Blog

22 jan / ‘Als ik minder dan 200 boeken verkoop, stop ik direct’

Gisteren stond er een interessant interview in de Pers met Raymond van de Klundert – bij velen beter bekend als Kluun. De bestsellerauteur die van zijn eerste boek Komt een vrouw bij de dokter meer dan 1 miljoen exemplaren verkocht.
Ik weet nog goed dat ik in mijn middelbare schooltijd de Bruna inliep en met dit boek naar buiten kwam. Er waren toen ‘nog maar’ 100.000 exemplaren van verkocht en ik wilde als zeventienjarige weleens weten waarom het nu zo’n succes was. Daar kwam ik snel genoeg achter…

Ik ging met m’n moeder, zusje en oom naar Denemarken en begon met lezen toen we de straat uitreden. 10 uur later, toen we door de paarsrode velden van Noord-Jutland reden en bijna bij de boerderij van mijn oom en tante waren aangekomen, had ik Komt een vrouw bij de dokter uit. De tranen biggelden over m’n wangen. Ik was vreemdgegaan, had bij mijn vrouw een borst af zien zetten, was nog meer vreemdgegaan, had mijn kleine kind afscheid laten nemen van haar moeder en had mijn vrouw uiteindelijk gecremeerd. Althans, dat was de hoofdpersoon uit de roman overkomen. Maar Kluun zit zo dicht op je huid dat het haast voelt alsof je het allemaal zelf meemaakt.
Komt een vrouw bij de dokter, is grof, hilarisch, ontroerend en zo wezenlijk echt, dat je het wel moet lezen. Of je het nu wilt of niet. Is het mooi geschreven? Mwoah. Is het hoogstaande literatuur? Verre van dat. Maar het is een verhaal van mensen, een ongelofelijk menselijk verhaal… de Nederlandse maatschappij gestript tot het bot. Wat je dan overhoudt is niet mooi of kunstig, maar wel heel indringend.

Het interview schetst het beeld van Kluun als een onrustige dertiger, die tussen z’n hamburger en koffie door zit te e-mailen en twitteren en na een stilte van 10 seconde al is afgeleid. Maar Kluun is dan ook niet het archetype romantische schrijver, die uren uit het raam staart en de kunst der letteren overdenkt. Hij is een Amsterdamse marketingman, die ooit z’n eigen bureau had – Project X –en die pas na de dood van zijn vrouw met schrijven begon.
Hij stoort zich niet aan negatieve recensies of opmerkingen dat zijn boek geen literatuur is.
In zijn eigen woorden:
‘Ik erger me niet aan recensenten, weet dat ik literair-technisch beperkt ben, ik erger me aan het dedain tegenover schrijvers van light prose. In Engeland krijgt iemand als Nick Hornby veel meer positieve reacties. Niet dat het veel uitmaakt wat ze over mij schrijven. Voor iemand als Tommy Wieringa wel, maar bij mijn boeken zijn interviews belangrijker of vier sterren in de Linda. Ik lees de recensies wel, maar het raakt me niet meer. Mijn grootste ambitie met Haantjes (zijn nieuwste boek dat eind januari verschijnt, MS) is een extreem vermakelijk en makkelijk leesbaar boek te produceren. De meeste mensen hebben stiekem een hekel aan lezen. Dat is het trauma van de literatuurlijst. Ik wil ze het plezier teruggeven.’
Dat light prose, die verhalen van de gewone blanke Hollandse man, dragen natuurlijk bij aan het succes van Kluun.
Maar meer dan dat is dat zijn PR-gerichte insteek. Het idee dat je van alk boek wel een succes kan maken, als je er maar een hype van maakt.
Zo las ik eens hoe Kluun zo’n bijzondere show van zijn boekpresentatie wist te maken (mede door de zaal geheel te verduisteren) dat de media al vanaf dag een waren geïnteresseerd en dat voor zelfs ook maar één recensent echt interesse had getoond.

Kluun zou dan ook niet met een half-succes genoeg nemen.
Of zoals de journalist van de Pers het samenvat: Je lijkt me niet de persoon die graag wegteert als onbekende romantische kunstenaar. Je hebt hard gewerkt voor je publieke succes.’
Waarop Kluun antwoordt:
‘Ik moet mijn kinderen voederen en ik wil plezier in het leven. Ik ga niet bloggen voor zestig man. Ik schrijf wat ik wil, maar ik schrijf wel voor mijn lezers. Als ik morgen maar tweehonderd exemplaren van Haantjesverkoop, dan stop ik direct. In die zin ben ik geen zuivere kunstenaar, er moeten wel verhalen uit, maar alleen als het zin heeft en een publiek vindt. Ik wil een leuk leven, en daar hoort ook geld bij.’

Ik heb geen kinderen en ben geen gelegenheidshedonist zoals Kluun zichzelf noemt. (‘Vroeger was genot wel mijn hoogste doel, nu is het een middel om het leven leuk te houden.’). Als ik na tweehonderd verkochte boeken de brui eraan zou geven, zou ik nu allang niet meer schrijven. Zo groot zijn mijn eerste ‘successen’ niet. Maar hard werken loont en heel goed schrijven ook… Ik kom steeds een stapje verder en heb er alle vertrouwen in dat Zetá een heel mooi debuut gaat worden.
En ondertussen beraam ik me op een goede PR-strategie. Want jezelf branden en je roman als creative art work verkopen, helpt natuurlijk wel. Een beetje priming en framing via moderne media doet wonderen. Maar uiteindelijk gaat het altijd weer om het eindproduct: dat boek, waarvan hopelijk half-literair Nederland versteld zal staan. Want miljonair worden van je boeken is natuurlijk leuk, maar echt van hart tot hart schrijven en hier en daar kunnen verstillen, is en blijft toch veel mooier…


Komt een vrouw bij de dokter

Geef een reactie

X