Blog

20 sep / De troonrede die nooit uitgesproken wordt

Waerde landgenoten, leden van de Staten-Generaal,

Het zijn moeilijke tijden voor Nederland. Het land maakt zware economische tijden door. Zo begint mijn toespraak al tien jaar lang. Hierna volgt een zwaarmoedige situatiebeschrijving en beloof ik na het zuur het zoet.
Maar ik kan u geen zoet meer beloven. Ik kan niet meer voor de Heren Politici instaan. Ik kan hun boodschap niet langer voorlezen zonder mijn wenkbrauwen te fronsen, mijn keel te schrapen, me te verspreken, te stotteren en te stamelen, over m’n Haagse accent te duikelen, ik kan niet langer spreken zonder m’n gezicht te vertrekken. Ik kan kortom niet langer verkondigen wat de Heren Rutte en Verhagen hebben bekokstooft.
En daarom, waerde burgers en landgenoten, kondig ik mijn abdicatie aan.
Ja, ik Beatrix Wilhelmina Armgard, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses van Lippe-Biesterfeld, Koningin der Nederlanden weiger nog langer dit land voor te gaan in zijn weg naar de teloorgang.
De rancuneuze bezuinigingsmaatregelen van de huidige regering kunnen mijn goedkeuring niet wegdragen. U allen weet immers hoe zeer ik de kunsten, de nut-beoogde instellingen en alle vormen van culturele verrijking en ontplooiing lief heb. U weet ook hoe ik de ouderenzorg, de armoedebestrijding in binnen- en buitenland en met name het lot van jonge gehandicapten een warm hart toedraag. En ten slotte weet u, hoe ik in de voetsporen van mijn geliefde moeder, de natuur en het milieu altijd met zorg in het oog houd. Ook ik denk aan mijn kleinkinderen, ook ik denk aan de toekomstige troonopvolgers van dit mooie land en ook ik ben mij bewust van de smeltende poolkappen, de stijgende zeespiegel en de desastreuze gevolgen die dezer zeken voor ons geliefde Nederland kunnen en zullen hebben.
Maar zorgwekkender nog is de totale verloedering en teloorgang van de Nederlandsche maatschappij. Ja, geachte leden der Staten-Generaal, waerde parlementariërs en bestuursleden, u bent uw taak vergeten. Uw hebt de verantwoordelijkheden die u op u heeft genomen verwaarloosd. Uw dient niet langer uw volk maar uw verkiezingselectoraat. Uw buigt niet langer voor het algemener belang en groter goed, maar verliest u in roddel en achterklap, in rechts gekonkel en racistische praat, achter u gaat de kaalslag van de gehele Nederlandsche samenleving schuil. Ik kan en zal dit niet langer toestaan. Ik kan dit niet langer steunen.
Ik leen mij niet als spreekbuis voor visieloze allesverwoestende bezuinigingen, ik laat mij niet gebruiken door rechtse-vingerlik-kabinetten. Dit land gebouwd op Erasmus en Piet Hein, op tolerantie en werklust, op vrede, respect voor alle religies, alle opvattingen en levensvormen, is zijn identiteit aan het verliezen. De leeuw van Oranje wankelt, de grondvesten van ons mooie land storten in elkaar en op de graven van eeuwenoude gekoesterde en bevochten waarden danst u, heft u het glas en eet u uw feestmaal, zonder smaak, zonder kleur, zonder specerijen want die komen immers ook uit de gevreesde en gewraakte Oriënt.
Aan de burgers aan mijn geliefde natie zou ik willen zeggen, het is niet om u dat ik mijn functie neerleg. Ik had u graag mijn gansche leven gediend. Bezint u! Bezint u op wie u stemt, denk na over wie u als uw vertegenwoordigers kiest, overweeg de consequenties van hun leuzen en partijpolitieke spelletjes. Welk land heeft u voor ogen? Hoe kunnen deze bezuinigingen uw goedkeuring wegdragen? Hoe kan de toon en aard van de debatten in de ontzielde coulissen van de Tweede Kamer u nog langer welgevallig zijn? Hoe slaapt u, hoe waakt u, hoe leeft u, wetende dat uw land uiteen valt, uiteen gedreven wordt, zich verkoopt aan speculanten en zakelijke investeerders die geen andere waarde kennen dan die van optimale winstmaximalisatie?
Om af te sluiten met de woorden van ons geliefder volkslied… Mijn schild ende betrouwen, zijt Gij oh God mijn Heer, op U zo wil ik bouwen, verlaat mij nimmer meer, opdat ik toch vroom mag blijven, Uw dienaar allerstond, de Tirannie verdrijven, die mijn hart doorwond… Neem dit ter harte, doorzoek uw hart en uw geest, wees een dienaar voor uw naasten en vergeet niet, nimmer nooit niet, dat dit land een geschenk is, wij leven op grond in bruikleen. Eens zullen wij allen verantwoording af moeten leggen aan latere generaties en de Allerhoogste. Ik weet niet wat te zeggen, ik weet niet wat te doen, dan te stamelen: maar de cijfers klopten. Het boekje was weer groen. En de Heren rookten dikke sigaren en dronken goede wijn, terwijl de hemel zure regen huilde, de bomen zuchtten en de harten versteenden, veranderden in roestvrijstaal, beton.

Deze troonrede is fictief. Alle verantwoordelijkheid ligt bij de auteur. De H.M. zal deze woorden natuurlijk nooit uitspreken. Mijn excuses als hier eventueel misverstand over bestaat.

 

1 Comment

Geef een reactie

X