse evangelische voorganger die zijn congregatie op luide stem door de kerkzalen leidt.
Dan hoor ik opnieuw gezang. Terwijl ik ingespannen luister volg ik het geluid.
In de verte zie ik een kleine rotsachtige opening. Ik loop erop af. Het gezang wordt sterker. Ik hoor Arabisch. Ik wring me langs een paar verbaasde toeristen en betreed een smalle grot. Daarin staan zo’n veertig mensen. Twee misdienaren slaan met speren waaraan belletjes zijn bevestigd op de grond. Twee anderen slaan luid op trommels en rinkelen met hun tamboerijnen. Een priester wiegt een wierookhouder heen en weer. De bruine rotswand is zwartgeblakerd door de duizenden kaarsen die hier door de eeuwen heen zijn gebrand. Ik bedek m´n hoofd met een sjaal en schuif haastig tussen drie Arabische vrouwen die uitnodigend naar me gebaren. Niemand vraagt me wie ik ben of wat ik hier kom doen. Ik krijg een kaarsje in m’n hand gedrukt en maak onmiddellijk deel uit van de dienst.

Ik sta in het hart van de Heilig Grafkerk. Diep in de grond van de berg waar Jezus werd gekruisigd. In de grot waar Jezus op stond uit de dood. En beleef een mis, van de Orthodoxe kerk van Jeruzalem.[1] In het standaard-Arabisch. Ik zeg het Onze Vader mee en zing een aantal Arabische psalmen.
Kyrieleison,’ galmt er door de kerk. Ik sla een kruisje. Een oude priester glimlacht. Ik sta op de voorste rij. Als ik m’n hand uitstrek kan ik het altaar aanraken. De grot is nauw. Het wordt nog warmer. Ik heb het gevoel dat ik zweef. De mannen en vrouwen zingen, klappen, de misdienaren stampen met hun voet op de grond.
Ik waan me in de vroege tijd. Jezus is net opgestaan. De eerste christelijke gelovigen komen hier in het hart van Jeruzalem, bijeen. Ze zijn nog maar met z’n twintigen of dertigen. Het christendom met al z’n geweld, veroordeling en verdeeldheid bestaat nog niet. Dit is kerk in z’n zuiverste, oudste vorm. Het brood als teken va het lichaam van Christus wort in een rieten mandje doorgegeven. Uit een gouden beker drink ik bittere rode wijn als symbool voor het bloed dat Jezus voor mijn zonden vergoot. Ik buig voor het altaar, groet de gelovigen links en rechts.
‘De vrede van Christus.’
‘Zijn vrede op jou.’
Iedereen geeft elkaar de hand.
Dan is de dienst afgelopen.
Ik negeer de toeristen, de mensenmassa, het gedring om de relikwieën, het Heilige Graf waar de gelovigen één voor één naar binnen gaan en een seconde rondkijken en loop rechtstreeks naar buiten. Onder een oude olijvenboom in een kleine binnenplaats zak ik neer op de koele tegels. Een vrouw schuifelt langs en groet mij vriendelijk. ‘Het licht van Christus op deze prachtige morgen.’
‘Gods vrede over uw leven,’ zeg ik terug.
‘Dat je in Jeruzalem mag vinden waarvoor je gekomen bent.’
‘Dat de hele wereld mag weten wat er hier in Jeruzalem gebeurd is.’
‘Jezus is opgestaan,’ zegt ze met een stralende glimlach.
‘Waarlijk opgestaan is de Heer.’
Ze opent de oude houten deur van haar huis en loopt naar binnen. Ik ben weer alleen en staar naar de blauwe lucht. De zon speelt met de wolken. Het is waarlijk een prachtige dag.

Bij een winkeltje met crucifixen, iconen en rozenkransen blijf ik staan. De jonge verkoper loopt geestdriftig op me af.
We raken in gesprek. De verkoper stelt zich voor als Mohammed.
‘Je bent geen christen?’ vraag ik verbaasd.
‘Nee,’ zegt hij.
‘Maar je verkoopt alleen maar christelijke souvenirs.’
‘Deze winkel is al drie generaties in handen van mijn familie,’ zegt hij trots. ‘Wij hebben altijd in de christelijke wijk gewoond en altijd met onze christelijke broeders in vrede samengeleefd. Het christendom is een mooie godsdienst. Wij moslims en christenen kunnen veel van elkaar leren. Daarbij aanbidden we dezelfde God.’
Mohamed heeft politieke wetenschap aan de Universiteit van Jeruzalem gestudeerd, maar hij kan nergens aan de slag. ‘In dit land willen ze geen Palestijnen met kennis van de politiek. Ik hoopte de Palestijnse autoriteit in de Westelijke Jordaanoever te helpen. Het was mijn jeugddroom om een degelijk Palestijns bestuur in de Westelijke Jordanoever en Gaza te ontwikkelen, maar ik kom de Palestijnse gebieden niet in.’ Mohammed zucht.
Dan geeft hij me een rozenkrans van olijfhout en “heilige aarde” in een smalle hanger met de afbeelding van Maria met het kind Jezus in de armen erop.
‘Mounira, deze is voor jou,’ zegt hij plechtig. ‘Neem het licht van de Heilige stad met je mee. Draag deze dag in je hart.’

NIEUWS: Monique Samuel’s nieuwe boek “Mozaïek van de Revolutie” ligt vanaf vrijdag 11 mei in de winkels. Deze blog is een voorproefje. Mis ‘m niet!



[1] 50% van de Pelestijnse christenen behoort tot deze kerk. De patriarch zetelt in Jerusalem. De kerk valt onder het bredere scala een Orthodoxe kerken. De kerk wordt als de moederkerk der kerken besschouwd.

Krijg hieronder een impressie van een (Egyptisch) Koptisch Orthdoxe dienst – in het Engels. Vertoont zekere liturgische overeenkomst met de dienst die ik Jeruzalem meemaakte.

1 Comment
  • Peter

    Mooie impressie! En dat de orthodoxe kerk van jeruzalem de moederkerk van alle kerken is, dat kan ik als gereformeerd protestant ook nog wel aannemen..

    Beantwoorden

Geef een reactie

X