Blog

13 jun / “De Laatste Held” (deel 1)

In opdracht van COS Zeeland schreef ik de novelle ‘De Laatste Held’ in het kader van ‘Maand van de Vrijheid’, mogelijk gemaakt mede dankzij financiering door de provincie Zeeland. De novelle is uitgedeeld op zeven middelbare scholen en ROCs in Zeeland, die ik bezocht tijdens een literaire vrijheidstour in de maand mei.
Met instemming van COS Zeeland mag ik de novelle nu in delen op mijn blog plaatsen.
Lees in één week een boek uit! Vandaag deel 1 van een verhaal dat geïnspireerd is op de woelige 18 dagen van de Egyptische revolutie begin 2011.

De laatste held
Monique Samuel

Voor Egypte, mijn vaderland
En ook voor mijn lief. You are a hero!

The greatest revolution of our generation is the discovery that human beings, by changing the inner attitudes of their minds, can change the outer aspects of their lives
William James (1842-1910) Amerikaanse filosoof en psycholoog

Voorwoord

Op 25 januari 2011 gingen tienduizenden Egyptenaren de straat op om te protesteren tegen het regime van President Hosni Mubarak. In de daaropvolgende dagen groeide hun aantal uit tot miljoenen en verspreidden de demonstraties zich als een olievlek over de steden en dorpjes van de Nijldelta, de hoofdstad Caïro en de tweede grootste stad van Egypte: Alexandrië.
Op vrijdag 28 januari 2011 gingen volgens sommige schattingen bijna 20 miljoen Egyptenaren de straat op. De veiligheidsdiensten sloegen ongenadig op de demonstranten in. Het was de meest gewelddadige dag van de Egyptische revolutie.
Terwijl de wereld de gebeurtenissen op het Tahrir-plein in Caïro met verbazing volgde, bleef de revolutie in de Delta grotendeels uit het zicht van de internationale camera’s. Daardoor nam het geweld daar veel grimmigere vormen aan. In Suez en Ismaliyya gingen politieposten in vlammen op, vlogen de molotovcocktails door de lucht en werden honderden mensen op klaarlichte dag vermoord. Beelden van overvolle mortuaria werden soms pas dagen later via het internet verspreid.

Het was een gekke tijd. Als ik niet in tv- of radioprogramma’s moest verschijnen, keek ik via televisie en m’n laptop tegelijkertijd naar CNN, Al-Jazeera en BBC Arabic en probeerde ik de constante berichtenstroom op Twitter te volgen. Ik probeerde elke relevante post te lezen, elk Youtube-filmpje te zien en elk artikel tot me te nemen.

Niets raakte mij meer dan het beeld van een jongen die in een simpele spijkerbroek en T-shirt met z’n handen boven z’n hoofd in een totaal verlaten straat richting een groep agenten loopt. Op de achtergrond klinkt het emotionele gegil van een groep vrouwen die vanaf een balkon de jongen toeroepen en de gebeurtenis met hun mobieltje vastleggen.

‘Bravo ya wallad, bravo, jongen! Allah yanour aleiki, moge God je verlichten.’
Er klinkt gefluit. Mensen moedigen hun held aan.

De jongen loopt heel rustig en beheerst. Hij lijkt niet bang. De agenten zijn nog ver weg, zeker zo’n 75 tot 100 meter. Dan klinken er opeens een aantal luide schoten. De knallen echoën hol door de lege straat. Het lichaam van de jongen trilt, zijn armen schokken in de lucht, hij valt dood neer. Even is het stil. Dan beginnen de vrouwen luid te jammeren.
‘Nee, bij God, nee, God, nee!’
Hun stemmen zijn vol pijn en ongeloof.
Het geschreeuw en gefluit van de andere buurtbewoners is gestopt. Het lijkt wel alsof in de plotselinge stilte zelfs de straatstenen het uitschreeuwen. Van de jongen rest slechts een donker hoopje. Dan springt het beeld op zwart.

Ik kreeg het filmpje via Twitter door een Egyptische activist toegespeeld. Het was woensdag 9 februari 16.10 – twee dagen voor het aftreden van Mubarak. Ik weet het moment nog goed. Ik huilde. En ik huil nog steeds. Elke keer als ik het filmpje zie – en ik bekijk het vaak – stromen stille tranen over m’n wangen. Doodmoe zeeg ik neer op de bank. Ik kon niet meer.
Na twee weken van non-stop werken en slapeloze nachten waarin ik mezelf geen enkele emotie had toegestaan, de meest gruwelijke beelden had geanalyseerd en geïnterpreteerd zonder zelfs met m’n ogen te knipperen en het grote publiek slechts uit had proberen te leggen wat er daar in het land van de piramides toch allemaal gebeurde, waren het deze beelden die mijn intellectuele façade doorbraken. De doodstrijd, het verlies, de onmenselijke gruweldaad… alle emoties namen bezit van mij en kolkten door mijn lijf.
Ik zette de tv uit, sloot de computer af, pakte een kaars, stak hem aan en bad… voor de doden, voor de levenden, en voor iedereen die zich ergens tussenin bevond. Ik had amper woorden, behalve die van de vrouwen: ‘Nee God, nee, God, nee, alstublieft, nee.’

Een paar uur later zat ik bij het programma Moraalridders aan tafel. Maar ik was niet meer dezelfde “expert” die rustig analyseerde wat er aan de hand was. Het was de woensdag van de kamelen. Baltigiyya (straatbendes) op paarden, ezels en dromedarissen opgetrommeld vanuit Gizeh, sloegen met knuppels de demonstranten neer. Het centrum van Caïro was in de scène van een middeleeuws bloedbad veranderd. Iedereen had het over de totale gekte op Tahrir maar hoe vreselijk ook: het waren niet de beelden van vechtende demonstranten die me zo raakten als wel dat filmpje van die onschuldige jongen die ongewapend, met zijn lege handen in de lucht, de dood tegemoet trad. Voor mij is deze jonge Alexandrijn het icoon van de Egyptische revolutie. De naamloze held van de volksprotesten. Ik zal zijn moed nooit vergeten. Dit verhaal is geïnspireerd op zijn heldendaad.

In dit boekje probeer ik de vele facetten van vrijheid te laten zien; niet alleen politieke vrijheid zoals het recht om je mening te uiten en tegen een dictator in opstand te komen, maar ook de vrijheid om te geloven in wat je gelooft, te zijn wie je bent en te houden van wie je houdt. De mens laat zich regeren door angst. Ook in Nederland leggen mensen zichzelf (en de ander) voortdurend restricties op. Maar echte vrijheid huist in het hoofd – daar waar niemand kan komen en wat niemand af kan pakken.

Ik ken maar één vrijheid en dat is de vrijheid van denken.
-Antoine de Saint-Exupery

1 Comment
  • Peter

    Mooi geschreven ! En enerzijds pakkend door dat het beeldend is geschreven, anderzijds kort en bondig,, het geeft zeker stof tot nadenken. Ook over nu, over of er militair ingegrepen moeten worden in Syrië, wie dat dan zou moeten doen en wat voor situatie er vervolgens zal ontstaan. En hoe je daar militair en bestuurlijk/politiek op zou kunnen reageren.een bloedige burgeroorlog van de soennieten tegen de rest ( om maar iets te noemen) en een hoop tribale conflicten waar je dan verantwoordelijk voor wordt is niet direct een aantrekkelijk vooruitzicht, om het zo maar te zeggen..

    Beantwoorden

Geef een reactie

X