Blog

03 sep / Arabische vrouwen veiliger dankzij internet

Drie weken in de zaterdageditie van dagblad Trouw, mijn serie over hoe sociale media de Arabische wereld voorgoed veranderen. De politieke revolutie in de Arabische wereld mag tot op heden weinig rooskleurig zijn, de echte revolutie is een sociale revolutie die met het internet als nieuw hulpmiddel en wapen in een steeds grotere stroomversnelling raakt. Afgelopen zaterdag verscheen deel twee: een internetcampagne tegen seksuele intimidatie.

Terwijl de emancipatie en publieke participatie van vrouwen in de Arabische wereld zienderogen toeneemt, rukt seksisme en seksueel geweld op. Jonge vrouwen – met of zonder hoofddoek – kunnen in steeds meer steden en dorpen niet over straat zonder dat ze ongewenst worden aangesproken, uitgescholden, bespuugd en met de ogen uitgekleed. De daders zijn mannen van alle leeftijden: van straatjongetjes van acht tot getrouwde vaders van vijftig. Het lijkt een regionale epidemie die vrouwen van Marokko tot Irak plaagt.

Tot overmaat van ramp neemt het seksuele geweld steeds extremere vormen aan: van klemlopen in een steegje en het stiekem in het achterwerk knijpen in de bus, tot openlijke aanranding en publieke groepsverkrachting zoals honderden vrouwen op het Tahrirplein in Caïro overkwam. Op bescherming door politie of andere overheidsinstanties hoeven de slachtoffers – door Arabische activisten liever ‘overlevers’ genoemd – niet te rekenen.

Egypte is het hardst getroffen door deze gruwelijke epidemie: 99,3 procent van de meisjes en vrouwen daar heeft met een vorm van seksuele intimidatie te maken gehad. En uit een recent onderzoek van de Verenigde Naties onder duizenden mannen en vrouwen in de verschillende districten van dit Arabische land blijkt dat 93,4 procent van de vrouwen desgevraagd geen hulp krijgt van de verantwoordelijke veiligheidsdienst. Agenten en soldaten doen eerder mee of leggen de schuld bij de vrouw in kwestie, dan haar bescherming te bieden en de daders aan te pakken. Sterker, zij zetten dit middel soms actief in om vrouwelijke demonstranten van de straat te jagen.

De seksuele terreur op straat dreef vrouwen in de sluier. Bezorgde familieleden legden strikte avondklokken op en steeds meer vrouwen kozen er al dan niet vrijwillig voor in groepjes of onder mannelijke begeleiding over straat te gaan. Het waren tevergeefs pogingen lijf en leed te redden; de incidenten namen in hardheid en frequentie slechts toe.

Seksuele intimidatie

Veelal krijgen meisjes de schuld van datgene wat hen overkomt. Uit schaamte en angst voor gezichtsverlies durven vrouwen seksuele intimidatie niet aan te geven of bespreekbaar te maken. Niet zelden komt het voor dat zelfs moeders de schuld bij hun dochters leggen die beter had moeten weten, zich meer had moeten bedekken of niet alleen naar buiten hadden moeten gaan.

Maar de afgelopen jaren laten een gestage mentaliteitsverandering zien. De zelfbewustere en beter opgeleide generatie jongeren lijkt steeds minder bereid zich nog langer neer te leggen bij het stelselmatige en gendergerelateerde straatgeweld.

De eerste grote doorbraak van het taboe op alles wat met seksualiteit en het vrouwelijk lichaam te maken heeft, vond plaats op het internet, waar steeds meer vrouwelijke bloggers virtuele dagboeken bijhielden waar ze al dan niet anoniem hun afschuwelijke persoonlijke ervaringen beschreven. Op Arabische webfora ontstonden steeds levendiger discussies over de seksuele terreur. Filmpjes van incidenten opgenomen met mobiele telefoons verspreidden zich als olievlekken en werden steeds meer door moedige jongeren gedeeld op hun facebookpagina’s. Deze groeiende virtuele bespreekbaarheid bracht niet alleen de complexiteit en de omvang van het probleem van seksuele intolerantie aan het licht, maar ook de schokkende opvattingen van veel mannen en vrouwen die ook op het internet stelselmatig doorgingen met victim blaming en in hun commentaren bij filmpjes van groepsverkrachtingen de schuld doodleuk bij de vrouw legden.

Dit bracht een groep jonge activisten ertoe een virtuele regionale campagne tegen seksuele intimidatie te lanceren. Omdat de ontkenning van het probleem zowel vanuit de overheid als de Arabische media en de bevolking groot was, besloten ze een website op te zetten waarop precies te zien is in welke landen, gebieden, steden en zelfs wijken vrouwen worden lastiggevallen. Vrouwen leveren de data zelf aan; via sms, Facebook, mail of telefoon geven zij de gevallen van seksuele intimidatie door.

Heet hangijzer

Zo werd in 2010 Harassmap.org geboren. De focus ligt op Egypte, maar de organisatie kent afdelingen over het hele Midden-Oosten en brengt ook seksuele intimidatie in Jordanië, de Palestijnse gebieden, Libanon en zelfs Syrië in beeld. Hiermee laat Harassmap niet alleen zien hoe groot en wijdverbreid het probleem is, zij maakt ook een van de heetste hangijzers uit de moderne Arabische samenleving bespreekbaar. Daarbij heeft Harassmap een sterke offline basis. Met duizenden vrijwilligers is het een van de grootste en best georganiseerde burgerinitiatieven in de Arabische wereld. Jongens en meiden trekken met kaarten en al de respectievelijke wijken en dorpen in om buurtbewoners verantwoordelijk te maken voor het geweld op straat. En met een staat die nog steeds geen veiligheid aan vrouwen biedt, stuurt Harassmap samen met de Facebookgroep ‘Operation anti-sexual Harassment Assault’ nu ook reddingsteams en netwerken van honderden vrijwilligers aan die als bewakers optreden bij demonstraties en activiteiten waarbij meiden regelmatig het doelwit van mannelijk geweld zijn. Terwijl de staatsinstituties steeds verder afbrokkelen en de veiligheidsapparaten steeds zwakker worden, helpt het internet burgers anno 2013 de gaten te dichten waar de overheid grote steken laat vallen.

Monique Samuel

politicoloog, Midden-Oosten-deskundige en schrijver van ‘Mozaïek van de Revolutie’ (uitgeverij De Geus)

Geef een reactie

X