Blog

05 mei / De revolutie van de jeugd

Get Microsoft Silverlight

Monique Samuel is politicoloog en auteur van “Mozaïek van de Revolutie: een kijkje achter de voordeur van mijn nieuwe Midden-Oosten”. Het boek staat op de shortlist voor de Bob den Uyl-prijs. Voor de VPRO-serie de vrijheid van Tahrir reisde ze af naar Egypte. Haar uitzending, “De gezichten van mijn helden”, wordt uitgezonden op 5 mei – mis dat niet!

Op 11 februari trad de Egyptische president Hosni Mubarak af nadat zijn volk massaal de straten had bezet om in miljoenendemonstraties zijn vertrek te eisen. De val van de oud-dictator, die ook wel spottend “de Farao” wordt genoemd, inspireerde miljoenen mannen en vrouwen in de hele Arabische wereld en ver daarbuiten om ook de straat op te gaan. Time Magazine bestempelde op de eindcover van 2011 “the protester” dan ook person of the year. Vanaf nu zou geen dictatuur meer stand houden, leek de heersende gedachte. De Arabische jeugd had het onmogelijke gedaan en nu zou de rest van de wereld spoedig volgen. Met sociale media kon alles.

“Wij moeten onze kinderen opvoeden om te zijn zoals Egyptenaren,” zei President Obama in een van zijn fameuze speeches. De Italiaanse banga banga-premier hield het bij een luchtiger grapje: “Oh Egypte? Daar gebeurt niets bijzonders… ze schrijven gewoon geschiedenis, zoals altijd!”

Ontroerd zag ik hoe mijn volk dagenlang feestte op het nu wereldberoemde Tahrir-plein. Midden tussen de uitzinnige mensenmassa lachte ik om de dolle gekkigheid en ludieke liederen, huilde ik bij het zien van de honderden afbeeldingen van de overleden demonstranten en vreesde ik voor de opgeschoten jongens die in een mengeling van extase en adrenaline vrouwen aanrandden en later ook verkrachtten, maar meer nog maakte ik mij kopzorgen over de toekomst van een land dat er in vele opzichten zo slecht voor staat en waar zoveel politieke bewegingen hadden gefaald. De armen waren slechts armer geworden, de rijken alsmaar rijker en de worstelende middenstand zocht wanhopig haar toevlucht in kerk en moskee, greep angstvallig terug naar gebedsmatjes en rozenkrans. Zoals verwacht waren het dan ook niet de revolutionaire jongeren maar de goed georganiseerde en door Saoedi-Arabië en Qatar van miljoenensteun voorziene Moslimbroeders en Salafisten die de macht grepen. Deze “islamisten” of moslims die voor Allah een politieke rol zien toebedeeld werden decennialang onderdrukt, gemarteld en vermoord door regimes die wij in het Westen zo graag in het zadel hielden. In de chaos van de volksopstanden grepen zij hun kans om hun met bloed, zweet en tranen bevochte dromen werkelijkheid te laten worden.

Dit gebeurde niet alleen in Egypte. Ook in Tunesië, Jemen, Qatar en Syrië staken in snel tempo tal van radicale groeperingen de kop op. Ze vormen de laatste hobbel, horde en hindernis richting een democratischer pluriform stelsel waarin islamitische partijen weliswaar een rechtmatige plek krijgen, maar niet langer met fraude en intimidatie alle politieke macht op kunnen eisen.

Maar dit kreeg de Nederlandse televisiekijker en krantlezer niet netjes uitgelegd. Daar hadden het journaal en de actualiteitenprogramma’s het geduld niet voor. Voor ik het wist waren de Vier Jaargetijden van Vivaldi dan ook weer helemaal terug van weggeweest. De media die de revolutionaire wind die door de Arabische wereld waaide tot tornadoproporties had opgeblazen, spraken na het euforische begin van de Arabische Lente en de broeierige Arabische Zomer, over een onstuimige Arabische Herfst of zelfs een donkere Arabische Winter.
Dat democratie niet over een dag ijs gaat leek menigeen vergeten. Net zoals de grote belangen die er in de regio op het spel staan waardoor Israël, Iran, de Arabische Golf en de VS, ja zelfs de EU er hun eigen politieke spel spelen.

