Blog

28 nov / De uitdagingen van de Moslimbroederschap

Dit artikel is geschreven door mijn goede vriendin Iba Abdo.

Sinds de Moslimbroederschap voor het eerst aan de macht is in Egypte, worstelt zij met haar rol en identiteit. Dit heb ik enkele maanden geleden ervaren toen ik een kijkje achter de schermen van de Moslimbroederschap in Egypte heb kunnen nemen in verband met het uitvoeren van veldonderzoek voor mijn master scriptie. De winst die de Moslimbroederschap heeft behaald tijdens de jongste parlementaire en presidentiële verkiezingen heeft verschillende uitdagingen voor deze beweging met zich meegebracht. Deze uitdagingen zijn meer bedreigend voor het voortbestaan van de Moslimbroederschap dan de uitdagingen waarmee deze beweging mee te maken had gedurende het tijdperk van Mubarak. Hoewel de leiding van de Moslimbroederschap zijn best doet om aan de buitenwereld te laten lijken dat alles voortvarend verloopt, is eronder de oppervalk van alles gaande.

Eerste uitdaging
Het vertrek van Mubarak in februari 2011 heeft niet alleen geleid tot het openen van de politieke arena voor groepen die daarvoor buitengesloten werden. Maar ook tot de uiting van jarenlange opgekropte gevoelens van frustratie en onvrede over de hiërarchische en ondemocratische manier van besluitvorming binnen de Moslimbroederschap. Vooral door de jonge leden wordt veel kritiek geuit op het ‘hoor en gehoorzaam’ principe dat toegepast wordt binnen deze beweging. Volgens dit principe worden leden geacht de politieke en religieuze besluiten van leidinggevenden kritiekloos uit te voeren. ‘Een critical mind wordt binnen de Moslimbroederschap niet gewaardeerd. De leiders hebben liever dat alle leden op dezelfde manier handelen en denken, het liefst op een manier die overeen komt met die van de leidinggevenden zelf,’ vertelde mij Ali, een lid van de Moslimbroederschap die vorig jaar uit de beweging werd gezet wegens ongehoorzaamheid aan de leiding tijdens de protesten. Hoewel voor de revolutie de hiërarchische structuur werd gelegitimeerd door de repressie van opeenvolgend president Nasser, Sadat en Mubarak, is dat nu niet langer een geldende reden. ‘Hoe kan de Moslimbroederschap beweren een democratische Egypte voor ogen te hebben als de beweging zelf op een ondemocratische manier wordt gerund?’ vroeg Muaaz, een ander uigezet lid wegens ongehoorzaamheid aan de leiding, zich hard op.

De starre en hiërarchische organisatie van de Moslimbroederschap betekent ook dat de leden de religieuze mening van de leiders dienen te volgen. Terwijl de Moslimbroederschap niet in naam van de Islam claimt te spreken, wordt in de praktijk wel zo gehandeld. Dit is problematisch omdat de Moslimbroederschap hiermee een monopolie creëert op de interpretatie van islamitische heilige teksten. Een monopolie die leidt tot ideologische verlamming, i.e. het onvermogen om een progressieve interpretatie van heilige teksten aan te nemen. Dit blijkt bijvoorbeeld in het denken van de Moslimbroeders ten aanzien van de positie van vrouwen en Kopten. De ideologische verlamming wordt veroorzaakt door de monopolie die de conservatieve vleugel binnen de beweging heeft op de ideologische en organisatorische aanpak. De conservatieve vleugel kan worden beschouwd als de ‘keuken’ van de Moslimbroederschap waar de besluiten worden genomen, terwijl de reformistische vleugel niet meer is de ‘vitrine’- zij zijn de gelikte gezichten die het Westen gerust moeten
stellen. De macht van de reformistische leden binnen de Moslimbroederschap is altijd gemarginaliseerd. Zowel in het bepalen van de ideologie als de interne hiërarchische structuur, hebben de conservatieve leiders sinds de jaren 1990 aan het roer gestaan. Na het vertrek van Mubarak in 2011, is de greep van de conservatieve vleugel versterkt en zijn de reformistische leden, zoals Ibrahim al-Za’farani, vrijwillig uit de MB gestapt. Anderen werden zelfs geschorst en uit de partij gezet, zoals presidentskandidaat Abdel Moniem Abu el-Fettouh.

