Blog

16 nov / De beschaving voorbij

Nous sommes tous Français, sprak de Britse premier in moeizaam Frans. Hij verwoordde daarmee een sentiment dat wereldwijd werd gedeeld. Nooit was Frankrijk zo geliefd. Gekscheerde men tot voor kort: “Frankrijk is prachtig, jammer dat er Fransen wonen.” Nu voelt iedereen, voor de tweede maal in tien maanden, fraternité – een diep geworteld gevoel van broederschap – met het Franse volk.
“Deze aanval is een aanval op ons allemaal,” aldus menig wereldleider (of op de “beschaafde wereld” zoals Obama zei – wat bij mij dan direct vragen oproept over wat dan de “onbeschaafde” wereld zou zijn, altijd eng als “westers” aan “beschaving gelijk” staat).

IS weet ons in het hart te raken. In de algemene gang der zaken. Een voetbalwedstrijd. Een café of restaurant-bezoek. Een rockconcert. Overal en altijd lijkt ze toe te kunnen slaan. Volstrekt in-discriminatoir. Tot in de Europese voor- en achtertuin, of zelfs aan de keukentafel. Want laten de Fransen nu ergens om bekendstaan…

Het nieuws was zo groot. Zo aangrijpend. Zo onverwachts. Zo al-overheersend dat niemand er aan ontsnappen kon. Zelfs jonge kinderen wilde deze ramp niet ontgaan. Het hele land stond stil. De hele Unie stond stil. Eén minuut vandaag.

Het was een vreselijk weekend. Verdwaasd zat ik in de trein en liep ik over tochtige overvolle perrons. Me afvragend: wanneer, waar, hier? Ik verbleef in een klein dorp. Ik waande me er veilig. Maar moest terug naar Amsterdam. Hoe lang… tot ook onze hoofdstad zal worden geraakt? Het lijkt niet meer dan een kwestie van tijd. Want al die mooie woorden van veiligheidsadviseurs ten spijt, geloof ik er geen bal van dat Nederland niet op de wish-list van barbaarse onbeschaafde idioten staat. Er lijkt genoeg reden toe. Land van Wilders en Ayaan Hirsi Ali, gay pride en Anne Frank, Heineken bier en jihadgang.

En anders is er wel het falen van de veiligheidsdiensten, die al jaren toezien hoe het verscheurde België als pleisterplaats fungeert voor jihadisten en waar de treurige segregatie van de banlieu als koren op de molen werkt voor extremisten. Het is niet voor het eerst dat Brussel tot hart van het radicale geweld in Europa wordt bestempeld. Dat was het al in 2001 – toen de Europese hoofdstad het centrum bleek van Al-Qaida in continentaal Europa. Er is weinig veranderd sindsdien. De grauwigheid van de troosteloze wijken is grauwer geworden. De populisten zijn slechts harder gaan schreeuwen en met hen de haat-imams, de extremen aan beide kanten, omsluiten ons als een tang. Het aantal geradicaliseerde jongeren over het hele continent is gegroeid. De oorlog tegen het terreur heeft bloedigere vormen aangenomen. Ketst als een boemerang in het gezicht. Ware het niet dat we voor de opruiende taal van Bush waren gezwicht en ons niet met valse informatie hadden ingelicht, dan was IS in 2004 niet eens ontstaan. Maar laten we vooral niet in de geschiedenis teruggaan en lekker vluchtelingetje pesten. Zij die voor het geweld van juist de ergste terreurgroepen op aarde op de vlucht moesten slaan. Syriërs zijn het niet hoor, die ons door de kop schieten terwijl we net een wijntje hebben besteld. Maar het is makkelijk om in hen het gevaar te zien, dan het falen van onze eigen samenleving onder ogen te komen.

De onbeschaafde wereld heeft een gezicht gekregen – niet Oost of West – maar Islamitische Staat versus de rest; Fransman, Arabier, Japanner of Rus. Niemand is veilig voor haar bloederige zwaard. Angst dus.

Ik las een mooie tweet – “Dat terroristen angst zaaien betekent nog niet dat wij die ook moeten oogsten.” De media leek er heel anders over te denken. Urenlange analyses. Herhalingen van gruwelijke beelden keer op keer. En die vreemde sensatie die onder je huid kruipt. Je wilt stoppen, maar blijft kijken. En ze geven je: meer, meer.