P1090466

Ondertussen had de gewone Egyptenaar, Tunesiër of Syriër nog steeds geen gezicht. We zien ze slechts schreeuwend met baarden, gesluierd met een kind op de arm, huilend, rouwend. We zien alles behalve de waarheid en denken te weten hoe zij denken, te begrijpen hoe zij zich voelen en te kunnen concluderen dat ze vooral heel anders zijn dan wij.
Het zijn net mensen,” zoals de titel van Joris Luyendijks roemrijke broek luidt. Ja nét mensen… maar nét niet helemaal.
Tijdens de 18-daagse opstand in Egypte zagen we slechts afbeeldingen van miljoenen poppetjes op het Tahrir-plein en ook daarna kreeg de kijker slechts plaatjes voorgeschoteld, maar dan van geweldsuitbarstingen, verkrachtingen en publieke lynchpartijen. De gewone burger was weer veranderd in een enge Arabier met een woeste baard en stijve pik.

Maar dit is niet het ware verhaal en zal nooit het ware verhaal zijn. Daarom ging ik met de VPRO twee jaar na de revolutie terug naar Egypte om te laten zien wat er onderhuids in het land met de grootste bevolking van Afrika en het Midden-Oosten broeit. Het resultaat is een bruisende wervelwind van beelden en impressies, ontmoetingen met mijn dierbaarste vrienden en familie, mijn eigen teta lieve omaatje die in een simpele volkswijk woont en vertelt over het leven zoals het was… en nu is. Deze analfabete vrouw vat in haar simpele taal de problemen van Egypte beter samen dan menig westerse analist of Midden-Oosten expert. Hetzelfde doen mijn vrienden en vriendinnen die laten zien wat de revolutie voor hen betekend. Niet zozeer de politieke revolutie – die slechts een oppervlakkige topje van de ijsberg vormt – maar de echte maatschappelijke omwenteling: de sociale revolutie die iedere Arabische burger van Marokko tot Irak raakt. Deze revolutie is een demografische revolutie. Twee-derde van de Arabische bevolking is jonger dan 29 jaar. Het zijn deze jongeren die de toekomst van de regio zullen bepalen. Het zijn deze inspirerende, creatieve, ongeduldige en soms ook gefrustreerde jongens en meisjes die de decennialange passiviteit doorbreken en worstelen met de grenzen van religie, samenleving en vooral hun eigen familie. Zij zijn de helden van mijn verhaal. De trotse, stralende, vertwijfelende en ontroerende gezichten van mijn land. Zij én mijn omaatje wier naam ik vol trots draag – Mounira, “zij die licht geeft”. Oh wat straalt mijn oma op de camera, oh wat fonkelt en schittert ze als altijd. Ik kan slechts bidden dat mijn land weer eens zal stralen zoals zij. Slechts hopen dat deze prachtige mensen de kijker net zo raken, verwonderen en inspireren als mij. Want één ding weet ik zeker: zolang er mensen zijn zoals Ahmed en Mouneer, Safiyya en Hanna zal ik Egypte altijd balladi of mijn vaderland blijven noemen. Zij zijn de zuurstof in een land vol ademnood, of ze nou moslim zijn of christen, vrouwelijke profvoetballers of een moderne danser, straatvechters of visionairen, hetero of gay. Niets is wat het lijkt, alles is een complex raamwerk, een mozaïek van een revolutie die ons allen raakt of we dat nu willen of niet. De vragen van mijn vrienden zijn uiteindelijk ook onze vragen, hun strijd weerspiegelt onze worsteling. Want waar het vreemde en bekende elkaar naderen, je voor een flits van een seconde de kans krijgt de onbekende ander in de ogen te zien, worden muren afgebroken, een menselijke spiegel voorgehouden en een stralende glimlach aan je leven toegevoegd.

Dit artikelen is geschreven voor de Varagids.

1 Comment
  • Gerrit-vL

    Met veel interesse heb ik je documentaire zitten kijken, gisteravond. Dank dat je zoveel meer laat zien dan de nos. Je bent een prachtige vrouw, Mounira, in meer dan één opzicht.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X