Tweede uitdaging
Naast de interne machtsstrijd is de Moslimbroederschap verwikkeld in een haatliefde relatie met de Salafisten, die een meer orthodoxe interpretatie van de Islam aanhangen. Aan de ene kant vormen de Salafisten samen met de Moslimbroeders een gezamenlijke front tegen de liberale krachten als het gaat om het voeren van campagne voor religieuze wetsvoorstellen. Aan de andere kant brengt de aanwezigheid van de Salafisten in het parlement de leden van de MB tegelijkertijd in een moeilijke positie: ze kunnen niet de aanval openen op de Salafisten uit angst voor verlies van de Islamitische electoraat. Maar ze kunnen het ook niet eens zijn met bepaalde meningen van de Salafisten uit angst om door de liberale en linkse partijen ervan te worden beschuldigd de salafistische ideologie te hebben overgenomen. Dit laatste zal de relatie met het Westen tevens schaden.

Derde uitdaging
Een derde en tevens grootste uitdaging die de toekomst van de Moslimbroederschap gaat bepalen is het formuleren van een duidelijke politieke ideologie. Het ontbreken van deze ideologie komt door het feit dat de Broederschap faalt in het maken van een scheiding tussen ‘politiek’ en ‘religie’. De Broederschap gebruik van de religie om de politieke acties te rechtvaardigen en tegelijkertijd wordt de politiek gebruikt om religieuze doelen te bewerkstelligen. Ook na de oprichting van de politieke arm van de Moslimbroederschap, de Vrijheid en Rechtvaardigheid Partij, wordt deze scheiding in de praktijk niet gehanteerd. De partij is niet in staat om onafhankelijk van de beweging te opereren. Deze uitdaging raakt de essentie van de ideologie van de Moslimbroederschap die erop gebaseerd is dat de politiek een onlosmakelijk onderdeel maakt van de Islam.

Het beschouwen van de politiek als onderdeel van de religie en het pragmatisme waarmee de Moslimbroederschap politiek bedrijft leidt tot het ontstaan twee soorten retoriek binnen de Moslimbroederschap: een interne retoriek, bedoeld voor de eigen achterban en Egyptenaren in het algemeen, en een externe retoriek, bedoeld voor de buitenwereld, met name het Westen. Met verloop van tijd is de externe retoriek gematigder geworden terwijl de interne retoriek onveranderd is gebleven. Dit wordt door het publiek beschouwd als het erop na houden van twee agenda’s.

Strategie
In essentie is de Moslimbroederschap een beweging die tegen revolutionaire veranderingen is. Geleidelijkheid en gefaseerde hervormingen hebben sinds de oprichting van de beweging in 1928 centraal gestaan. De grondlegger van de Moslimbroederschap, Hassan al-Banna, was van mening dat de Moslimbroederschap aan de macht zal komen als de tijd daar rijp voor is: als de maatschappij geleiderlijkeraan geïslamiseerd is en de vraag om de Sharia te implementeren een publieke vraag wordt. Sinds de jaren 80 is de focus van de Broederschap verandert van prediking (Da’wa) tot het bedrijven van de politiek. Dit kwam o.a. door de realisatie dat bottum-up hervormingen niet voldoende waren om de doelstellingen van de Moslimbroederschap te realiseren. De beweging moest ook zitting nemen in politieke instituties om zijn islamistische agenda volledig te kunnen doorvoeren. Deze verandering in de focus van de beweging vond een hoogte punt in 2011 na het vertrek van Mubarak. In het begin van de protesten, waren de leiders van de Moslimbroeders tegen het idee om deel te nemen en probeerden ze de situatie te sussen. Toen ze realiseerden dat de publieke woede serieuze vormen aannam konden ze niet langer aan de zijlijn staan. Ze steunen de protesten en gaven hun leden een groen licht om aan de demonstratie deel te nemen. Tijdens een interview met een prominent lid van de Moslimbroederschap, Subhi Saleh, in april jl. in Alexandria heeft hij dat ook benadrukt. Saleh gaf aan dat het doel van de Moslimbroederschap aanvankelijk was om vanuit achter de schermen diegenen (lees protest groepen) te helpen die de ‘rode lijnen’ wilden breken. Als deze taak eenmaal was geklaard, zou de Moslimbroederschap ‘met volle kracht’ de politieke arena betreden – om te voorkomen dat de rode lijnen weer worden hersteld- en alle macht naar zich toetrekken door de goede organisatie en hoge mate van populariteit. Sinds de start van de protesten in januari 2011 is dat in feite ook gebeurd.

Iba Abdo is politicologe. Ze volgt de situatie in Egypte en heeft daar begin dit jaar veldonderzoek gedaan over de Egyptische Moslimbroederschap in verband met haar master scriptie.

2 Comments
  • Peter

    Fascinerende analyse, Monique! Chapeau! Monique op haar best!

    Beantwoorden
  • Joseph

    Je bedoelt zeker Iba Abdo, de schrijvster zoals vermeld. Ere wie ere toekomt!
    verder ben ik het mee eens dat het een uitmuntende analyse is.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X