Een paar honderd kilometer verderop, bommen in Beiroet. Gelukkig, ver buiten de beschaafde wereld alias de Europese Unie, het gaat nog goed. Het rijke leven is nu eenmaal belangrijker, dat is een gegeven. Bourj al Barajneh heeft geen café’s en rockconcerten. Het maakt deel uit van het straatarme Dahya (Zuid-Beiroet). Waar sji’ieten, vierde generatie Palestijnse vluchtelingen, Syrische en Palestijns-Syrische vluchtelingen op zeer gespannen voet met elkaar leven. Als mieren krioelen in kapotte flatjes. Op elkaar zijn gestapeld als modern vee. Geen riolering. Geen veilige stroomvoorziening. Ik kwam er zo vaak. En voel me dus al net zo geraakt, als door die vrolijke gezichten van een Franse uitgaansnacht.

Maa de media dus: terwijl de hele wereld inzoomt op dat ene quartier in Parijs, een wereld die op ontploffen staat. Waar het moorden en sterven gewoon door gaat. Ook in die ene minuut stilte vandaag. Waar blijft het eerbetoon aan de Syriër, Irakees, Jemeniet of Palestijn? Van de laatste mochten het er vandaag weer twee zijn, die door Israëlische soldaten werden doodgeschoten bij onrusten in het vluchtelingenkamp Qalandiya op de Westelijke Jordaanoever – officieel Palestijns grondgebied dus, in feite niet anders dan bezet. Stttt, zwijg – luister vooral naar het internationale mediagehijg.

Blijkbaar is er nog niets veranderd aan de gouden mediaregel: aantal dodelijke slachtoffers / afstand in km. = nieuwswaarde.

Blijkbaar is er nog niets veranderd aan de gouden mediaregel: aantal dodelijke slachtoffers / afstand in km. = nieuwswaarde.

Maar wij dan? Waarom dopen wij onze avatar wel in rood-wit-blauw maar niet in groen-wit-zwart – een vlag die we niet eens kennen, waar we niets bij voelen, anders dan onbegrip?

Volgens mij is er meer aan de hand dan afstand en het aantal slachtoffers. Ja, niemand rouwt om 200 dode Afrikanen bij een veerramp, bekende cijfers, vertrouwde angst.

Maar er speelt iets anders. De ellende die nu in het Midden-Oosten en Noord-Afrika woedt, de echte cijfers zijn zo gruwelijk, zo groot, zo weerzinwekkend, zo gezichtloos dat we ons liever om deze Franse doden verbijten. Een hoog aantal, maar nog overzichtelijk. We zouden de namen kunnen opzoeken. De verhalen van hun levens kunnen navertellen. Het is een afgebakend incident. Gruwelijk in z’n soort, maar eindig – hopen we dan. Tot de volgende maar weer.

Maar Syrië… YARAB. Mijn hart. OH SYRIË.

De VN is gestopt met tellen na 200.000 slachtoffers. 200.000….

Dat is alweer zo’n twee jaar geleden.

Oh SYRIË.

Turkije dan. Oh oh Erdogan. Je hebt macht, maar de Koerdische vrede gelijk verkracht. Jemen. Geen idee wat ik erover zeggen moet. Nieuws ondergesneeuwd door die dagelijkse lawine aan al dat wat belangrijker is. Afghanistan. We hebben het geprobeerd. Ze wilden zelf niet. Jammer dan. Libië. Nog steeds geen rust. Twee-staten, waarvan één van IS. Laten we er maar niet over praten. Egypte. Mijn vaderland. Dode Russen wel in de krant. Maar over de strijd tegen IS is het stil, niets aan de hand. Zolang de grens met Israël maar veilig is. De vrede niet in het geding. God mogen we wat bezinning?

Ja, ik zou niet weten tot wie ik me anders zou moeten richten, dan de Heer hierboven. De menselijkheid zijn we al lang verloren. Maar zeg het niet te hard. Je zou maar eens geloven. Religie is immers in staat tot al dit kwaad. En zo woekert de haat, ook op sociale media verder.

Maar ik weiger resoluut om God te laten gijzelen door terroristen, die in naam van onze Schepper al deze hel en verdoemenis aanrichten. Dit is een politieke oorlog met heel veel partijen die ons gijzelen. Alles vernietigen wat ons lief is. We zijn iedere beschaving voorbij.

 

2 Comments

Geef een reactie

X