Blog

23 apr / De doventolk en het maanlicht

Natte bladeren dwarrelen in mijn gezicht. De gure wind speelt met mijn jas en sjawl.
Ik heb net een lezing gegeven in een vrijzinnige PKN-gemeente nabij Leiden. Met verbazing luisterden de zeventig gemeenteleden naar mijn coming-out verhaal. Dat er kerken zijn – veel kerken zelfs – die homoseksualiteit nog steeds afwijzen konden ze haast niet geloven. Verbaasd reageerden ze op m’n stelling dat veel Nederlanders helemaal niet zo vrij zijn, al was het maar omdat ze zichzelf geen wezenlijke vrijheid van denken toestaan. Dat de kerk echter een heel nieuw christendom moet voorstaan – oprecht en principeel – zonder dogmatische starheid en veroordeling, veroorzaakte pas echt commotie.

Na jarenlange aanbidding van de twijfel zijn de Leidschendammers zo gewend geraakt aan sprekers die pretenderen het vooral niet te weten, dat ze zich totaal geen raad weten met zoveel “jeugdige onbezonnenheid”.
Ongemakkelijk schreven ze hun gebedspunten voor Nederland op. Onwenniger nog vouwden ze even later hun handen.
Tussen alle verbazing en verwarring door werd mijn blik naar het eind van de zaal getrokken. Daar zat een jonge vrouw opvallend te knikken. Ze zwaaide even en gebaarde toen druk verder.
“Dat is een doventolk,” werd me vanaf de eerste rij toegefluisterd. “Ze begleidt een doof gemeentelid.”

Na de lezing gaan de dertigjarige tolk en ik samen op weg naar het station.
Kleine regendruppeltjes doordrenken onze haren.
“Ik begrijp die scepsis niet. Je hebt helemaal gelijk. Nederland kan wel wat meer religieuze bezieling gebruiken! En wat die onvrijheid betreft – die kom ik helaas genoeg tegen.”
Ook haar cliënt die avond worstelde met zijn geaardheid en bestempelde zichzelf als zondig schaap. Hij was veertig maar leek op een nerveuze schooljongen.
Emotioneel overhandigde hij mij tijdens de pauze een kopie van een hoofdstuk uit een Bijbels dagboek. Alle woorden die naar eigen zeggen betrekking op hem hadden zoals “opstandigheid”, “zonde”, “worsteling” en “bekering” had hij met dikke lijnen onderstreept.
“Ach gut,” zei de tolk zacht.
Met moeite onderdrukte ik een brok in m’n keel.
“God houdt van jou,” zei ik terwijl ik de man een hand gaf.
Met een stralende glimlach gaf de tolk de boodschap door en pakte ook maar een hand vast.
“Ben je gelovig?” vraag ik de vrouw nu.
“Nee, niet eens gelovig opgevoed, maar geïnteresseerd ben ik wel.”
Ze volgde speciale trainingen om tijdens kerkdiensten en het vrijdagmiddaggebed te kunnen tolken.
“Urenlang heb ik DVD’s bestudeerd om alle gebaren voor Bijbelboeken en profeten uit m’n hoofd te leren.”
Geroutineerd doet ze me David, Paulus en het Evangelie volgens Johnnaes voor.
“En dan heb je nog Mohammed, Boeddha, Vashnu, genade, opstanding…”
Ze woont in Amsterdam maar reist van Middelburg tot Bolsward om te tolken.
“Ik maak echt de gekste dingen mee, afgelopen week een Hindoestische begrafenis – heb maar meteen de hand van de pandit geschud. En dan Ramadan, suikerfeest… Oh en ik was laatst de enige blanke gast op een Surinaamse bruiloft. Je had die gezichten moeten zien! Lekkere muziek hoor, praise the Lord Hallelujah!”
We lachen en zien dan opeens onze tram voorbij flitsen. Gillend en met de armen zwaaiend rennen we achter de wagonnetjes aan. Te laat.
Hijgend staan we op de trambaan. “Moet je dat zien!” zegt de tolk terwijl ze naar de hemel wijst. Een volle maan glanst tussen twee opengebroken wolken door.
Ik glimlach. “Een knipoog uit de hemel.”

“Denk je?” En dan op serieuze toon: “Weet je, ik ben sinds kort moeder en voor het eerst denk ik dat mensen zoals jij weleens goed gelijk kunnen hebben. Als ik dat ventje zie voel ik zo’n bovennatuurlijke liefde, zo’n verwondering. Hij is geen toeval, net zoals jij of deze avond geen toeval zijn.”
We staren naar het heldere maanlicht. De wind ritselt tussen de bladeren.
“Hier en nu is een wonder,” zegt de vrouw terwijl ze onbewust handgebaren maakt.

Eenmaal in bed doe ik de gebaren na. “Hier en nu…” De deken voelt warmer, het matras zachter. Hier en nu is het een wonder dat ik leven mag.

By Mounir Samuel in Columns Tags > , , , ,
4 Comments
  • Rinus van der Molen

    Een pakkend stukje Monique! Zelf ben ik ook lid van de PKN en ik geloof in een God die Liefde is en wel een liefde die zo sterk zal worden dat op een moment dat Hij of Zij alle kwaad teniet zal doen. Dat betekent dat God in mijn beleving elk mens waardeert, n’ímporte met welke geraardheid etc.
    Voor God zijn alle mensen gelijk. Jammer dat in conservatieve kringen nog zo heel anders wordt gedacht soms. God is niet straffend maar solidair met de lijdende mens. Met zo’n God kan ik wel verder al heb ik geen antwoord op de vraag waarom Hij/Zij niets doet aan het immense lijden op deze aarde. Ik wens je allegoeds en de Zegen van deze God.
    Rinus van der Molen (1937)

    Beantwoorden
  • peter

    Wat een juweeltje van een tekst !

    Beantwoorden
  • Gert Jan Slump

    Geraakt!

    Beantwoorden
  • Gerrit-vL

    Heerlijk als je zo naar de mensen kunt kijken – net als God naar ons kijkt. Niet als een boze rechter die alle kwaad bestraft, maar als de liefhebbende vader zoals Jezus ons heeft voorgeleefd.

    Beantwoorden

Geef een reactie

X