Blog

12 okt / Biertje op het Leidseplein

De zon schijnt in Amsterdam. Meisjes lopen langs in rokjes korter dan hun haren. Kakofonie aan keelklanken en talen. Waan me een toerist in eigen stad. Niets om handen, lummel ik op een terras. Biertje in de hand. 
Naast mij leest een man de krant. Het gekraak van bedrukt papier maakt me rustig. Oud nieuws, vertrouwde angst. Ik kijk om me heen, drink mijn bier op prijs. Flirt met de serveerster. Waan me in een aards paradijs.


Dan komt een oudere man voor mijn tafeltje staan. Ik schat hem het dubbele van mijn eigen leeftijd. Met samengeknepen ogen tegen het lentelicht kijk ik hem aan. 


– “Sjalom, salem en veel vrede,” zegt hij met een niet geheel te plaatsen accent.


-“Die twee talen sluiten de meeste vrede wel uit.” 
Hij glimlacht treurig.


-“Zou ik naast je mogen zitten?”
Grijszwart haar, goedlachse ogen met kraaienpootjes. Een verzorgd baardje, met zilverkleurige haartjes erin. Een buikje die een voorliefde voor het goede leven verraadt. Ik besluit dat hij vooralsnog ongevaarlijk is en wijs hem een vrije stoel.


-“Neemt u plaats.”


-“Mijn dankbaarheid is groot.”’ Met een zucht gaat hij zitten. Even sluit hij zijn ogen, duidelijk genietend van de hemelse liefkozingen van boven. Tot hij opgeschrikt wordt door de serveerster.


-“Spreekt hij Nederlands?” vraagt ze met een hoofdbeweging in zijn richting. Ik knik, me afvragend waarom ze hem dat niet zelf kan vragen. Dan richt ze zich tot de onbekende man: – “En wat had u willen drinken meneer?”


Hij steekt z’n vinger in de lucht: “Ah, dat is een vraag die te weinigen stellen wist u dat?”


-“Nou ik stel hem zo’n duizend maal per dag,” merkt ze droogjes op.
-“Ja, ja, natuurlijk, maar wat had u willen drinken? U?’ 
De serveerster kijkt verward van haar bestellingapparaatje op.

– “Ehm, geen idee. Een wijntje zou er nu wel in gaan denk ik. Of een Rivella?”


-“W’allahi het is toch niet te geloven? U vraagt iedere dag duizend maal wat anderen willen drinken, maar u heeft geen idee wat uw eigen lichaam nodig heeft?” Hij knipoogt naar me.


-“Bij God en Zijn Profeet: ik bestel nu een Rivella voor u.” Haar wangen lichten roze op. 


-“Dat is zeer vriendelijk mijnheer, maar dat mag echt niet. Ik kan geen drank van klanten aannemen.”


-“Wat zijn dat nou weer voor calvinistische praktijken? Bij de Heilige maagd Maria, u mag wel uw dorst lessen toch? Een mens moet drinken! Zoals de goede Jezus al zei: “Iedereen die dit water drinkt, zal weer dorst krijgen, maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen”.” 


-“Amen.” Mechanisch sla ik een kruis.

-“Volgens mij heeft u het nu niet meer helemaal over Rivella,” merkt de serveerster ongemakkelijk op. Hij grinnikt.
images-1 -“Voor mijn tafelgenoot graag nog een bier, want dat glas is te leeg en voor mij…”
Hij smakt bin
nensmonds, alsof hij het aanstaande vocht al kan proeven. 

-“…Karnemelk.”

Dit fragment is afkomstig uit mijn verhaal “Biertje op het Leidseplein” in de Mohammed-glossy. De eerste glossy over de profeet (en zijn
naamgenoten) ter wereld. Eind oktober in de winkel.

3 Comments

Geef een reactie

X